Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

De eeuwige angst voor de superstaat

De eeuwige angst voor de superstaat

Congres en boek over 20-jarig jubileum van Verdrag van Maastricht

MAASTRICHT. Op 1 november is het twintig jaar geleden dat het Verdrag van Maastricht in werking trad. Dat is voor de UM-rechtenfaculteit (samen met de gemeente) aanleiding voor het congres Twenty Years Treaty On European Union: Reflections from Maastricht, waar onder anderen oud-premier Ruud Lubbers spreekt. Ook verschijnt er een vuistdikke artikelenbundel, geredigeerd door redacteur en UM-hoofddocent Anne Pieter van der Mei. Een gesprek over het huidige anti-Europese klimaat.

Voor de kaft van de zojuist verschenen bundel, met meer dan dertig bijdragen van (voormalige) UM-juristen, had de uitgever een foto uitgekozen van de regeringsleiders die het verdrag destijds tekenden. Het is dat Van der Mei het zag, anders was de flater een feit: op de foto stond namelijk Margaret Thatcher, nogal frontaal, terwijl ze niets met het verdrag te maken had. In december 1991, toen de top in Maastricht plaatsvond, was ze al afgelost door John Major.

Van der Mei, universitair hoofddocent Europees recht, snapt de verwisseling wel. Het Verenigd Koninkrijk stelde zich namelijk keihard op tijdens de Maastrichtse onderhandelingen. Nee tegen een gezamenlijke munt! Nee tegen een gemeenschappelijk sociaal beleid! Nee tegen een federale unie! Het deed denken aan de weigerachtigheid van de Iron Lady. Major stond erop dat het ‘F-woord’ uit de eindtekst verdween. Het nieuwe verdrag was wat het Verenigd Koninkrijk betreft geen stap in de richting van een federale maar van een "ever closer union".

Dit valt te lezen in de inleiding van het boek Reflections from Maastricht, dat Van der Mei samen met oud-medewerker Maartje Visser heeft geredigeerd. “In de artikelen bespreken de auteurs wat het verdrag op hun vakgebied heeft ingevoerd, hoe zich dat heeft ontwikkeld en wat de toekomst zal brengen. Over dat laatste valt niet altijd iets zinnigs te zeggen. Hoe over vijf jaar de euro ervoor staat? Niemand die het weet.”

Deze onzekerheid vloeit mede voort uit het huidige anti-Europese klimaat. Tekenend was de Europa-speech van de Britse premier begin dit jaar, zegt Van der Mei. David Cameron maakte zijn plannen voor een referendum bekend waarin het Britse volk zich – in 2015 of later - kan uitspreken over uittreding uit de EU.

Niet verstandig, vindt de hoofddocent. “Referenda klinken aardig op papier maar werken in de praktijk niet. Kijk naar het Nederlandse referendum in 2005, over de Europese grondwet. De redenen van het ‘nee tegen Europa’ sloegen als een tang op een varken. Eén: mensen begrepen niet waarover ze moesten stemmen. Twee: de meesten stemden enkel en alleen tegen omdat Balkenende voor was. Ik ben een voorstander van representatieve democratie, laat de democratisch gekozen politici over deze zaken beslissen.”

 

Stemmentrekkerij

De huidige euroscepsis heeft indirect te maken met de economische crisis, zegt Van der Mei. “De crisis is weliswaar geen gevolg van de invoering van de euro - zie de riskante, Amerikaanse hypotheken – maar de recessie legt wel de zwakheden van de monetaire unie bloot. De fondsen waarmee een land als Griekenland overeind wordt gehouden, zijn geen gedegen oplossingen maar onhandige lapmiddelen. Wat de EU mist, is een gemeenschappelijk economisch beleid en een belastingstelsel waarmee het zelf geld kan genereren. Dan krijg je ook niet dat Duitsers het gevoel bekruipt dat ze voor de Grieken aan het betalen zijn.”

