Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Gehakt maken van een proefschrift

Gehakt maken van een proefschrift

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Serie over dilemma’s van wetenschappelijke integriteit: deel 1

Je zit als hoogleraar in de beoordelingscommissie en je vindt de kwaliteit van het bewuste proefschrift beneden peil. Tegelijk voldoen de vijf artikelen aan de wetenschappelijke standaard, want ze zijn allemaal gepubliceerd. Maak je er een punt van of niet? 

Hij heeft het zelf een keer meegemaakt. Hans Nelen, hoogleraar criminologie, zat in een beoordelingscommissie als extern lid, boog zich dus over een proefschrift aan een andere universiteit en al bij de vraagstelling bekropen hem ernstige twijfels. 

Sommige deelvragen konden onmogelijk worden beantwoord met de methode die de promovendus had gebruikt. “Dat is een ernstig bezwaar. Dus op een formulier met de vraag ‘vindt u dat de kandidaat toelaatbaar is tot de verdediging’ heb ik nee ingevuld. Dat doe je niet zomaar. De promovendus heeft er zijn ziel en zaligheid in gelegd en waarschijnlijk tot het uiterste geploeterd om de klus te klaren.” 

Een paar dagen later volgde overleg. Nelen was de enige die het proefschrift had afgekeurd, al bleken andere leden (vijf in totaal) ook hun bedenkingen te hebben. “Voor de promotores, die eveneens aanschoven en die ik goed ken, was het een pijnlijke bijeenkomst. Het onderzoek leek van meet af aan ontspoord: waarom hadden ze niet bijgestuurd? Eén promotor werd boos, vond de kritiek te ver gaan. Geen prettig gesprek.”

In het proefschrift is één hoofdstuk geschrapt en een reeks passages op andere plaatsen aangepast. “De bewuste universiteit kende een regeling waarbij de promovendus ruim de tijd krijgt voor reparatiewerk, in dit geval een half jaar. Dat verschilt per universiteit. In Maastricht is het erop of eronder, of het moet om minieme aanpassingen gaan.”

En als het dan onder de maat is? “Dan rest maar één conclusie: de promovendus kan het proefschrift niet verdedigen. Dat komt naar mijn indruk zelden voor, maar als je als instelling eenmaal a hebt gezegd moet je ook b durven zeggen.”

Tijdgebrek

Wat als het manuscript uit artikelen bestaat die al in vakbladen zijn gepubliceerd, en dus al een wetenschappelijke toets hebben doorstaan? In de rechtsgeleerdheid komt dat zelden voor, in de criminologie iets vaker, en in de geneeskunde is het vaste prik. De teksten zijn vóór publicatie tegen het licht gehouden door collega-wetenschappers die niets met de studie van doen hebben. Peer review heet dat, een belangrijk beoordelingssysteem in de wetenschap. Toch moet je je daar niet door laten verblinden, waarschuwt Nelen.

“Sinds het aantal publicaties in de afgelopen decennia explosief is gestegen, krijg ik elke week verzoeken om artikelen te reviewen. Daar heb ik niet altijd tijd voor, dus meer dan eens sla ik zo’n verzoek af. En daar ben ik niet de enige in. Soms kunnen tijdschriften gewoonweg niemand vinden, en nemen ze genoegen met wetenschappers die het bewuste veld slecht kennen of op aanpalende vakgebieden zitten. Of ze stuiten op onderzoekers die wél toezeggen, maar die uit tijdgebrek slechts oppervlakkig commentaar terugsturen.”

Pervers

Dat is een euvel waar niet alleen peers zich schuldig aan maken, maar ook sommige leden van de beoordelingscommissie. “Als voorzitter heb ik weleens meegemaakt dat een commissielid één regel wijdde aan het proefschrift: ‘Akkoord met toelating.’ Niet passend en, ook al krijgt de promovendus dat niet te horen, ronduit beledigend. Je vraagt je af hoe goed het commissielid ernaar heeft gekeken.”

De universiteit waar Nelen extern bij betrokken was, kende een formulier dat commissieleden dwingt om grondig commentaar te leveren. Per categorie: structuur, opbouw, vraagstelling, wetenschappelijke waarde, degelijkheid, enzovoorts. “De UM heeft recentelijk in het promotiereglement een lijstje met criteria opgenomen, waarmee leden het proefschrift kunnen beoordelen.  

