Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Over Limburgse eerstegeneratiestudenten en het nut van rankings

Over Limburgse eerstegeneratiestudenten en het nut van rankings Over Limburgse eerstegeneratiestudenten en het nut van rankings

Photographer:Fotograaf:

Foto boven: archief Tessa Groen. Foto onderin: archief Liza Diane Gordin (Gordin staat rechts) tijdens haar diploma-uitreiking aan UCM

Genomineerden Scriptieprijs

Van de drie studenten die zijn genomineerd voor de landelijke Hoger Onderwijs Scriptieprijs studeerden er maar liefst twee aan de Universiteit Maastricht. Liza Gordin legde data over eerstegeneratiestudenten in Limburg onder de loep. Tessa Groen onderzocht het effect van rankings op het beleid van instellingen. Vrijdag 20 maart zou de winnaar bekend worden gemaakt in de Eerste Kamer. Zou, want de uitreiking is vanwege de coronacrisis uitgesteld. Een nieuwe datum is nog niet bekend.

"Als je eenmaal meedraait in de top, is het relatief eenvoudig om er te blijven"

Genomineerde: Tessa Groen
Thema: rankings; wat betekent het als universiteiten hoog scoren?

Wie wil weten welke universiteiten het beste zijn, kan vooraanstaande ranglijsten als Times Higher Education, QS World University Rankings of Shanghai Ranking links laten liggen. Dat is een van de conclusies in de scriptie van Tessa Groen, afgelopen twee jaar student van de researchmaster Cultures of Arts, Science and Technology.

Naast haar studie werkte Groen als student-assistent bij het Maastricht University Office, waar zij zich bezig hield met internationale ranglijsten. “Het was mijn taak om de data aan te leveren bij de organisaties die de lijsten samenstellen. Dan ga je nadenken: ‘Hoe werken deze rankings eigenlijk en hoe kunnen we ervoor zorgen dat we hoger staan?’”
Wat betekent het überhaupt als universiteiten hoog scoren? Groen besloot haar scriptie aan deze vraag te wijden. Ze onderzocht hoe de data die de universiteiten aanleveren worden verwerkt. Hiervoor interviewde Groen beleidsmedewerkers op verschillende Nederlandse universiteiten, onderzoekers, de Vereniging van Universiteiten (VSNU), het Rathenau Instituut en de organisaties die de ranglijsten samenstellen.

De rankings zijn vooral een marketinginstrument, zegt Groen. “Een manier om je identiteit uit te vergroten. Een master van de Universiteit van Amsterdam bijvoorbeeld staat op nummer één bij ‘mediastudies’ in de QS-ranking. Zij maken hier gretig gebruik van in de marketing.”
Het is geen kwaliteitsmeting, al zegt het wel iets, aldus Groen. Een groot minpunt van alle ranglijsten, vindt Groen, is dat de organisaties die de lijsten samenstellen, bepalen wat excellent is. Bijvoorbeeld hoeveel onderzoeken gepubliceerd worden of hoe snel afgestudeerden een goede baan vinden. Wat ook vaak zwaarwegende factoren zijn: het aantal Nobelprijswinnaars, de man-vrouwverhouding bij studenten en medewerkers, het aantal internationals, de hoeveelheid diploma’s en de dikte van de portemonnee (geld van de overheid en industrie). “Dat zegt niets over de kwaliteit van het onderwijs.”

Bovendien werken de ranglijsten ongelijkheid in de hand, benadrukt Groen.  Een voorbeeld: “Rijke universiteiten kunnen in onderzoeksfaciliteiten investeren, grote onderzoeksprojecten opstarten en betere (goed betaalde) onderzoekers aantrekken. Dat leidt tot meer beurzen en dus nog meer geld, waardoor ze weer hoog scoren in de rankings. Een hogere positie betekent dat universiteiten meer collegegeld kunnen vragen, et cetera.” Als je eenmaal meedraait in de top, is het relatief eenvoudig om er te blijven en als je onderin meedoet is moeilijk om hogerop te komen. “Universiteiten willen zichtbaar zijn en het liefst hoog eindigen op de lijsten. De ranking-instanties willen je data. Dat lukt ze op deze manier.”

Opvallend is dat middelbare scholieren die op zoek zijn naar een universiteit nauwelijks bezig zijn met ranglijsten, zegt Groen. “Scholieren die ik sprak op open dagen denken na over de stad, over het aantal studie-uren, of de richting in de psychologie die ze interessant vinden. Mensen gaan naar Amsterdam om in Amsterdam te studeren. En wil je landbouw studeren? Dan ga je naar Wageningen. Alle opleidingen in Nederland zijn gelijkwaardig en goed.”

Groen woont in Brussel en werkt nu als kwalitatief onderzoeker maar ook na het inleveren van haar scriptie is ze er nog volop mee bezig geweest. “Ik heb al een paar keer een presentatie gegeven aan geïnteresseerden. Bijvoorbeeld aan de VSNU, het Centre for Science and Technology Studies in Leiden en binnenkort waarschijnlijk aan de regering van Vlaanderen.” Haar doel is om een groter, ook niet academisch, publiek te bereiken. “De scriptieprijs winnen is geen doel op zich, maar ik ben blij dat ik hierdoor makkelijker bij kan dragen aan het debat.”

