Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Is iets zwart, zeg dan niet dat het wit is. Mensen zijn niet gek.”

“Is iets zwart, zeg dan niet dat het wit is. Mensen zijn niet gek.”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Zo’n drie maanden is hij nu bezig, de nieuwe directeur marketing en communicatie, Fons Elbersen. Tijd dus voor een gesprek met de man die voor de buitenwereld het eerste aanspreekpunt van deze universiteit is. Voor hem hoeft het overigens niet: “Voorlichters horen niet op de voorgrond te treden, is mijn devies.”

Hij is voor “maximale openheid, want geheimen blijven toch niet lang geheim in dit land. Alles wat je binnenskamers probeert te houden, komt een keer uit. En dan is je geloofwaardigheid in het geding.”

Er hebben wel eens andere strofen geklonken uit de mond van een hoofd marketing en communicatie aan deze universiteit. Maar sinds augustus zwaait Fons Elbersen (51) de scepter over de afdeling, een man die langer in de journalistiek heeft gewerkt dan in de voorlichting, en dat is te merken. Al was het maar omdat hij graag over zijn krantenjaren vertelt. Sterker, hij voelt zich nog altijd journalist. Dat blijkt al meteen als hij de redactieruimte van Observant, waar het interview plaatsvindt, heeft bereikt. Op de glazen deuren bij de ingang hangt een herinnering aan het bezoek van de Russische president Poetin aan Amsterdam, afgelopen voorjaar. Bij de onvermijdelijke demonstraties werd toen een plastic afzetlint in de strijd geworpen met de sarcastische tekst ‘critical journalists not allowed’. Een stukje van dat lint hangt op de deur, Elbersen leest het en doet of hij rechtsomkeert maakt: “O, dan mag ik er niet in.”

-Hoezo, je bent toch geen journalist meer?

Elbersen tikt met een vinger op zijn borst: “Van binnen wel.”  

Dat moet hij dan maar eens uitleggen.

 

Leukste beroep

Elbersen: “Ik kom een beetje uit een journalistiek nest. Mijn vader dreef in Arcen een hotel annex café-restaurant, maar daarnaast begon hij een eigen blad, Grens en Maas heette dat, een beetje tegendraads, tegen de KVP. Mijn oudere broer Wiel zat in de tijdschriftjournalistiek, die heeft Flair opgericht. Thuis was er veel debat, over journalistiek, over politiek, en ik wilde ook die kant op. Ik ben speciaal met dat doel Nederlands gaan studeren in Nijmegen, dat was echt een instrumentele keuze, mede omdat de School voor de Journalistiek in die dagen nog niet zo’n beste reputatie had.”

Na zijn studie werkte hij als verslaggever en eindredacteur bij de Zwolse Courant, om na enige tijd de overstap te maken naar zijn eigen provincie, naar het Dagblad voor Noord-Limburg, vervolgens naar De Limburger, als redacteur binnen-buitenland. Hij klom er op tot het hoogste niveau, de hoofdredactie, maakte na vijftien jaar een kort uitstapje naar de afdeling communicatie van de Provincie Limburg, keerde weer terug naar de krant maar gaf er in 2010 definitief de brui aan. Vanaf dat moment werden communicatie en voorlichting zijn leven.

“Dagbladjournalistiek vind ik nog steeds het leukste beroep op aarde, maar het is veranderd. In de mooie jaren had je tijd om dingen uit te diepen; dat is weg, trivialiteiten voeren tegenwoordig de boventoon. Mede door de sociale media is de journalistiek uitgehold. De oplages zijn achteruit gesneld, jongeren lezen geen papieren kranten meer, mijn zoons doen alles via de smartphone. Ik ben gaandeweg in het journalistieke management gerold, en daar merk je waar die ontwikkelingen toe leiden. Aanvankelijk was je in de hoofdredactie met inhoud bezig. Toen De Limburger en het Dagblad voor Noord-Limburg fuseerden mochten we een hele nieuwe krant maken, er hoefden nauwelijks mensen uit. Later, met de gedwongen fusie met het Limburgs Dagblad, werd het veel cynischer. Een kwart van de redactie moest weg. Dan lever je mensen in, maar ook kwaliteit. Toen dacht ik: hier ga ik mijn pensioen niet in halen.”

 

Zijlijn

Zijn habitus, zegt hij, is gebleven. Een beetje aan de zijlijn. “Ik hoef niet zelf aan de knoppen te zitten. In dat opzicht verschilde mijn werk bij de provincie niet zo veel met de journalistiek. Ik heb een paar stelregels. Een is: houd professionele distantie, vereenzelvig je niet met een bestuurder, want dan is jouw houdbaarheid aan de zijne gekoppeld. Ik geef advies hoe ze iets aan kunnen pakken, wat ze er vervolgens mee doen, is aan hen. Verder: vertel altijd de waarheid. Is iets zwart, zeg dan niet dat het wit is. Mensen zijn niet gek. Als je liegt komt dat altijd uit, en dan hang je.”

