Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Hoe meet je openheid?

Hoe meet je openheid?

Studentenonderzoek

MAASTRICHT. Hoe transparant zijn landelijke en lokale overheden eigenlijk? Dat vroegen de studenten zich af die vorig jaar deel uitmaakten van het Marble-project Transparency. Ieder van hen belichtte het onderwerp vanuit een eigen invalshoek. 

Zo keek Rannveig van Iterson, afgestudeerd in European Studies, naar de invloed van anti-corruptie bureaus zoals OLAF op de transparantie van overheden. OLAF is onderdeel van de Europese Unie en onderzoekt fraude met EU-geld, corruptie en ernstig wangedrag binnen de Europese instellingen. Het idee is dat hoe opener de overheid is, hoe minder corruptie voorkomt.

“Eerst moesten we bedenken hoe je dat onderzoekt”, vertelt Van Iterson. “In het begin hebben we dus vooral gekeken naar onderzoeksmethodes. Ik baalde ontzettend dat ik dit had gekozen, het was zo ingewikkeld.” Het werd helderder toen de studenten twee medewerkers van OLAF konden interviewen. “Zij gaven ons veel achtergrondinformatie over hoe ze werken en wat ze precies doen.” Daarnaast ploegden de studenten oude jaarverslagen en reportages over corruptie door.

Uiteindelijk bleek het nog lastig om een harde conclusie te trekken, in de trant van ‘de openheid is met zoveel procent toegenomen’. “Maar we kunnen wel zeggen dat dit soort bureaus helpen, alleen al door hun bestaan. Ze geven een signaal af: corruptie is niet acceptabel en we doen er alles aan om het te bestrijden. Uiteindelijk heb ik van dit project enorm veel  geleerd en was het echt cool.”

Isabelle De Coninck had een andere focus: lokale overheden. Zij onderzocht, samen met Laura Förste, een Duitse medestudent European Studies, hoe transparant de gemeenten Hamburg en Antwerpen zijn. “We hebben alle soorten communicatie van gemeente naar burger doorgenomen. Dus documenten, brieven, wat er op de website staat, enzovoort.”

De Coninck keek naar een aantal factoren. Bijvoorbeeld de toegankelijkheid, maar ook de begrijpelijkheid van stukken. Vooral dat laatste kan nog verbeterd worden. “Ik ging steeds van mezelf uit: begrijp ik wat hier staat? Vaak ontbreekt de context. Als er een nieuwe regel is en je wilt mensen daarover informeren, moet je ook vertellen wat het nut is en waarom de regel veranderd is.”

Ook aan alles online zetten, zitten nadelen. “Het ‘hersenloos' digitaliseren van documenten is geen efficiënte wijze om de burger te bereiken. Men publiceert te veel informatie waardoor context en structuur wegvallen. Ook komen andere vormen van communicatie in het gedrang. De burger wordt minder actief benaderd: als hij iets wil weten, kan hij het online vinden. Daar moet je mee uitkijken. Niet iedereen heeft toegang tot het internet of begrijpt waar je wat kunt vinden.”

De Coninck, die nu een master vergelijkende en internationale politiek in Leuven doet, had graag nog een enquête uitgevoerd onder de inwoners van Antwerpen en Hamburg, om te kijken wat ze nu zelf van de communicatie van hun gemeente vonden. “Daar hadden we helaas geen tijd voor. Maar ik vond het project fantastisch om te doen. Veel leuker dan droge boeken lezen.”

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)