Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Huisarts krijgt hulp om depressie te herkennen

Huisarts krijgt hulp om depressie te herkennen

Wie last heeft van depressie of angsten, gaat als eerste naar de huisarts. Maar die weet daar vaak geen raad mee. Zo missen huisartsen driekwart van de patiënten met een depressie. Aan de UM zijn twee tools onderzocht die houvast bieden.

De uitkomsten van een eerder omvangrijk Europees onderzoek liegen er niet om. Daaruit blijkt dat huisartsen bij 40 procent van de patiënten een angststoornis over het hoofd zien en bij 67 procent een depressie. Bij 27 procent overschatten ze juist de somberheid. Slechts 23 procent van beide groepen patiënten krijgt de juiste hulp in de eerstelijnszorg. 

De Maastrichtse onderzoeker Luc Gidding, die op 1 oktober promoveert, kwam tot vergelijkbare bevindingen. Hij zette focusgroepen op touw met onder meer huisartsen, psychologen en patiënten en ook daaruit blijkt dat veel huisartsen een depressie niet goed herkennen of de ernst ervan verkeerd inschatten. Soms geven ze helemaal geen diagnose, tot groot ongenoegen van patiënten.

De eerste indruk van huisartsen is vaak goed, zegt promotor Geert-Jan Dinant, UM-hoogleraar huisartsgeneeskunde. “Een depressie of angststoornis schiet al snel door hun hoofd, maar hoe kom je erachter of het klopt?”

Dinant heeft in de jaren tachtig een paar jaar in de psychiatrie gewerkt, zegt hij. “Daar tref je patiënten, van wie je op tien meter afstand al ziet dat ze depressief zijn. Aan hun houding, bewegingen, mimiek, aan alles. Maar toen ik overstapte naar een huisartspraktijk, zag ik die mensen niet meer. Sindsdien krijg ik patiënten over de vloer die zich moe voelen, niet meer zo enthousiast zijn, maar wel nog werken, voetballen, en af en toe wat gaan drinken. Mensen met milde depressies dus, en die zijn een stuk moeilijker te herkennen.” 

Laaggeletterden

Om huisartsen op weg te helpen, heeft promovendus Gidding een internet-tool ontworpen, een lijst van vijftig vragen over klachten en mogelijke oorzaken, die patiënten thuis invullen. Uit de antwoorden volgt geen keiharde diagnose maar een advies: waarschijnlijk wel of geen depressie. Dat alles komt vervolgens ter tafel in een gesprek, inclusief een actieplan. “Het kan zijn dat de patiënt een conflict in de familie onder ogen moet zien, dat hij moet stoppen met drinken, of gezonder moet gaan leven.” 

De vragenlijst, PsyScan geheten, geeft huisartsen (en praktijkondersteuners ggz) meer houvast, maar zijn patiënten ook beter af? Het promotieonderzoek, onder 336 patiënten in de regio Eindhoven, wijst uit dat veel meer PsyScan-patiënten na een jaar waren opgeknapt dan degenen die regulier waren behandeld. Om precies te zijn: 60 procent van de PsyScan-groep had de helft minder klachten, tegenover 32 procent in de reguliere groep. 

Een hele verbetering, zegt Dinant, maar er valt nog het een en ander te doen. “De formulering van de vragen is misschien te ingewikkeld voor laaggeletterden, een extra versie zou welkom zijn. Net zoals vertalingen in het Arabisch en Engels. Bovendien zou je willen dat het instrument landelijk wordt gebruikt en niet alleen in de regio Eindhoven.”

Seksuele stoornis

Een advies dat ook uit Psyscan kan rollen: verwijs door naar de tweede lijn. Maar naar wie: een maatschappelijk werker, psycholoog, therapeut, psychiater, gespecialiseerde kliniek? Om de patiënt snel op de juiste plaats te krijgen, is het instrument TeleScreen ontworpen, eveneens een online vragenlijst voor de patiënt.

Werkt het? Op die vraag is de Maastrichtse onderzoeker Ies Dijksman eind 2018 gepromoveerd. Het antwoord is ja: TeleScreen blijkt betrouwbaar en zit meestal goed als het gaat om de diagnose en ‘zorgzwaarte’, een vereiste van de verzekeraar om überhaupt te kunnen doorverwijzen. Al kent de tool toch ook een enkele zwakke plek: hij heeft moeite met sommige kwalen zoals Asperger, de seksuele stoornis en de aanpassingsstoornis. Daarom blijft de professional nodig om de resultaten te interpreteren, concludeert Dijksman.

Niet alle huisartsen zijn overigens gecharmeerd van online vragenlijsten. Zij vinden dat alles draait om het liveverhaal van de patiënt, en niet om vragenlijsten op internet. “Het is niet of-of”, zegt Dinant. “Beide zijn nuttig. Het verhaal en de online antwoorden vullen elkaar aan, overlappen, bevestigen elkaar. Ideaal.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)