Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

"Ik heb geen podiumangst. Maar liever laat ik andere mensen shinen"

"Ik heb geen podiumangst. Maar liever laat ik andere mensen shinen" "Ik heb geen podiumangst. Maar liever laat ik andere mensen shinen"

Photographer:Fotograaf:

Loraine Bodewes en archief TO

Alumni over hun dromen. Zijn ze uitgekomen?

“Ik zou niet meer terug willen naar mijn studententijd. Ik was toen zo onzeker, stond zo niet middenin het leven.” Aan het woord is oud-student cultuur- en wetenschapsstudies Tineke Oosterloo, 49 jaar, journalist, sinds haar dertigste samen met Raymond, moeder van twee zoons. “Ik sta niet meer aan de zijlijn, ik doe volop mee.”

Oud-student CWS Tineke Oosterloo

Ze wist het al van kleins af aan: “Ik word journalist. Ik houd van kennis vergaren, ik houd van mensen en wil graag dingen delen. Dat komt allemaal samen in de journalistiek.” Op haar achttiende vertrok Tineke Oosterloo dan ook van het ouderlijk huis in Sneek naar Zwolle, naar de School voor Journalistiek. Tijdens haar stage in het afstudeerjaar merkte ze dat het nog te vroeg was om een baan te zoeken. “Ik dacht: er is nog zoveel dat ik niet weet over de maatschappij, filosofie, kunst, politiek.” Welke studie paste beter bij dat verlangen naar meer kennis dan cultuur- en wetenschapsstudies? “Ik kwam hier in 1993 en ben gebleven”, grinnikt ze. “Ik had dat niet verwacht, al wilde ik niet naar de Randstad, ik heb in Leiden en Amsterdam stage gelopen: te groot, te druk. Maastricht past bij mij: niet groot en met een mooie omgeving waar ik kan wandelen, hardlopen en fietsen.” Ze noemt zichzelf – Drentse wortels, opgegroeid in Friesland - een “Limburger. Ik spreek helaas de taal niet, als ik Maastrichts praat lachen ze me uit. Maar ik versta alles. Mijn man Raymond is een Limburger, hij komt uit Venlo en spreekt ook Maastrichts, net als onze oudste. De jongste niet, die heeft - en dat is toeval -  geen Limburgs sprekende vriendjes.”

Zijlijn

De studie aan de UM “was extra”, ze genoot van het brede scala aan vakken, “het past bij me om verschillende zaken van allerlei kanten te benaderen”. Ze sloot zich niet aan bij een studentenvereniging, “ik kwam overal, bezocht de feesten, ik hoorde er wel en ook weer niet bij. Ik bleef aan de zijlijn. Het was geen kwestie van willen, ik was onzeker, en vond dit wel net zo veilig. Al liet ik die onzekerheid niet aan de buitenwereld zien.”

Tegelijkertijd bleef ze de journalistiek trouw en werkte bij Observant en Omroep Limburg. Bij die laatste ging ze radioreportages maken, maar ook items voor tv. “Radio vind ik het fijnste om te doen. Je bent zelf op de achtergrond, mensen horen alleen af en toe je stem. Je kunt tijdens een reportage aan ‘je onderwerp’ alle ruimte en aandacht geven. Het mooiste compliment dat mensen me kunnen geven is: ‘Het was alsof ik erbij was.’” Zelf hoeft ze niet zo nodig op de voorgrond of in het middelpunt te staan, maar als het nodig is, beklimt ze een podium. “Ik heb geen podiumangst, maar liever laat ik andere mensen shinen.”  

Droombaan

Na haar afstuderen begon ze als voorlichter bij de (toen nog) economische faculteit, maar al snel kwam er een vacature bij L1 op de nieuwsredactie, de club waar ze jaren als student had gewerkt. “Ik wilde dat heel graag, maar mijn droombaan? Nee, in die termen denk ik niet, ik vind dit gewoon superleuk werk. Elke dag is anders, soms ga je de diepte in, soms maak je snel een item. Je komt overal: de burgemeesterskamer op het stadhuis, de Eurotop, het bezoek van president Bush.”

Harde journalistiek

Ze is niet van de “harde journalistiek: keihard doorvragen, iemand het vuur aan de schenen leggen. Ik ben iemand die luistert, meer met de mensen meegaat, al blijf ik uiteraard kritisch.” En zoals veel mensen van de pers, heeft ze nooit een vaste baan gehad. “Ik ben zzp’er, heb altijd verschillende opdrachtgevers gehad.” Op dit moment is ze haar netwerk weer aan het uitbreiden. “Ik heb een tijdje heel weinig gewerkt omdat onze oudste zoon ernstig ziek werd. Het duurde een tijd voor de artsen ontdekten wat er aan de hand was. Gelukkig knapt hij nu goed op en kan hij door met het vwo. Het is een slim kind, heel gedreven en met een brede belangstelling.”

Bon vivant

Zaten die kinderen altijd al in de planning? Ze lacht: “Ik vond het altijd wel leuk, maar was ook realistisch: je moet wel de juiste man treffen, en vervolgens moet het ook nog lukken om zwanger te worden.” Die man kwam ze tegen toen ze rond de dertig was. “Ik was toen heel serieus, Raymond is een bon vivant. Hij is kok, werkt in de horeca, is opgeleid als pianist, deed nog een paar jaar rechten, leest de krant, is intelligent en staat heel relaxt in het leven. Dat was precies wat ik nodig had. In ons huis gaat het er studentikoos aan toe, wij hebben veel mensen om ons heen, er wordt gekookt, we eten lekker, Raymond gaat achter de piano zitten en dan zingen we met zijn allen.”

Achttien

Wat zou de achttienjarige Tineke hiervan hebben gevonden?  “Ze zou niet verbaasd zijn. Ik was op zoek naar balans -  ik ben niet van het groots en meeslepend leven - en die heb ik gevonden. Dat is heel fijn. Maar wat ik me als achttienjarige niet heb gerealiseerd, is dat je een breuk in je cv krijgt door de komst van kinderen. Ik noem mezelf geen feminist, sta ook niet op de barricaden, maar dat zou ik graag anders zien. Dat je als man en vrouw dezelfde kansen krijgt.”

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)