Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“De kracht van veldwerk? Being there”

“De kracht van veldwerk? Being there”

Photographer:Fotograaf: Simone Golob

Over de etnografen aan de UM

Onderzoekers die naast arbeiders in de fabriek staan, die maandenlang met migranten optrekken of een clownsopleiding volgen om zelf te ervaren hoe je contact maakt met demente ouderen in een verpleeghuis. Zie hier een greep uit het Maastrichtse etnografisch onderzoek. Oftewel participerende observatie: zelf meedoen en met eigen ogen bekijken. De UM kent zelfs een heuse Etnografie Groep van zeventig onderzoekers.

We schrijven maart 2013: Lotte Thissen en Anna Harris werken als promovenda en postdoc aan de faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen. Ze delen een kamer aan de Grote Gracht, aan de straatkant. Het is een van die dagen waarop Thissen met een hoop vragen is teruggekeerd van haar veldwerk in Roermond. Onder meer in een supermarkt en tijdens bijeenkomsten van de plaatselijke carnavalsvereniging bestudeert ze hoe mensen taal gebruiken.

Anna Harris is op dat moment een etnografische onderzoek aan het opzetten. Ze wil bestuderen hoe je artsen kunt leren om beter naar ziekten, naar (lichamelijke) geluiden te luisteren. Ook zij is soms het spoor bijster.

Op de Grote Gracht steken de dames om de haverklap de koppen bij elkaar. Hoe doe jij dat, aantekeningen maken in het ‘veld’? Hoe bescherm jij je bronnen? Zeer waardevol, deze discussies. Die zouden Thissen en Harris met meer mensen willen voeren. Ze zullen per slot niet de enigen zijn die af en toe vastlopen. Maar hoeveel UM’ers doen eigenlijk etnografisch onderzoek?

Het is een techniek die stamt uit de culturele antropologie. Met als belangrijkste kenmerk dat de onderzoeker alledaagse praktijken en rituelen bestudeert door mee te lopen, te observeren of te interviewen. Via een rondmail in de faculteit peilen Thissen en Harris hoeveel collega’s dit soort veldwerk doen. De reacties blijven maar komen en de groep wordt groter en groter.

De Etnografie Groep is geboren, met inmiddels meer dan zeventig Maastrichtse leden. Niet alleen cultuurwetenschappers, maar ook psychologen, medici, gezondheidswetenschappers en een paar onderzoekers van het University College.

Whatsapp

Elke laatste donderdag van de maand verzamelen ze zich aan de Grote Gracht of op het Debyeplein in Randwijck, meestal komen er zo’n vijftien onderzoekers opdagen. Steeds wordt één onderwerp uitgediept, maar niet volgens het geestdodende stramien van een powerpointpresentatie, vragen stellen en ‘bedankt voor uw komst’.

“Soms houden we walking seminars in het bos of op plekken waar een etnografisch onderzoek zich heeft afgespeeld”, zegt Thissen. “Eén keer ging het over digitale media tijdens veldwerk. Via Skype verzorgde cultuurwetenschapper Karlien Strijbosch de intro vanuit Senegal, met kakelende kippen op de achtergrond. Hoe ga je om met social media, met respondenten die reageren via WhatsApp, via Facebook?”

Etnografie kan een eenzame ervaring zijn, zegt Harris. “De bijeenkomsten voelen als een veilige haven, waar je onder gelijkgestemden je onzekerheden kunt delen. Met een supervisor kan dat ook, maar die heeft niet altijd veldwerkervaring, of kent de context niet.”

Skillstraining

Participerende observatie, zoals antropologen het noemen, betekent al lang niet meer dat je ‘onderduikt’ bij afgelegen volkeren in verre oorden. Wat te denken van cyber-etnografie of netnografie, oftewel veldwerk op internet. Of bedrijfsantropologie, waarbij de cultuur vanaf de werkvloer in kaart wordt gebracht, of auto-etnografie, waarbij de onderzoeker zelf het object van studie vormt.

De kracht van de methode is being there, zegt Harris.

Thissen: “Er is een groot verschil tussen wat mensen zeggen en wat ze daadwerkelijk doen. Dat is altijd het probleem met vragenlijsten.” Verder geeft etnografisch onderzoek een genuanceerd beeld, vult Thissen aan. “Je kunt bijvoorbeeld mooi laten zien wat mondialisering of andere trends concreet betekenen voor het alledaagse leven van mensen.”

In het Maastrichtse onderwijs is het veldwerk niet royaal ingebed. Thissen: “Het komt aan bod tijdens de skillstraining bij cultuur- en maatschappijwetenschappen, in een blok bij European Studies, en in de master Global Health. Dat is naar onze smaak veel te weinig. We zouden liefst een heel blok over etnografie willen. Daar heeft iedereen wat aan. Het is een empathische manier van kijken, een ander perspectief aannemen.” Harris: “Je krijgt oog voor de invloed van maatschappelijke structuren, van beleid op de levens van mensen.”

De Groep zal bijeenkomsten blijven organiseren en verborgen etnografen opsporen, maar ook een symposium op touw zetten. Om een breder UM-publiek kennis te laten maken met etnografie. Veldwerk voor beginners.

