Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Over de verleidingen van een rooftijdschrift

Over de verleidingen van een rooftijdschrift

Photographer:Fotograaf:

Loraine Bodewes

Serie wetenschappelijke integriteit: deel 4

Een onlangs opgericht tijdschrift heeft je gevraagd om je onderzoek te publiceren maar je vraagt je af of de betreffende redacteur een wetenschappelijke check (peer review) laat doen. Ga je op het verzoek in? Of bied je de tekst aan een vakblad aan, dat wél de wetenschappelijke mores in acht neemt?

Patrick Schrauwen, hoogleraar metabole aspecten van diabetes type 2, vindt het een prikkelende stelling, zoals het Platform voor Onderzoeksethiek en Integriteit die speciaal voor deze artikelenreeks heeft bedacht. Een mooie gelegenheid, vindt hij, om foute tijdschriften onder de aandacht te brengen én de publicatiecultuur in het algemeen. 

Maar eerst: wat zijn dat voor bladen en hoe fout zijn ze? Schrauwen wijst op Gary Lewis, onderzoeker aan de Universiteit van Londen, die dat een paar jaar geleden schitterend illustreerde.

Lewis stuurde een artikel naar het vakblad Psychology and Psychotherapy: Research Study. Hij had onderzocht met welke hand politici hun billen afvegen. De uitkomsten waren opmerkelijk: rechtse politici bleken dat met hun linkerhand te doen, linkse collega’s met rechts. Psychology and Psychotherapy: Research Study was zeer geïnteresseerd en wilde het graag publiceren. Nee hoor, aanpassingen waren niet nodig. Het zou Lewis wel 581 euro kosten.

Zie hier de stiel van een zogeheten predator journal, bladen die worden gerund door oplichters, met als enige doel: geld verdienen. Desnoods met lariekoek. Dat is wat Lewis wilde aantonen met zijn verzonnen experiment. 

En deze rooftijdschriften zitten niet stil, maar benaderen wetenschappers om onderzoek te publiceren. Schrauwen krijgt dagelijks dit soort mails en verwijdert ze ongezien. “Ik ben daar nogal strikt in. Betrouwbare bladen hengelen namelijk niet naar onderzoeksgegevens. Wat wel gebeurt, is dat een editor vraagt om een review-artikel. Dan beschrijf je de stand van zaken op een onderzoeksterrein dat je goed kent.”

Ratrace

Jonge onderzoekers hebben echter niet altijd in de gaten dat ze te maken hebben met predator journals, ook omdat deze bladen het vaak handig weten te camoufleren. “Ze presenteren zich soms als een gloednieuw tijdschrift, met een klinkende naam als Diabetes Science, waarvan de eerste editie hoegenaamd nog niet vol zit. En het geval wil dat ze jouw eerdere artikel met bijzonder veel interesse hebben gelezen.” 

Sommige onderzoekers tuinen daar in, maar anderen gaan misschien bewust in op het verzoek, om het hoofd boven water te houden in de ratrace van publiceren. Daar worden ze immers op beoordeeld en elk artikel is er één.  

De beoordeling van wetenschappers op grond van hun (aantallen) publicaties staat nu ter discussie. Er wordt steeds minder gelet op de afzonderlijke publicaties en meer op de maatschappelijke impact, op hetgeen de artikelen teweeg hebben gebracht? Hebben ze geleid tot een debat? Is het beleid aangepast? Maar ook dan kunnen jonge onderzoekers in de verleiding komen om in zee te gaan met de neptijdschriften, zegt Schrauwen. “Als het niet meer zo veel uitmaakt in welk blad je publiceert, vrees ik dat een nepartikel minder snel wordt ontdekt.”

Voorsprong

Begrijp hem niet verkeerd: er is van alles mis met de traditionele (medische) publicatiecultuur. De H-index (een persoonlijke maat voor wetenschappelijke productiviteit) en de impactfactoren van tijdschriften (een maat voor hoe vaak artikelen worden geciteerd) hebben in de beoordeling te veel gewicht gekregen, zegt Schrauwen. 

Dus ja, het stelsel moet aangepast, maar of het nu zo verstandig is om de impactfactoren en de H-index helemaal op de helling te zetten? “In de voor-aanvraag voor een Veni-beurs spelen ze al geen rol meer. Je moet beschrijven wat je wilt gaan onderzoeken en wat daar het maatschappelijk belang van is. Het gevaar is dan dat degene die zich het beste kan verkopen, een voorsprong heeft.”

Bovendien: hoe meet je überhaupt maatschappelijke impact, vraagt Schrauwen zich af. “Stel dat een wetenschappelijk artikel van vijftien jaar geleden nu ineens door beleidsmakers wordt opgepikt en leidt tot aanpassingen in de gezondheidszorg. Hoe kwalificeer je zoiets? Daar hebben we nog geen antwoord op.”

 

Zes dilemma’s

Samen met het Platform voor Onderzoeksethiek en Integriteit heeft Observant zes dilemma’s opgesteld waarmee wetenschappers te maken kunnen krijgen. Die zullen om de week in Observant verschijnen.

Het Platform voor Onderzoeksethiek en Integriteit, dat in 2018 in het leven is geroepen, heeft zich ten doel gesteld om een gezonde onderzoekscultuur aan de UM te bevorderen. En wel door wetenschappers bewust maken van de valkuilen, en het gesprek erover op gang brengen.

Al langer kunnen promovendi de facultaire vertrouwenspersoon inschakelen bij conflicten met collega’s, net zoals elke onderzoeker dat kan doen bij de UM-vertrouwenspersoon. Raakt het conflict aan wetenschappelijke integriteit, dan volgt een melding bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit. Die onderzoekt sinds 2012 klachten van wetenschappelijk wangedrag. Aanleiding was onder meer de affaire Stapel, waarin een Tilburgse psychologiehoogleraar Diederik Stapel werd ontmaskerd als fraudeur.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)