Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Leven is tegen de wind in roeien. Wie niet leert, drijft af”

“Leven is tegen de wind in roeien. Wie niet leert, drijft af” “Leven is tegen de wind in roeien. Wie niet leert, drijft af” “Leven is tegen de wind in roeien. Wie niet leert, drijft af” “Leven is tegen de wind in roeien. Wie niet leert, drijft af” “Leven is tegen de wind in roeien. Wie niet leert, drijft af” “Leven is tegen de wind in roeien. Wie niet leert, drijft af” “Leven is tegen de wind in roeien. Wie niet leert, drijft af” “Leven is tegen de wind in roeien. Wie niet leert, drijft af” “Leven is tegen de wind in roeien. Wie niet leert, drijft af”

Photographer:Fotograaf:

Observant

Saurus eerstejaars dames acht: trainen, trainen, trainen en dan houdt door corona alles op

Ze hebben één doel, één boot, één team. Maandenlang staan ze voor dag en dauw op om te trainen, drinken geen alcohol, letten op hun eten, slaan feestjes over en gaan op tijd naar bed. En dan klinken op 12 maart de woorden van minister Bruno Bruins tijdens de corona-persconferentie: “Alle evenementen met meer dan honderd personen worden in heel Nederland afgelast.” Het is twee dagen voor de Heineken-roeivierkamp op de Amstel – het moment om te kijken hoe je er als dames acht van Saurus voorstaat. Een dikke drie weken daarna, op 5 april, is de Varsity op het Amsterdam-Rijnkanaal bij Houten, de eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen die met hoofdletters in de roeiagenda staat. 

Bojo
Buiten regent het pijpenstelen. Het is iets na negen op maandagavond 18 november. Alle kersverse wedstrijdteams en hun coaches zijn aan het dineren in de stad. Ze hebben gisteren gehoord dat ze na drie weken selectietrainingen zijn uitgekozen. Rond half tien zullen ze zich aan de rest van de vereniging voorstellen in de kroeg van het Sauruscomplex. Beetje bij beetje stroomt de zaal vol met verrassend vrolijke Sauriërs; hun natgeregende kleding kan de pret niet drukken. Om klokslag half tien gaat de muziek aan: ‘Summer of ’69’ van Bryan Adams is het eerste nummer. “Those were the best days of my life”, klinkt het. Of dat zo is, zal het komende roeiseizoen blijken.
Het wordt tien uur, half elf. Nog steeds geen wedstrijdteams. Hebben ze koudwatervrees gekregen? “Het diner is een beetje uitgelopen”, zegt Saurus-voorzitter Rosalie Bovy. Nog geen vijf minuten later klimt het eerste team op de bar. Aan de bojo, de bootjongste, de taak om het team voor te stellen. Dat is niet altijd even gemakkelijk: niet alleen is het een opgave om boven het geroezemoes uit te komen, ook de namen zijn vaak nog lastig. De teams zijn immers maar net officieel. Na iedere introductie zet voorzitter Rosalie het Sauruslied in en zingen alle aanwezigen – ook de internationals – uit volle borst mee. Voordat een team van de bar mag, wordt er in rap tempo een biertje ge-ad. Het derde team zijn de eerstejaars dames acht. Acht meiden en een jongen, het stuurtje. ‘Tje’, want een deel van de roeisters steekt boven hem uit. Van de 26 sporters die een gooi deden naar een plaats zijn deze acht overgebleven. Bojo Rinske introduceert hen en na het biertje stappen ze van de bar. Feestjes, laat naar bed: nu mag het nog. De periode tot aan de kerst zal vooral in het teken staan van leren roeien en een op elkaar ingespeeld team smeden.

