Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Mijn vader zei: ‘Dit is je droom, ik vertrouw je, ga maar’”

“Mijn vader zei: ‘Dit is je droom, ik vertrouw je, ga maar’”

Photographer:Fotograaf:

Joey Roberts

Nieuwe serie: de Maastrichtse eerstejaars van 2020/2021

Haar ouders schrokken toen ze hoorden dat hun dochter voor de studie gezondheidswetenschappen op kamers zou moeten. Dat doet niemand in Syrië, “iedereen woont thuis, zeker meisjes laten wij niet alleen”. Ook de rest van de familie zei via Skype: nee, niet doen. Maar sinds 31 augustus 2020 woont Hadeel Khawatmy (spreek uit als Adele op zijn Engels) in Maastricht. “Mijn vader zei uiteindelijk: dit is je droom, ik vertrouw je, je bent zelfstandig, ga maar.”

Naam: Hadeel Khawatmy
Studie: gezondheidswetenschappen
Op kamers: ja
Hadeel in vijf karaktertrekken: doorzetter, zorgzaam, ambitieus, past zich makkelijk aan, familiemens
Nationaliteit: Syrisch
Dieptepunt 2020: afwijzing geneeskunde VU Amsterdam
Hoogtepunt 2020: aangenomen GW Maastricht

En zo kwam het dat ze drie weken geleden voor de eerste keer in haar 21-jarig leven niet thuis bij haar ouders sliep, in het Brabantse Schijndel. Het is wennen, zegt ze met een glimlach, opeens moet ze alles zelf doen. “Schoonmaken, boodschappen, koken, studeren, naar de universiteit, en tienduizend keer per dag met mijn familie bellen om hen te verzekeren dat het goed met me gaat.”

Aleppo

Ze is ouder dan de meeste eerstejaars GW, en dat heeft zo zijn reden. Haweel is geboren en getogen in Aleppo, in Syrië. Op haar elfde brak daar de oorlog uit.  Scholen sloten hun deuren en gingen net als moskeeën dienstdoen als opvanghuizen voor de alsmaar groeiende groep daklozen. Er was een tekort aan eten, drinken, elektriciteit, aan alles eigenlijk. “De invoer vanuit het buitenland was gestopt en Syrië produceerde zelf bijna niets meer, alles was kapotgebombardeerd.” Ook haar vaders kledingfabriek en zijn drie fabrieken waar chocolade en Turks fruit werden geproduceerd, gingen verloren. Net als zijn winkel in het centrum van Aleppo. “Wij hoorden tot de rijkste families, maar geld hielp niet, er was gewoon heel weinig te koop.”

Onveilig

Het leven werd onveilig, vertelt ze. “We mochten niet meer op straat spelen, konden nergens meer naar toe, niet naar de bioscoop, speeltuin, niets. We kregen wel onderwijs, onze docenten regelden elders ruimtes. Daar gingen we met de auto naar toe.” En ja, ze was bang, bang dat haar ouders of haar twee broertjes (nu 18 en 11) en zusje (nu 15) iets zou overkomen. Zij bleven gespaard, maar haar vroegere buren en een aantal kennissen overleefden de oorlog niet.

Schampschot

Haar vader wilde een toekomst voor zijn gezin en vertrok rond 2014 naar het buitenland met het plan om in Maleisië, later werd dat Turkije, een nieuw bedrijf te stichten. “Wij bleven achter in Aleppo en hadden zoveel mogelijk - vaak viel de elektriciteit of het internet uit - contact met hem via Skype. Het was heel zwaar voor mijn moeder: zij werkte als verpleegkundige, deed de boodschappen, zorgde voor ons, probeerde ons huis weer op te knappen nadat het was gebombardeerd. Ze ging door, ook toen ze ’s avonds laat op het dak van huis werd geraakt door een kogel. Ze ging kijken of we nog water hadden en werd hoogstwaarschijnlijk aangezien voor een sluipschutter. Ze had geluk, het was een schampschot. Toen het huis naast ons werd gebombardeerd en zij toevallig op ons balkon stond, kwam ze met de schrik vrij. Ik probeerde haar zoveel mogelijk te helpen in het huishouden en paste op mijn broertjes en zusje.” Uiteindelijk stak haar vader - zijn plannen in Maleisië en Turkije waren op niets uitgelopen - per boot de Turkse grens over en belandde na een hele tocht in Nederland. Hij kreeg asiel en in 2017 vlogen zijn vrouw en kinderen in het kader van de gezinshereniging naar Schiphol. 