Yuri Meesen



“Het gaat hier om kansengelijkheid”

Genomineerde: Liza Diane Gordin
Thema: Eerstegeneratiestudenten in Limburg

Ze studeerde aan de Universiteit Maastricht, als eerste in haar familie. De 24-jarige Liza Diane Gordin behoort zelf tot de groep eerstegeneratiestudenten waar ze onderzoek naar deed. Haar ouders, geboren in Rusland en in de jaren tachtig naar Nederland (en vervolgens België) gekomen voor “een betere toekomst”, zijn onbekend met het academische wereldje. “Mijn jongere zus is naar de kunstacademie gegaan. Dat was voor mij ook een optie, maar toch zette ik de stap naar de universiteit, omdat ik het zelf wilde, maar misschien ook omdat ik ergens voelde dat mijn ouders dat van mij verwachtten.” Haar eerste keuzes – “ik deed twee opleidingen tegelijk aan de Vrije Universiteit Brussel: ‘kunstwetenschappen en archeologie’ en communicatiewetenschappen” –  bleken toch niet de juiste. Ze switchte naar het University College Maastricht.

Het was niet haar eigen ervaring als eerstegeneratiestudent die haar in de richting van het scriptieonderzoek duwde. Het zaadje werd geplant tijdens haar studentassistentschap bij de First-Generation Taskforce van de Universiteit Maastricht die zich over de werving van eerstejaarsgeneratiestudenten buigt. Begeleid door Trudie Schils, universitair hoofddocent bij de School of Business and Economics, dook ze in de data die door de jaren heen waren verzameld, onder andere bij de Educatieve Agenda Limburg waar Schils programmaleider is. Het is een gezamenlijk initiatief van een aantal Limburgse onderwijsinstellingen, van primair tot hoger onderwijs.

Studenten waarvan pa en ma niet hebben gestudeerd aan een hogeschool of universiteit komen meer obstakels tegen dan studenten die wel in een ‘academische familie’ opgroeien. Daar is genoeg Amerikaanse wetenschappelijke literatuur over geschreven, zegt Gordin. Ze zijn vaak minder geïnformeerd over de opleiding, over hoe er gestudeerd moet worden en wat erbij komt kijken. Ze worden ook minder gesteund door hun ouders, lopen tegen financiële en culturele barrières aan en komen lastiger door het aanmeldproces heen. Dat is in Nederland niet veel anders, blijkt uit tal van beleidsrapporten. Maar waarom dan toch een onderzoek als de uitkomst al bekend is? “Ik wilde weten hoe het studenten vergaat in de regio Limburg, omdat er niet veel onderzoek is gedaan naar regionale verschillen.”

Gordin dook in de gegevens van Limburgse vierdejaars havo en vwo-scholieren uit de jaren 2014-2016 en nam onder andere hun woonplaats, schoolresultaten en support (of het gebrek daaraan) van ouders mee in de analyse. “Toekomstige eerstegeneratiestudenten blijken vooral in Noord-Limburg en in Parkstad te wonen.” Parkstad duikt regelmatig op als regio met een laag opleidingsniveau, zwakke gezondheid, armoede en hoog werkloosheidscijfer. Die bevinding is dan ook niet vreemd. Noord-Limburg is lastiger te verklaren. “Ik heb er verder geen onderzoek naar gedaan; het zou mooi zijn om daarachter te komen.”

Verder concludeert Gordin dat veel toekomstige eerstegeneratiestudenten op de havo zitten (hun ouders verwachten, in tegenstelling tot de kinderen zelf, niet dat zoon of dochter gaat studeren). Gordin: “Je merkt dat de ouders het lastig vinden om over ‘studeren’ te spreken, omdat ze simpelweg niet weten wat bachelor, master of minor betekenen.”
En er speelt meer: Nederlands onderzoek laat zien dat deze jongeren een leenaversie hebben. Ze durven, vaak gevoed door hun ouders, geen geld te lenen, uit angst voor financiële problemen in de toekomst. Eerstegeneratiestudenten verdienen meer aandacht, meent Gordin.
Ze stelt een coaching-of mentorprogramma voor op middelbare scholen waarbij de leerlingen een sparringpartner – een student van de UM – krijgen toegewezen. Daarnaast ziet ze heil in een pre-universiteit-cursus waarbij met toekomstige studenten “essentiële tips en tricks maar ook skills die ze nodig hebben” worden gedeeld. “Het gaat hier om kansengelijkheid. Als je deze groep mist, loop je een groep mis die niet op niveau gaat studeren. Dat is zonde.”

Wendy Degens

Het is de derde keer dat de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) en onderwijsmedium ScienceGuide de Hoger Onderwijs Scriptieprijs uitreiken. Behalve Gordin, afgestudeerd aan het University College Maastricht en Groen, alumna van de faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen, is Daisy Dam, oud-student van de Hanzehogeschool in Groningen genomineerd.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)