“Perfect roeiweer”
We zijn een maand verder. Het gaat niet goed zo met de knie van Rinske. Zij zit vandaag niet in de boot, maar rijdt langs het kanaal mee op de fiets. Er is geen wind. “Perfect roeiweer”, concludeert Rinske. Op vaste plekken laat Sauruscoach Alexander Pennings (een van de vier coaches van het team) de boot stoppen om tips te geven. Hét moment voor de roeisters om een slokje water te nemen. “Focus op de eerste en derde stop”, roept Alexander vanaf de kant. Chinees voor de leek, maar de dames knikken. Ook de Duitse Line, die het Nederlands prima lijkt te volgen. “I understand most. I’m doing a Dutch class”, vertelt ze na de training. Anne-Fleur valt haar bij: “Ze spreekt meestal Engels, maar in de groupchat doet ze wel veel in het Nederlands.”

Knappe fysiotherapeut
“Wat is jouw naam?”, vraagt de Spaanse stuur Max. “Mijn naam is Line. Ik ben negentien.”. Tot zo ver zijn Nederlands, lacht Max. Hij begrijpt “the rowing stuff”, maar spreekt verder alleen Engels met het team. Hij is gestopt met zijn Nederlandse les. Te moeilijk voor een Spaanstalige, vindt hij. De Duitse Paula luistert mee met het tweetal en zegt het meeste wel te begrijpen. Ze spreekt zelfs Chinees op B2-niveau; het stapje van Duits naar Nederlands is dan klein. “Tot ziens” is het belangrijkste, zegt ze. “I say it everytime I leave a store.” Kristina: “Ik kom uit Duitsland. Ik heb zes jaars in Hamburg gewoond en ik ga veel Nederlands leren in deze team.” Nog niet helemaal foutloos, maar ze durft, en elke Nederlander zal precies begrijpen wat ze zegt.
Elke woensdagavond eet het team samen. Deze 12e februari zijn we bij Max, die in de hoge toren van de UM Guesthouse woont. Sinds 11 januari zijn ze ‘in training’. Dat betekent onder andere geen alcohol, acht trainingen per week, geen feestjes, minimaal acht uur slaap en een strak dieet. “I’m a picky eater”, zegt Paula. “I don’t diverse enough”. Dat blijkt ook uit het voedseldagboek dat ze bijhouden. Teamoudste Kristina houdt in de gaten of iedereen aan de grote tafel, inclusief ondergetekende, genoeg eet van de huisgemaakte pastasalades. Een veganistische voor Line, die vegetarisch en lactose-intolerant is, en eentje met worst. “Pastasalades zijn we goed in”, lachen ze.
De stroom valt uit. “I guess we have to eat in the dark”, zegt Max. Bij kaarslicht komt het gesprek op de fysiotherapeut van Saurus, die ontzettend knap is, aldus Paula. Rinkse: “It’s for free Paula, you can go.” Gelach. Ook de broer van Anne-Fleur blijkt een aantrekkelijke jongen. Ze ‘moet’ haar telefoon trekken om hem te showen. Paula scrolt ondertussen geïnteresseerd door Grindr op de telefoon van Max. Niet schrikken van de foto’s bij sommige profielen, waarschuwt hij.
Tijd voor serieuze zaken. Dit weekend wordt er geroeid in Delft. “Denk eraan”, zegt Rinske. “Niet je paspoort vergeten.” Wie slaapt waar en wat doen ze met vervoer? Terwijl het gros van het team enthousiast door elkaar praat, is Anne-Fleur stil. Ze kan niet meedoen. Reden: een ontstoken pees in haar knieholte. “Over vier weken is de volgende wedstrijd. Ik hoop dat ik er dan bij ben.”
Hoe ging het in Delft? Ze worden 12e, van de zestien. “Iedereen was supergretig en opgewonden. We wilden zo graag dat het soms een beetje slordig werd”, analyseert Brecht. Desalniettemin “prima” voor een eerste wedstrijd.