Dat voedt immers de weerzin tegenover Europa, wat Gefundenes Fressen is voor populistische partijen zoals de PVV. En dat is niet het enige. Europa legt onnodig veel regels op, vindt ook Van der Mei. Ter illustratie: “In het Verenigd Koninkrijk is er veel ophef ontstaan over de werktijden in ziekenhuizen. Het gaat om artsen die zich na een werkdag in het ziekenhuis te ruste leggen, omdat ze nog zes uur op oproepbasis bereikbaar moeten zijn. Europa vindt dat de artsen, terwijl ze slapen, aan het werk zijn en betaald moeten krijgen. Ik snap dat er regels nodig zijn om in 28 landen één standaard af te spreken, maar je hoeft je niet overal mee te bemoeien.”

Wat de euroscepsis evengoed in stand houdt, is de lariekoek die veel politici uitkramen. “Wilders en consorten schreeuwen vaak maar wat. Denk je nou echt dat Nederland beperkt wordt in zijn mogelijkheden door de Europese integratiewetgeving? Ook staatssecretaris Fred Teeven van de VVD riep onlangs dat de toestroom van Oost-Europeanen een aanslag op onze bijstandswetgeving vormt en ons in grote financiële problemen brengt. Onzin. De meesten komen om te werken. Bovendien kun je iemand die dat niet van plan is en een bijstandsuitkering aanvraagt, gewoon weigeren. Het is niets anders dan verkapte stemmentrekkerij.”

De VVD wil eigenlijk alleen de interne markt. Voor het andere uiterste, een federaal model ofwel de Verenigde Staten van Europa, is op dit moment geen enkele politicus te vinden. “Het is schipperen, meer integratie in de vorm van bijvoorbeeld een belastingstelsel is nodig maar welke politicus krijgt voor zo’n voorstel in eigen land de handen op elkaar?”

Ondertussen dreigt te gebeuren wat de eerste eurocommissaris Jacques Delors al in de jaren tachtig voorspelde: als we zo doorgaan, verliezen we de slag in de wereld. Nu is dat actueler dan ooit “gelet op de opkomende economieën als China, India en Brazilië. Ik ben bang dat we nog een crisis nodig hebben om de geesten wakker te schudden.”

 

Superstaat

Europa is een “must”, zegt Van der Mei. “Er is geen weg terug. De wereld wordt kleiner en we kennen nu grensoverschrijdende problemen die je alleen in Europees verband kunt aanpakken, zoals milieuvervuiling en terrorisme. Tot academische kringen lijkt dat inmiddels doorgedrongen, maar niet tot de bevolking. Populisten als Wilders zijn daar deels debet aan en hebben de voortgang vertraagd. Verwerpelijk vind ik dat. Onwetendheid onder burgers speelt ook een rol. Ik weet nog dat boeren tijdens de top in Maastricht fel protesteerden, terwijl landbouw niet eens in de tekst voorkwam. In feite dankten ze hun hele hebben en houden aan de EU. Het zou schelen als we Europa beter uitleggen, als we onze kinderen les geven in Europese geschiedenis.”

Misschien dat dan de eeuwige angst voor de superstaat ook een keer verdwijnt. Van der Mei grijpt naar een boekje met daarin de Europese basisverdragen. “Kijk, je hebt drie soorten bevoegdheden: exclusieve, gedeelde en coördinerende. Bij exclusieve bevoegdheden zijn de regelingen van de EU dwingend. Dat geldt voor het beleid op het vlak van douane, mededinging, visserij, internationale handelspolitiek en op monetair vlak. Allemaal zaken waar de lidstaten unaniem achter staan. In alle andere gevallen verlopen de gesprekken in overleg. We hoeven dus echt niet bang te zijn voor een superstaat, Brussel zal ons niet voorschrijven hoe we onze volksgezondheid moeten inrichten, om maar eens iets te noemen. Op zijn hoogst zal de EU proberen hier het een en ander te stimuleren, niet op te leggen.”

Het congres over het Verdrag van Maastricht vindt plaats op vrijdag 25 oktober, Mosae Forum

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)