Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Rector liet proefschrift Jansen Steur onderzoeken

Rector liet proefschrift Jansen Steur onderzoeken

Photographer:Fotograaf: archief MST

MAASTRICHT. De affaire rond neuroloog Ernst Jansen, voorheen Jansen Steur, heeft ook een Maastrichtse vertakking. Hij promoveerde in 1994 aan de UM, toen nog Rijksuniversiteit Limburg. Het proefschrift is afgelopen voorjaar door de commissie wetenschappelijke integriteit van de UM onderzocht.

De neuroloog, die op dit moment in rechtszaken is verwikkeld wegens medisch wangedrag als arts in het Medisch Spectrum Twente (MST), promoveerde in juni 1994 in Maastricht op een proefschrift over de ziekte van Parkinson, zijn specialisme. Promotor was prof. Jaap Troost, destijds vakgroepsvoorzitter bij neurologie en in die periode ook voorzitter van het stafconventsbestuur in het academisch ziekenhuis Maastricht. Hem is, zegt hij, in die periode niets ongebruikelijks opgevallen in het contact met Jansen: “Ik kende hem al uit het MST in Enschede, waar ik van 1984 tot ’91 als neuroloog gewerkt heb. Daarna ben ik naar Maastricht gegaan. Noch vroeger, noch tijdens het promotietraject heb ik ooit iets vreemds aan hem gemerkt.”

Troost zelf heeft Jansen, die niet alleen een goede reputatie als arts had maar tevens als onderzoeker, gesuggereerd om op basis van zijn wetenschappelijke artikelen te promoveren. Dat gebeurde. Voorzitter van de beoordelingscommissie was de farmacoloog prof. Harry Struijker Boudier.

Begin 2013 kondigde het bestuur van het MST aan dat, na alle aandacht voor het medisch handelen van Jansen, nu ook zijn wetenschappelijke publicaties onder de loep zouden worden gelegd. KNAW-president Hans Clevers zei daarover in Nieuwsuur: “De fouten die hij in zijn behandelingen maakte, zullen zijn doorgesijpeld in zijn wetenschappelijke werk." Die suggestie was ook al gedaan door de externe onderzoekscommissie ‘Lemstra’ die in 2009 een vernietigend rapport schreef over het (dis)functioneren van Jansen.

Voor UM-rector Luc Soete was dit aanleiding om het Maastrichtse proefschrift van Jansen voor te leggen aan de eigen commissie wetenschappelijke integriteit van de UM, onder leiding van jurist en em. prof. Theo van Boven. Hoofdvraag: voldoet het proefschrift aan de eisen van wetenschappelijke integriteit?

De commissie bestond naast Van Boven uit cultuurwetenschapper em. prof. Wiel Kusters en de medicus em. prof. Harry Hillen. Die laatste verving Harry Struijker Boudier, die immers bijna twintig jaar geleden betrokken was geweest bij de totstandkoming van de dissertatie. Op 16 mei rapporteerden ze aan rector Soete in een brief van twee pagina’s. Die brief heeft Soete deze week op verzoek aan Observant overhandigd.

Het viel de commissie niet gemakkelijk, zo blijkt uit de rapportage, om Jansens proefschrift te beoordelen. Het bestaat uit een aantal artikelen, merendeels uit de jaren tachtig, een enkele van later datum, na 1990. Databestanden uit die tijd “zijn hoogstwaarschijnlijk niet meer voorhanden” en de vraag of Parkinsonpatiënten destijds toestemming hadden gegeven voor Jansens onderzoek – hij claimt van wel – is zoveel jaren later nagenoeg onbeantwoordbaar. 

Promotor Troost had geen reden om achterdochtig te zijn en is dat nog steeds niet, laat hij desgevraagd weten: “Ik heb er nooit aan getwijfeld. Die artikelen schreef hij samen met andere neurologen, uit Rotterdam, Groningen, Amsterdam, hij publiceerde niet in z’n eentje, altijd in groepsverband en met integere groepen.” Van Boven meldt in zijn rapport dat Troost “een deel van de databestanden tot stand heeft zien komen.” Diens “indruk” is dat dat “op correcte wijze” is gebeurd.

Bovendien, zegt Van Boven, zijn alle artikelen in gerenommeerde tijdschriften verschenen alvorens ze in het proefschrift belandden.

Struijker Boudier wees er bij Van Boven op dat zijn beoordelingscommissie uit gerenommeerde wetenschappers bestond, die “naar zijn herinnering” geen vraagtekens “bij de wetenschappelijke kwaliteit van het proefschrift” hadden geplaatst. Schriftelijk bewijs daarvoor is er niet meer: promotiedossiers worden op grond van de Archiefwet na vijf jaar vernietigd.

Al met al luidt de conclusie van Van Boven c.s. dat “er op dit moment geen concrete aanwijzingen zijn dat de wetenschappelijke integriteit geschonden is (…).” Noch is er “aanleiding (…) tot een diepgaand vervolgonderzoek van de zijde van de UM”. En, voegt Van Boven daaraan toe, “zonder de ruwe databestanden achten wij een dergelijk onderzoek overigens weinig zinvol”.

Toch, zo blijkt uit de voorzichtige formuleringen, houdt de commissie een slag om de arm. Echt diepgaand onderzoek heeft men immers niet verricht, eerder is sprake van wat juristen een marginale toetsing noemen: is er aan bepaalde randvoorwaarden voldaan. In zijn laatste zinsneden verwijst Van Boven naar het in januari door het Medisch Spectrum Twente aangekondigde “officiële en onafhankelijke onderzoek” naar de publicaties van Jansen. Daaraan zou de UM “uiteraard” haar medewerking dienen te geven.

Zover is het niet gekomen. Er is onderzoek geweest vanuit het MST maar contact met de UM heeft men vermoedelijk niet opgenomen; Van Boven heeft er althans niets over gehoord. Hoe dan ook, een maand na zijn eigen verslag rapporteerde de Twentse commissie. Die heeft zich echter beperkt tot de vraag of Jansen in zijn wetenschappelijk werk “de hiervoor geldende wetgeving in acht heeft genomen”. Daarbij gaat het om wetgeving rond medisch onderzoek. Uit het resultaat is niet meteen duidelijk of men artikelen heeft onderzocht die in het proefschrift terecht zijn gekomen; Jansens proefschrift als zodanig wordt niet genoemd.

Promotor Troost intussen heeft de afgelopen jaren het nieuws over Jansen met stijgende verbazing gevolgd. Sinds de promotie in juni 1994 heeft hij geen contact meer gehad met Jansen (“hij noemde zich toen nog geen Jansen Steur, dat kwam later”). Ook na 1990, het jaar waarin de neuroloog een verkeersongeval kreeg waarna hij medicijnen is gaan slikken, iets wat volgens hemzelf tot een verslaving en afwijkend gedrag leidde, merkte promotor Troost niets: “Ik heb in die periode normaal met hem gesproken. Ook Struijker Boudier merkte niets, heeft hij me verteld. Ja, het was een beetje een eigenwijze man, en hij vond zichzelf wel goed, geloof ik. Pathologisch zou ik het niet noemen.”

 

 

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)