 

Urenlang koekjes inpakken en gordijnband oprollen

Op sommige dagen hijst onderzoeker Dorit Biermann zich in een veiligheidspak voordat ze aan het werk gaat, inclusief helm en lompe werkschoenen. Op die dagen schrijft ze geen wetenschappelijk artikel maar doet ze veldwerk. En wel op twee plaatsen: een productiebedrijf en een sociale werkvoorziening. In haar veiligheidskleding volgt Biermann (samen met Lotte Thissen) de monteurs en andere arbeiders de fabriek in, naar de machines.

In beide organisaties draait het om de gezondheidsbevordering (in brede zin). De onderzoekers proberen boven water te krijgen wat medewerkers onder gezondheid verstaan en wat ze daaraan belangrijk vinden.

Het productiebedrijf had al workshops op poten gezet (over stoppen met roken, piekeren, slecht slapen) en fitness aangeboden op het werk, maar de opkomst was laag. In de gesprekken en meeloopsessies probeert Biermann het vertrouwen te winnen en hun wereld te leren kennen. Zo ontdekte ze dat veel werknemers gezondheid ruimer opvatten, dat ze goede sociale verhoudingen daar ook onder verstaan.

En daar schortte het juist aan, zegt Biermann. “Verschillende afdelingen vormden eilanden en werkten langs elkaar heen. Ook voelden werknemers zich niet altijd voldoende betrokken bij vernieuwingen. Daardoor ontbrak het aan wederzijds begrip en verslechterde de sfeer, wat funest is voor de gezondheid. Binnenkort gaan afdelingen medewerkers uitwisselen, zodat ze beter weten wat daar speelt en meer begrip opbrengen.”

Op de sociale werkvoorziening, waar het ziekteverzuim hoog was, lopen Biermann en Thissen mee op de inpak-afdeling. Aan een grote tafel hebben ze urenlang koekjes ingepakt, gordijnband opgerold en brieven gevouwen. Ook hier wilden de onderzoekers achterhalen hoe gezondheid wordt ervaren. En ja, ook hier blijken de verhoudingen met collega’s een hoofdrol te spelen.

Observaties in het klaslokaal

Wat is de impact van de huidige, toegenomen mobiliteit op de levens van Ghanese jongeren in Hamburg? Dat onderzoekt Laura Ogden, promovenda bij cultuur- en maatschappijwetenschappen. Haar studie maakt deel uit van het bredere project MO-TRAYL, waarin de relatie tussen migratie en de kansen van jongeren onder de loep wordt gelegd.

Ogden is net terug van een verblijf van achttien maanden in Hamburg. Ze heeft bestudeerd hoe vaak en waarom de jongeren – sommigen zijn migrant, anderen zijn geboren in Duitsland - met regelmaat hun biezen pakken. “Dat doen ze om familie in Ghana te bezoeken, om op vakantie te gaan, of op stage, noem maar op. Tegelijk wilde ik weten hoe die mobiliteit hun leven beïnvloedt, en met name het onderwijs.”

Zoals het een goede etnograaf betaamt, nam ze geen genoegen met rapportcijfers of een enquête, maar is ze in de klas gaan zitten. Ze heeft geobserveerd hoe de jongeren zich gedragen, hoe ze presteren, hoe ze zich verhouden tot hun leraar, tot hun klasgenoten. “Etnografie is juist geschikt bij jongeren, omdat die niet alles goed kunnen verwoorden, en soms om de dag iets anders vinden.”

Wat ze ook zag in de klas: de jongeren zijn buitengewoon toegewijd en volhardend. Waar die houding vandaan komt, ontdekte Ogden toen ze samen met Ghanezen naar huis reisde en een paar weken in hun ouderlijk huis bivakkeerde. “Ik bezocht met een student haar oude middelbare school, en zag hoe trots ze was, hoe zelfverzekerd. Hoe belangrijk school is voor Ghanezen. Dat soort informatie krijg je niet via statistiek.”

Als clown in het verpleeghuis

Clowns vrolijken niet alleen ernstig zieke kinderen in ziekenhuizen op, maar proberen ook contact te maken met ouderen die dat verbaal niet meer kunnen. Filosoof Ruud Hendriks onderzocht de clownerie in de dementiezorg.

Niet door rapporten en evaluaties te bestuderen, maar door zelf te ervaren wat het inhoudt. Hendriks volgde een paar jaar geleden de clowns-opleiding van de stichting miMakkus in Eindhoven. “Echt een intensieve studie van 22 lesdagen. Je leert om af te stemmen op de ander zonder taal en betekenissen, maar via je zintuigen. Ik noem dit auto-etnografie, omdat je lichaam in feite als meetinstrument dient. Je voelt aan den lijve het ongemak, het geluk, de weerstand.”

Hendriks liep stage in verpleeghuis Klevarie in Maastricht. “De bewoners hadden zich verzameld in de woonkamer. Eén vrouw, met dementie, praatte hard en gestaag voor zich uit. “Wit eerst wit, dan grijs, ja ja… wit…” Wat nogal ontmoedigt om dichterbij te komen. Toch gedaan, je moet kwetsbaar durven zijn, en ineens zag ze me, zoende me zelfs. Een moment van verstilling volgde. Ik werd stil, de vrouw ook en iedereen in de kamer keek op.”

Een bijzonder waardevol moment, zegt Hendriks. “Dit zijn mensen die smachten naar aanrakingen, naar aandacht, naar mooie ervaringen. Die ontberen ze vaak omdat daar in de zorg geen ruimte voor is en omdat ze door hun aandoening daarin beperkt zijn. De clownerie blijkt geschikt om toegang te krijgen tot mensen, voor wie taal en denken een raadsel is geworden.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)