Dat wetenschappers zich er soms met een jantje-van-leiden van afmaken, valt niet los te zien van de schrikbarende stijging in het aantal promoties, zegt Nelen. “We worden vaker dan ooit gevraagd voor allerlei commissies. En bovendien: hoe kritisch wíllen we kijken, want er zit mogelijk ook een perverse kant aan. Universiteiten krijgen tachtig à negentigduizend euro voor elk proefschrift dat van de band rolt. Een deel van dat geld wordt doorgesluisd naar de faculteiten. Hoe meer promoties, hoe meer geld.”

Doormodderen

Een ander dilemma vormen de buitenpromovendi die geen aanstelling hebben maar wel door UM-hoogleraren worden begeleid. “Als ze niet goed genoeg zijn, zullen ze de eindstreep niet halen. Maar wat als ze op het randje zitten? Sommige begeleiders laten meewegen dat ze van ver zijn gekomen, dat ze in het land van herkomst een gebrekkige vooropleiding hebben gehad, dat de promotie bijdraagt aan de ontwikkeling van het thuisland, et cetera. Houden die argumenten steek? Mag je met twee maten meten?”

Aan de rechtenfaculteit vindt na een jaar een belangrijk voortgangsgesprek plaats. Als de onderzoeker dan onvoldoende grip op de stof heeft, stopt de begeleiding. Nelen heeft recent van twee externe promovendi afscheid genomen. “De een had te weinig zitvlees voor een proefschrift en was te praktisch aangelegd, miste de academische houding. De ander boekte te weinig progressie vanwege persoonlijke omstandigheden en voelde zich uit zijn lijden verlost. Andere promovendi laat je te lang doormodderen, ja, dat komt voor. Nu heb ik er een die al tien jaar bezig is. Niet niks, maar ik heb toch vertrouwen in het eindresultaat.”

Is hij niet bang dat de beoordelingscommissie gehakt maakt van het proefschrift? “Nee hoor, maar dat gevaar bestaat wel altijd, en dan loop je zelf ook een kras op omdat je het verkeerd hebt ingeschat. Maar goed, het is me nog nooit overkomen dat de meerderheid van de commissie een proefschrift van een promovendus van mij afkeurde. Dan sta je ook echt voor schut.” 

Hij moet denken aan hoogleraren die soms wel twintig aio’s tegelijk begeleiden. “Dat is ondoenlijk. Je kunt je afvragen of de faculteit dan niet moet ingrijpen. Te meer omdat zo’n hoogleraar ook nog moet publiceren en onderwijs geven. Wel goed is dat elke promovendus tegenwoordig twee begeleiders heeft, want vier ogen dwingen meer.”

Circuits

Dan is er nóg een interessante kwestie, aldus de criminoloog: wie bepaalt er wie in de beoordelingscommissie zit? “Formeel is het de rector, maar in de praktijk kiest de promotor de leden. Ik acht mijn collega’s hoog en zie geen rare dingen, maar het is niet ondenkbaar dat een promotor denkt: ‘Ik ben er niet gerust op met dit proefschrift, ik benader wat vriendjes en vriendinnetjes, van wie ik op voorhand weet dat ze niet moeilijk doen. Misschien met in het achterhoofd: dat deed ik ook niet toen zij mij vroegen. Voor wat hoort wat. Wetenschap speelt zich toch af in circuits waarin mensen goed met elkaar door een deur kunnen, of niet.”

Wie bekend staat als kritisch, wordt dan niet snel uitgenodigd. Misschien geldt dat ook wel voor Nelen zelf. Geamuseerd: “Door die twee hoogleraren die zich toen door de mangel voelden gehaald, ben ik inderdaad nooit meer gevraagd als commissielid.”

Dilemma’s

Samen met het Platform voor Onderzoeksethiek en Integriteit heeft Observant een reeks dilemma’s opgesteld waarmee wetenschappers te maken kunnen krijgen. Die zullen elke week in Observant verschijnen.

Het Platform voor Onderzoeksethiek en Integriteit, dat in 2018 in het leven is geroepen, heeft zich ten doel gesteld om een gezonde onderzoekscultuur aan de UM te bevorderen. En wel door wetenschappers bewust te maken van de valkuilen, en het gesprek erover op gang te brengen.

Al langer kunnen promovendi de facultaire vertrouwenspersoon inschakelen bij conflicten met collega’s, net zoals elke onderzoeker dat kan doen bij de UM-vertrouwenspersoon. Raakt het conflict aan wetenschappelijke integriteit, dan volgt een melding bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit. Die onderzoekt sinds 2012 klachten van wetenschappelijk wangedrag. Aanleiding was onder meer de affaire Stapel, waarin de Tilburgse psychologiehoogleraar Diederik Stapel werd ontmaskerd als fraudeur.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)