Beleid ‘verkopen’, of in zijn huidige functie, de UM ‘verkopen’, daar is hij niet van. “Beleid moet zichzelf verkopen. Je kunt uitleggen, toelichten, meer niet. Hier een puntje benadrukken, daar een puntje achterwege laten? Nee hoor, dan komen er toch vragen over die puntjes. Vanuit de politiek, of de journalistiek. En journalisten laten zich trouwens helemaal niks ‘verkopen’. Die willen nieuws of een goed verhaal. Als je dat niet hebt, is er geen interesse.

Ik zie mijn rol veel meer als iemand die dat nieuws of goede verhaal herkent, journalisten kan tippen en UM-mensen op de mogelijkheden kan wijzen.”

 

Crisiscommunicatie

Zonder al te veel overdrijving valt de Maastrichtse universitaire voorlichting van de afgelopen jaren te karakteriseren als: groot uitpakken bij positief nieuws, ‘klein’ houden als er problemen zijn. Voorbeelden van dat laatste: de kwestie Dompeling, de kinderlongarts die in Birma aan gebedsgenezing had gedaan en die het door de vorige rector verboden werd om zijn verhaal te doen in Observant, en de affaire rond de student die ‘s morgens dood in de sociëteit van Circumflex werd aangetroffen. In beide gevallen werd een cryptisch persbericht uitgebracht en gingen verder alle deuren op slot.

Elbersen laat zich niet verleiden tot commentaar op het beleid van zijn voorgangster en het toenmalige college van bestuur, maar een paar dingen wil hij wel kwijt: “Geen vragen over het persbericht beantwoorden omdat daar alles al in zou staan? Laat ik dit zeggen: bij de provincie heb ik nooit zo’n gesprek met een journalist gevoerd. Mijn uitgangspunt is ook: iets wat niet zo leuk is, kun je het beste maar zelf vertellen. Dat is de eerste wet in de crisiscommunicatie. Anders verdwijnt je geloofwaardigheid. Zaken ‘klein’ houden kun je vergeten tegenwoordig, in de wereld van de sociale media is dat onmogelijk.”

En hij geeft een pijnlijk – en tegelijk tamelijk grappig - voorbeeld uit de provinciale praktijk: “Het wereldkampioenschap wielrennen in Valkenburg, vorig jaar. Het parcours bleek kort voor de wedstrijden beklad te zijn met een onafgebroken dikke streep in verschillende kleuren; geel, groen, blauw en roze. Dat moest allemaal met hogedrukspuiten verwijderd worden. Een raadsel wie het had gedaan, iedereen dacht aan vandalen maar wat bleek een tijdje later? Dat het een kunstproject was waarvoor de opdracht nota bene door de provincie was verstrekt! We hadden dus ons eigen parcours laten bekladden. Toen we daar eenmaal achter waren hebben we het meteen zelf naar buiten gebracht. Op korte termijn is dat niet goed voor je reputatie, je gaat stevig door de molen, iedereen had het erover, van GeenStijl tot Nieuwsuur, maar op de langere termijn juist wel. Want het duurde één dag en daarna was het over.”

 

Maximale openheid, dat is het beleid dat hij ook bij de UM voorstaat. “Maar wacht even, dat wil niet zeggen dat er een livestream camera op de bestuurstafel staat. Soms zijn er strategische afwegingen om te wachten met publiciteit, bij onderhandelingen bijvoorbeeld, of aanbestedingen. Als zoiets te vroeg in de pers komt, is het kapot.”

En er dient iets tegenover te staan van de zijde van de journalistiek, vindt hij: “Die moet netjes hoor en wederhoor toepassen, op een faire manier berichtgeven en geen trucjes uithalen. Zo bouw je een vruchtbare relatie op.”

 

Grimmig

Een belangrijk element in zijn nieuwe baan is voor hem echt nieuw. Marketing, de eerste poot van de afdeling marketing en communicatie. “Hoe bereik je 15 duizend studenten, plus de anderen die je hier naartoe wilt halen? Hoe pak je dat aan, die studentenwerving, waar en hoe zet je digitale media in? Voor mij is dat een onbekende wereld.” Dus ging zijn eerste dienstreis, begin september, naar Istanboel, naar een gigantisch congres van zo’n 4800 studentrecruiters. Een soort pressure cooker, zegt Elbersen waar hij veel van opstak en er ook enthousiast over twitterde. Niet alleen over het congres overigens, ook over de anti-Erdogan demonstraties die juist in die dagen in de stad woedden: “Evenementen die werden afgelast, onze bus die zich vastreed in een demonstratie, taxi’s die niet verder durfden, overal politie. Een grimmige sfeer.”

Elbersen tweet en retweet er lustig op los: “Ik vind dat je als communicatieprofessional alle moderne kanalen moet gebruiken om je boodschap te verspreiden. Twitter is een mooi middel: mensen kunnen er namelijk zelf voor kiezen of ze die boodschappen wel of niet willen ontvangen. De mensen die je volgen zijn a priori in jou of je werk geïnteresseerd.

Ik twitter voor 99 procent berichten die te maken hebben met de UM en de wereld van onderwijs en onderzoek.”

En soms over de wederwaardigheden in politiek en media van zijn Groenlinkse oudste zoon. Allez dan. O ja, pa heeft 475 volgers.

 

 

 

 

 

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)