Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Met andermans data aan de haal

Met andermans data aan de haal

Photographer:Fotograaf:

Loraine Bodewes

Serie wetenschappelijke integriteit: deel 5

Je hebt als econoom de hand weten te leggen op een enorme berg data, die een bedrijf beschikbaar heeft gesteld. Je weet dat je met deze data een reeks mooie artikelen kunt afleveren. Na de eerste publicatie vraagt een collega uit België om inzage in de ruwe gegevens. Wat doe je?

De onlangs overleden Geert Hofstede, emeritus hoogleraar van de School of Business and Economics, is er wereldberoemd mee geworden. Hij werkte eind jaren zestig bij computergigant IBM, die regelmatig vragenlijsten verspreidde naar vele duizenden medewerkers in de 53 vestigingen over de hele wereld. Met die schat aan gegevens bracht Hofstede de culturele verschillen in organisaties in kaart. Zijn boek Culture’s Consequences (1980) leverde hem eeuwige roem op. 

In deze tijd doen economen of bedrijfskundigen een moord voor bedrijfsdata van Google, Uber of AirBnB. Een bevriende collega van Martin Strobel, hoofddocent bij de School of Business and Economics, beschikte ooit over data van eBay. De collega deed onderzoek naar last-minute-bidding. “Veel mensen beslissen pas op het allerlaatste moment of ze een hoger bod uitbrengen, maar waarom eigenlijk? Je loopt immers het risico dat je achter het net vist.”

Uit een dataset als die van eBay kunnen meerdere artikelen voortvloeien, maar wat als een collega van een andere universiteit na de eerste publicatie om de ruwe gegevens vraagt? Veel economen staan niet te trappelen om onderzoeksdata te delen, wat niet onbegrijpelijk is. Ze zijn bang dat een ander met eventuele vervolgartikelen aan de haal gaat. “Maar je hoeft natuurlijk niet alles te delen”, zegt Strobel, die zelf niet met bedrijfsdata werkt maar experimenten op touw zet. “Ik zou alleen de gegevens opsturen die relevant zijn voor het gepubliceerde artikel.” 

Rechter

Maar ook dat is soms niet mogelijk. eBay is met de onderzoeker in zee gegaan, nadat die een confidentiality agreement heeft getekend. En dus heeft beloofd dat de bedrijfsgegevens te allen tijde onder de pet blijven, al mocht de onderneming wel met naam en toenaam in de artikelen wordengenoemd. 

Dat is niet bepaald in de geest van open science, waarbij transparantie voorop staat. Nee, erkent Strobel, maar dat bedrijven niet in hun keuken laten kijken, is ook wel weer begrijpelijk. De geheimhouding betekent tevens dat de studie niet gerepliceerd kan worden. Dat terwijl herhaalstudies het hart vormen van de wetenschap, bevindingen winnen pas aan geloofwaardigheid als ze vaker worden aangetoond.”

Dat mag allemaal zo zijn, zegt Strobel, maar als een onderzoeker geheime data deelt, eindigt die voor de rechter. Zo simpel is het. Open science is belangrijk maar gegevensbescherming is belangrijker. Niet alleen als het gaat om bedrijven maar ook in het geval van geïnterviewden. Economen die vragenlijsten rondsturen, vragen vooraf toestemming - informed consent – om de antwoorden te gebruiken. Daarna mogen ze die niet zomaar uitwisselen met anderen, als dat niet vooraf is afgesproken. Dan moeten alle deelnemers eerst weer groen licht geven. Dat kan een heel gedoe zijn als het honderden respondenten betreft. Hetzelfde geldt voor patiëntenonderzoek, ook die uitkomsten mag je niet met derden delen.”

Blunders

Het zou schelen als er betere methoden zouden zijn om respondenten te anonimiseren. “Het volstaat niet altijd om namen weg te werken. Je wilt ook voorkomen dat mensen in beeld raken wanneer datasets met elkaar worden verbonden, zoals Google &co doen. Op dit moment wordt hier veel onderzoek naar gedaan.”  

Ondertussen eisen meer en meer economische tijdschriften dat auteurs de ruwe data, mits geheim, meesturen met het artikel. “Dat gebeurt nu mondjesmaat, maar dat zal zeker de trend worden. Dit ook om blunders te voorkomen zoals de economen Reinhart en Rogoff die maakten. In hun artikel beweerden ze dat als de staatsschuld boven de 90 procent komt, de economische groei stagneert. Het was voor de Duitse minister Schäuble een argument om Griekenland tijdens de crisis zo hard aan te pakken. Alleen bleken de analyses van Reinhart en Rogoff niet te kloppen. En wel vanwege een praktische blunder: een deel van de ruwe data was weggevallen en niet in de analyses meegenomen.

 

Zes dilemma’s

Samen met het Platform voor Onderzoeksethiek en Integriteit heeft Observant een reeks dilemma’s opgesteld waarmee wetenschappers te maken kunnen krijgen. Die zullen elke week in Observant verschijnen.

Het Platform voor Onderzoeksethiek en Integriteit, dat in 2018 in het leven is geroepen, heeft zich ten doel gesteld om een gezonde onderzoekscultuur aan de UM te bevorderen. En wel door wetenschappers bewust te maken van de valkuilen, en het gesprek erover op gang te brengen.

Al langer kunnen promovendi de facultaire vertrouwenspersoon inschakelen bij conflicten met collega’s, net zoals elke onderzoeker dat kan doen bij de UM-vertrouwenspersoon. Raakt het conflict aan wetenschappelijke integriteit, dan volgt een melding bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit. Die onderzoekt sinds 2012 klachten van wetenschappelijk wangedrag. Aanleiding was onder meer de Stapel-affaire, waarin de Tilburgse psychologiehoogleraar Diederik Stapel werd ontmaskerd als fraudeur.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)