Roeien zonder schoenen
Een week later, ochtendtraining. In de verte nadert een enorm vrachtschip. Het is Max’ verantwoordelijkheid om de boot er veilig langs te loodsen. Max is een prima stuur, daar is het team het over eens. Maar dit zijn precies de situaties waarin hij een beetje gestrest raakt. Volgens de verkeersregels moet hij rechts erlangs, maar het schip laat links veel meer ruimte. Wat nu? Het enorme gevaarte komt dichterbij. Max kiest voor links, de wenkbrauwen van coach Alistair Hannaford fronzen, maar geen nood, het gaat goed.
De lange (1,80m) Lea Nettemann (20) zit vandaag in de boot. Ze is de vaste invaller. Lea viel na twee weken selectietrainingen met een blessure uit. Thuis in Luxemburg deed ze jaren aan klassiek ballet. “I’m used to working with my legs, but not with my upper body: my arms turned blue and I got cramps.”
De Britse Alistair coachte eerder al een aantal jaar in het Verenigd Koninkrijk. Met Anne-Fleur – die nog last van haar pees heeft, maar toch nagenoeg elke training erbij is – fietst hij mee langs de Zuid-Willemsvaart. Sommige dames leunen te ver naar achter, vindt hij. Bij de sluis, een van de ‘vaste’ stoppunten, grijpt hij in: ze moeten hun voeten uit de vastgeschroefde schoenen halen, dan kunnen ze niet meer te ver naar achteren leunen. “The beginning of the training was a little rough, but the end was very strong”, concludeert een tevreden coach na de training.

‘Streef’
“Goed gegeten? Goed geslapen?”, vraagt coach Wies van der Heijden op woensdagochtend 4 maart aan een gespannen Berber, Emma en Rinske. Vandaag is de beruchte ergometertest. Dit drietal is ’s ochtends aan de beurt; de rest in de middag. De coaches hebben het team de afgelopen maanden goed bekeken, informatie verzameld en op basis daarvan een zogenoemde persoonlijke streeftijd voor twee kilometer op de ergometer bepaald, legt Wies uit. Hoe sterker de roeister, hoe lager de streeftijd. Anne-Fleur heeft de laagste en zou dus de snelste moeten zijn, maar juist zij is nog altijd geblesseerd. Rinkse: “Mensen maken er altijd een big deal van. Ik ben helemaal zenuwachtig.” Emma, de meest ervaren roeister van het team, lijkt het rustigste: “Ik heb goed geslapen, echt chill.” Wies regelt een ergo-muziekje. Max komt binnen om zijn team te steunen. “Die kniebeschermers, zal ik dat nu wel doen of niet?”, aarzelt Rinske. “Ik probeer met.” De roeisters gaan zitten voor een laatste instructie van Wies: “De eerste 1200 meter probeer je zo soepel mogelijk je ‘streef’ vol te houden. De 500 meter daarna mag je er absoluut niet meer boven komen en de laatste 300 meter trekken jullie een eindsprint. Zijn er vragen?” Rinske herhaalt voor de zekerheid het plan nog een keer. En mogen ze nog snel naar de WC? Wies: “Snel! Anders koelen jullie te veel af.”
“Voeten in! Handen aan! Saurus opgelet, GO!” De roeisters gaan keihard van start. “De eerste 200 meter zitten erop. Ziet er goed uit”, zegt Wies.  Even later: “Jullie zijn allemaal over de helft. Nu niets meer onder de streeftijd”, roept Wies. “Maak je klaar voor de eindsprint.” Max zit aan de zijkant, houdt de adem in. “Alles eruit, helemaal leeg”, roept Wies. Gehijg, zweet en rode hoofden op de gang na afloop. “Ik krijg er hoofdpijn van”, zegt Berber. Maar aan het einde van de dag is het leed geleden en zijn alle streeftijden ruim gehaald.

