Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Ze kreeg de baan die ze wilde, maar vond het niks: “Een totale afknapper”

Ze kreeg de baan die ze wilde, maar vond het niks: “Een totale afknapper” Ze kreeg de baan die ze wilde, maar vond het niks: “Een totale afknapper”

Photographer:Fotograaf: Eigen archief Ariane

Alumni over hun dromen: zijn ze uitgekomen?

Ze was zeventien toen ze in 1994 cultuur- en wetenschapsstudies ging studeren. Heel jong, vindt Ariane Hendriks (43) nu. Zeker ook omdat ze linea recta vanuit het beschermde, gereformeerde ouderlijk huis in Veenendaal op kamers ging in het verre Maastricht. Het was een bewuste keus, ze wilde de wereld in, nieuwe vergezichten ontdekken, andere mensen ontmoeten, op eigen benen staan. En dat is allemaal gelukt, klinkt het. “Ik mag in mijn handen knijpen.”

Nee, ze had geen idee wat ze wilde worden toen ze in Maastricht aankwam. Ze was er ook niet mee bezig. Ze ging (als eerste in haar familie) studeren: cultuur- en wetenschapsstudies. Het bleek een schot in de roos. Vol enthousiasme vertelt Ariane Hendriks - “ik hoorde bij de vierde lichting CWS” - over de betrokken docenten, de interessante onderwerpen, de spannende invalshoeken, de inspirerende discussies en de vrienden voor het leven die ze daar ontmoette. Alleen maar lof? Ja. 

CWS-gevoel

Gaandeweg groeide het idee dat een carrière in de wetenschap iets zou kunnen zijn. Zeker toen ze in haar vierde jaar naar de Universiteit van Jeruzalem vertrok om zich verder te verdiepen in de geschiedschrijving over de Holocaust. “Waar kun je dat beter doen dan daar? Opnieuw behandelden we historische onderwerpen, opnieuw was alles relevant en actueel, net als in Maastricht. Ik had daar weer het cws-gevoel, maar dan in het groot. In Israël is bovendien alles politiek, dat maakte het extra spannend.” Ze schreef over haar belevenissen in Observant en bleef artikelen schrijven tot ze na haar afstuderen een beurs kreeg om - opnieuw aan de Universiteit van Jeruzalem - een start te maken met een promotietraject.

Liefde

Een Israëlische professor bood aan om haar promotor te worden, maar Hendriks twijfelde of ze wel in Israël wilde blijven. “Het is een moeilijk land, er zijn veel aanslagen, je voelt je nooit echt veilig. Ik ben niet paniekerig, maar je wordt moe van die eeuwige spanning, van het altijd op je hoede zijn. Na twee jaar - de tweede intifada hing in de lucht - verlangde ik terug naar Europa, waar alles goed is georganiseerd en mensen (meestal) niet tegen je schreeuwen.” Maar, als ze heel eerlijk is (“ik ben rationeel ingesteld en wilde dat toen niet voor mezelf toegeven”), was de voornaamste reden om te vertrekken de liefde die ze in Nederland had achtergelaten. “Ik zag een lange afstandsrelatie niet zitten. Voor David - ik ben met hem getrouwd, samen hebben we een zoon van tien - was verhuizen naar Israël geen optie.”

Ze was niet zo ervaren in de liefde, zegt ze. Grinnikend: “In het tweede jaar hadden we een blok dat ‘Seksualiteit in de welvaartsstaat’ heette. Ik las een boek over cultuurgeschiedenis en seksualiteit, maar had zelf nul ervaring. Ik kon daar toen wel om lachen. Ook daarin voelde ik me jong. Pas in mijn derde jaar kreeg ik mijn eerste relatie, in het vijfde jaar kwam David op mijn pad. Ik wist meteen: dat is hem.” En kinderen? Daar was ze in die tijd helemaal niet mee bezig. “Ik was bezig om volwassen te worden, daar ging al mijn aandacht naar toe.”

Totale afknapper

Ze kreeg een promotieplaats bij de faculteit geschiedenis in Leiden. Precies wat ze wilde, dacht ze, maar ze vond het niks. “Een totale afknapper”, klinkt het uit de grond van haar hart. “Zo ongehoord saai, zo stoffig. Ik miste het inspirerende, het maatschappelijk relevante, het spannende en de discussies van Maastricht en Jeruzalem.” En het was eenzaam daar in die archieven, het contact met anderen was minimaal.

Ze wist al snel: “Als ik blijf, word ik diepongelukkig.” Er zat niets anders op - “ik ben van de radicale beslissingen”- dan opnieuw te beginnen. “Ik moest mezelf opnieuw uitvinden. Wat past bij me, wat is praktisch haalbaar? ” Het werd een deeltijdstudie rechten met daarnaast een baan als juridisch secretaresse op een advocatenkantoor. Ze studeert snel. Na 4,5 jaar is ze meester in de rechten en heeft ze het secretaressebestaan ingeruild voor een baan als medewerker van een Tweede Kamerlid van de SP. Het aanbod om op een verkiesbare plaats voor de Tweede Kamerverkiezingen te komen, slaat ze uiteindelijk af: “Ik wilde niet onder Jan Marijnissen in de Kamer zitten. Hij was toen fractievoorzitter, een briljant politicus, maar niet het soort baas dat ik prettig vind. Hij regeerde de fractie met ijzeren hand. Bovendien heb ik te weinig plezier in het politieke spel. Je moet heel hard werken, dus dan moet je er wel lol in hebben. Ik wilde niet nog een keer iets gaan doen wat niet bij me paste.”

Iel, klein vrouwtje

Ze koos - inmiddels 30 jaar - voor de advocatuur, het personen- en familierecht. Ze wilde graag een praktisch rechtsgebied, met veel contact met cliënten en veel afwisseling. “Strafrecht ligt me niet. En ik ben te links voor de Zuidas.” Ze is heel goed terechtgekomen, vindt ze. “Ik houd van de zelfstandigheid, het samenwerken, iets kunnen betekenen voor mensen. Ik schrijf nog steeds, nu over juridische kwesties. Ik sta er altijd op dat ik jurist én cultuurwetenschapper word genoemd. Die kritische blik op de samenleving, op zaken als de jeugdzorg, kinderbescherming, de verhouding tussen mannen en vrouwen, dat heb ik in Maastricht geleerd. Ik ben een trotse cultuurwetenschapper, geen mislukte.”

Ze is nog steeds “heel links”, ze staat binnen haar beroepsgroep bekend “om haar stevige meningen” en ja, ze had als student “soms wel een heel grote mond. Maar ik had het gevoel dat ik me moest laten zien, ik kwam immers uit zo’n klein wereldje in Veenendaal.” De scherpe randjes zijn ervan af, grinnikt ze. “Ik ben nog steeds een iel, klein vrouwtje. O, die pakken we in, denken mensen als ze me in toga zien. Ze hebben de neiging om me te onderschatten. Maar als ik begin te praten, is dat beeld zo weg.”

(On)vervulde dromen

In 2003 vroegen we Maastrichtse studenten naar hun toekomstdromen. Hoe staat het daarmee anno 2020? Zijn ze uitgekomen? In dit jubileumjaar (Observant wordt 40!) zoeken we hen opnieuw op. Niels van der Laan was in 2003 als studentjournalist verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de portretten, en ook nu neemt hij een flink aantal voor zijn rekening. Behalve bovengenoemde alumni, vragen we ook oud-studentenjournalisten van Observantnaar hun (on)vervulde dromen.

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)