Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Decaan Cleij: “Het college van bestuur bestaat tegenwoordig uit negen leden”

Decaan Cleij: “Het college van bestuur bestaat tegenwoordig uit negen leden”

Photographer:Fotograaf: Pixabay

MAASTRICHT. Is de decaan vooral het boegbeeld van de faculteit of een ‘manager’ die meedenkt met het college van bestuur? Die vraag kwam vorige week aan de orde in het opiniestuk Twee werelden. Thomas Cleij, decaan van de Faculteit Science and Engineering, focust niet “op zijn eigen winkel maar op het geheel”.

Hij spreekt regelmatig met decanen in de rest van het land, aan “nostalgische universiteiten”, die voortdurend met het college van bestuur touwtrekken over rechten, mandaten, geld. “Faculteiten als koninkrijkjes die hun eigen lijn trekken en zichzelf tegenover het college plaatsen.”

Dat is ook het beeld dat oud-Observantredacteur Wammes Bos schetst in het opiniestuk Twee Werelden, zegt Cleij. Het college van bestuur leeft in een wereld waarin ze een bedrijf runt, met decanen als ondergeschikte “divisieleiders”. Dat zou wringen met de idee van de decaan als het “boegbeeld van de faculteit”, daar waar diens “belangrijkste verantwoordelijkheid” ligt.

Dat is een realiteit van twintig jaar geleden, zegt Cleij, die toen geen decaan was maar wel de anekdotische verhalen kent. “Zo werkt het aan de UM niet meer. We hebben een collegiaal bestuur, waarbij decanen zich niet focussen op hun eigen winkel maar meedenken over het geheel. Je zou kunnen zeggen dat het college tegenwoordig uit negen leden bestaat. Dat is een heel andere manier van werken. Ik run nu een deel van de UM.”

Het betekent niet dat het college en de decanen “een gezellige familie vormen die elkaar steeds naar de mond praat. Op specifieke dossiers is er genoeg discussie, tussen decanen onderling, tussen decanen en het college, tussen collegeleden onderling, noem maar op. Maar over de grote lijn zijn we het eens. Het draait nu zo goed dat meer inspraak bij de benoeming van een nieuwe decaan wenselijk is. Ik zou als decaan ook wel een vetorecht willen. Of in ieder geval invloed. Je wilt hoe dan ook een kandidaat die de brede visie deelt, niet in de laatste plaats omdat faculteiten tegenwoordig meer interdisciplinair samenwerken.”

Een decaan is in zijn ogen nog steeds een “academische leider” van een faculteit, die de lijnen van onderwijs en onderzoek uitzet, met alle bevoegdheden en verantwoordelijkheden die daarbij horen. Tegelijk zijn universiteiten meer en meer bedrijven geworden. Cleij noemt zichzelf een manager.

“Door de veranderende omgeving en complexere regelgeving is de functie bestuurlijker geworden. Je hebt meer overleg met collegadecanen in het land en je moet meer rekening houden met de regionale en landelijke politiek. In zo’n concurrerende omgeving is het verstandig dat je als universitair bestuur als één collectief naar buiten treedt. Als je steeds met elkaar in de clinch ligt, verlies je de strijd om geld en aandacht.”

Als een decaan meedenkt met het college van bestuur, loert dan niet het gevaar dat de wensen in de eigen faculteit onderbelicht blijven? “Dat gevaar bestaat, maar ik heb het bij Science and Engineering nauwelijks meegemaakt. Je moet natuurlijk wel uitleggen wat je doet.”

Categories:Categorieën:
Tags:
fse

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)