Coronapersconferentie
“Vier maanden elke dag trainen. Dat is niet altijd leuk”, verzucht Brecht op vrijdagochtend 13 maart aan de telefoon. “Je wilt er wel iets voor terug zien, we zouden eindelijk weer een wedstrijd roeien.” Gisteravond, na de training, was de eerste corona-persconferentie. De training was goed, het ging lekker, ze waren er klaar voor. Maar alle evenementen met meer dan honderd mensen worden afgelast, zei de minister. Brecht: “De Varsity gaat ook niet door.” Ze was samen met Berber toen ze het hoorde. “We waren allebei stil, voelden ons kut. Wat hebben we de afgelopen vier maanden gedaan?” Ze zit in de trein naar Breda om haar ‘puffer’ thuis op te halen, want “we hebben besloten om wel te blijven trainen.” Om drie uur stuurt ze een appje: “Update: Saurus is t/m 31 maart gesloten, ook voor trainingen.”
Als de coronamaatregelen overal in Europa strenger worden, gaat het gros van het team naar huis. Wel besluiten ze om in elk geval tot en met 6 april met thuisschema’s en op de ergometer te blijven trainen. En drank is ook nog altijd niet aan de orde. Tot 1 juni zijn alle grote evenementen afgelast en op 5 juli is de laatste wedstrijd van het seizoen. Er is dus nog een kans dat ze de boot in kunnen. Maar op die zesde april valt het doek.

Skiff-klasjes
“Toen die eerste wedstrijd werd afgelast was ik er helemaal klaar mee”, zegt Emma eind juni. “Nu kijk ik terug op vier koude, maar heel leuke, trainingsmaanden. Ik heb er geen spijt van.” Een dikke twee maanden nadat het team uit training gaat, zien ze elkaar nog regelmatig. “We proberen een keer per week samen te eten met de mensen die in Maastricht zijn. Daarnaast nemen we samen skiff-klasjes [eenpersoonsboot, red.]. Dat mag wel.” De meesten willen komend jaar nog eens proberen de selectie te halen. Brecht, Emma, Berber, Paula en Rinske sowieso. Anne-Fleur en Line twijfelen, en Kristina rondt dit academisch jaar haar master af.

Het team:

  • Line Thielemann (20, Schwerin, Duitsland) (op slag) is eerstejaars internationaal en Europees recht en is naar eigen zeggen “erg competitief”. Toen ze naar Maastricht kwam was het geen vraag óf ze ging sporten, maar welke het ging worden. “Ik houd van watersport: ik heb elf jaar gezeild.” Dat zeil ging eruit, de roeispanen erin. Opmerkelijk aan Line is dat ze lactose intolerant en vegetariër is. Dat maakt het lastig om eiwitten voor de spieren binnen te krijgen.
  • Paula Lubrich (21, Düsseldorf, Duitsland) is eerstejaars European Studies en een van de teamgenoten met ervaring: In Duitsland roeide Paula al een tijdje op hoog niveau. Daar stopte ze mee vanwege een knieblessure. Maar ze kreeg heimwee: “Het is het gevoel dat je krijgt als je over het water glijdt.” Het moeilijkste aan het topsportleven? Je aan het dieet houden. Fun fact over Paula: na de middelbare school woonde ze twee jaar in China en spreekt daardoor een aardig woordje Chinees.
  • Berber Hoogland (20, Roodkerk, Nederland) is eerstejaars University College Maastricht en een van de powerhouses van het team. Ze was in eerste instantie niet van plan om bij een vereniging te gaan, laat staan om een topsportjaar te doen. “Maar je rolt erin.” Haar vader heeft veel geroeid en het zit haar duidelijk ook in de genen: Berber is met haar 1,85m een stabiele kracht in het midden van de boot.
  • Kristina Kock (26, Meldorf, Duitsland) is masterstudent ‘Learning and development in organisations’ is 26 en dit jaar de oudste wedstrijdroeier van de vereniging. Ze schreef zich in bij Saurus uit interesse voor de sport. “Ik vond het leuk en gaf me op voor het selectietraject.” Kristina brengt lengte (1,80) en kracht, maar vooral rust in het team. Ze weet al wat het is om te studeren, om op zichzelf te wonen. “Ik respecteer de meiden enorm dat ze die nieuwe ervaringen combineren met het wedstrijdroeien.” De favoriete Nederlandse uitspraak van deze Duitse: “Leven is tegen de wind in roeien. Wie niet leert, drijft af.”
  • Rinske Jongma (19, Eindhoven, Nederland) is eerstejaars UCM en de jongste van het team. Rinske is een van de twee roeisters (Emma ook) met een vriend. “Maar die roeit ook, dus hij weet hoeveel tijd het kost.” Ze werd tegen haar eigen verwachting in geënthousiasmeerd voor de sport en het verenigingsleven tijdens de introductieweek. Het is de eerste keer dat ze aan teamsport doet. “Superleuk om mee te maken.” Wat het precies zo mooi maakt? “Ik vind het een lekker gevoel als alle bladen tegelijk het water in- en uitgaan.”
  • Anne-Fleur Schonck (23, Eindhoven, Nederland) is eerstejaars gezondheidswetenschappen, 1,86m lang, en de sterkste van het team. Wat hard trainen is weet ze al; na de middelbare school speelde ze een tijd professioneel tennis. Ze moest stoppen vanwege blessureleed en besloot om te gaan studeren. Ze miste het (top)sporten. Haar zus roeide in Amsterdam, goed voorbeeld doet goed volgen.
  • Emma Spaargaren (19, Alkmaar, Nederland) is eerstejaars Biomedische Wetenschappen en roeide al toen ze nog thuis woonde. Ze is de meest ervaren roeier van het team. Emma nam na haar middelbare school een tussenjaar en miste het roeien enorm. Daarnaast zit haar oudere zus al langer bij Saurus, dus het stapje naar de vereniging was klein. Ze roeit het beste met twee verschillende sokken aan (zie foto).
  • Brecht van der Velden (20, Breda, Nederland) is eerstejaars geneeskunde. Ze heeft de smalste heupen van het team en zit daarom op boeg, aldus de instagrampagina van het team (@ejd.2020). Brecht verschijnt nooit alleen op de training: vanwege haar inspanningsastma heeft ze altijd haar ‘puffer’ op zak. Topsport is haar niet onbekend: van 2015 t/m 2017 (beach)volleybalde ze in de top van Nederland, trainde tot dertien uur per week en speelde in het weekend vaak twee wedstrijden. Ze koos voor de studie in plaats van sport. “Roeien is compleet anders, maar ik hou van het teamgevoel en het is leuk om ergens heel goed in te zijn. Ik wil echt het hoogst haalbare.”
  • Max Griera (18, Barcelona, Spanje) is eerstejaars bij UCM en de stuur van het team. Waarom hij dit topsportleven wil? “Dat vraag ik mezelf ook wel eens af”, zegt hij lachend. “Ik wilde eerst zelf roeien, maar ik ben met mijn 62 kilo te licht en daarnaast kost het heel veel tijd. Als stuur offer ik minder vrije tijd op. Ik hoef er alleen bij te zijn als we op het water trainen.” Ook Max stapt zonder roeiervaring in de boot. Het was zijn voorkeur om bij een damesteam te sturen – “Ik hecht sneller met vrouwen” – en werd op zijn wenken bediend: hij kreeg er acht.

Achtergrond bij dit artikel
Saurus doet het beter dan elke andere Maastrichtse studentenvereniging als het gaat om internationalisering. Ze halen veruit de meeste buitenlandse studenten binnen, die ook steeds beter vertegenwoordigd zijn in de wedstrijdselecties en zelfs in het bestuur. Het sportieve aspect van de vereniging speelt een grote rol in dit succes, denkt voorzitter Rosalie Bovy. “Sport spreekt geen taal.” Toch is taal, als maatstaf voor de integratie van de buitenlandse Sauriërs, in eerste instantie de aanleiding voor dit artikel. Wat is de voertaal in de boot? En in de vereniging? Hoe snel pikken de buitenlanders het Nederlands op?
Daar kom je het beste achter door een aantal weken een internationaal wedstrijdteam te volgen, zoals de hoofdredacteur deed met een herenvierteam in het academisch jaar 1999/2000 (te vinden via de online Observant-database van de universiteitsbibliotheek in de editie van 22 juni 2000). Observant ging mee tijdens een buitentraining, eentje op de ergometer, een van de wekelijkse gezamenlijke maaltijden en natuurlijk een wedstrijd, zo was de bedoeling. Het eindpunt zou studentenroeiwedstrijd Varsity zijn, zij het dat deze vanwege corona niet doorging.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)