Eerstejaars geneeskunde

Hadeel was toen net in Syrië aan de studie geneeskunde begonnen. Haar grote droom. “Ik wilde het al als klein kind, maar nadat ik op mijn vijftiende een stage verpleegkunde in het ziekenhuis van mijn moeder liep, wist ik het zeker: ik ga het doen! Ik heb zoveel gezien in de oorlog, mensen die hulp nodig hadden maar het niet kregen. Zoals een man van zestig die innerlijke bloedingen had door een bombardement, maar thuis moest blijven omdat er geen ziekenhuisbed vrij was. Vreselijk. Hij heeft het niet gehaald.” Daar merkte ze dat ze goed tegen bloed kan en snijden ‘leuk’ vindt. “Ik kies straks niet voor het huisartsenvak, ik ga geen patiënten doorverwijzen naar de specialist, ik wil zelf die specialist zijn. Ik wil chirurg worden, operaties uitvoeren, de mensen heel direct helpen.”

Schiphol

Maar goed, dan is het begin 2017, sta je opeens op Schiphol, in een vreemd land, met een vreemde taal, heb je je droomstudie moeten afbreken. Ze kijkt vriendelijk en zelfbewust door haar grote bril en vertelt dat ze niet het type is dat bij de pakken neer gaat zitten. Ze zal hoe dan ook geneeskunde gaan studeren. In acht maanden haalt ze het staatsexamen voor Nederlands als tweede taal (B2). Maar dan blijkt dat haar Syrische middelbareschooldiploma geen toegang geeft tot een Nederlandse universiteit. “Ik zat op havo 5 niveau, vertelde men.” In één jaar haalt ze vervolgens alle certificaten voor 4, 5 en 6 vwo. “Begin 2019 was ik klaar en schreef ik me in voor geneeskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.” Ze komt niet door de eerste selectieronde, haar cv voldoet niet, krijgt ze te horen. “Ik bedacht een plan B. Ik ga vrijwilligerswerk doen in een bejaardenhuis en mijn EHBO-diploma halen.” Zo gezegd, zo gedaan. Maar in het voorjaar van 2020 wijst de VU haar opnieuw af. Om dezelfde reden.

Ideale route

“Toen zei een kennis: waarom kijk je niet in Maastricht? Ik had daar nog nooit aan gedacht.” Ze ging naar de website, zag de bachelor gezondheidswetenschappen en de masteropleiding Arts Klinisch Onderzoeker (AKO) en wist het meteen: dit is de ideale route. Een interessante bachelor die haar de kans geeft om nog beter Nederlands te leren (“Een dokter moet de taal perfect beheersen, alle patiënten spreken immers Nederlands”), maar haar ook laat wennen aan het probleemgestuurd onderwijs. Dat is nodig, want de overgang is groot. “In Syrië krijg je boeken die je in je hoofd moet stampen. Aan het einde van het studiejaar zijn de examens. Hier heb je geen boeken, maar moet je alles zelf opzoeken. Er is een lijst van wel honderd links per blok. Hoe moet je dat doen? Niet uit je hoofd leren, zei de tutor, wel de artikelen lezen. Verder moet ik hier onderzoek doen, presentaties geven, papers schrijven. Dat heb ik allemaal nog nooit gedaan.”

Doorzetter

Ze is iedere dag op de campus, soms voor een onderwijsgroep, soms voor een vragenuurtje of een college. Thuis zoomen (bij vragenuurtjes en colleges mag de student kiezen: of via zoom of op de campus; de onderwijsgroepen zijn voor iedereen op de campus) is niet echt iets voor haar, dan is ze te snel afgeleid. Hadeel verwacht dat het moeilijk gaat worden, de eerste blokken. Ze houdt er rekening mee dat ze niet alles in een keer zal halen. “Maar ik ga door, ik geef niet op. Al duurt het vijftien jaar voor ik mijn artsendiploma heb. Ik leef om dokter te worden.” In Nederland, niet in Syrië, dat ze het “het mooiste land ter wereld” noemt, met “de zee, bergen, prachtige architectuur, groen, met geschiedenis en een rijke cultuur”. Daar komt het nooit meer goed, denkt ze.

Dat doorzettingsvermogen heeft ze niet van een vreemde. Haar moeder (38) spreekt inmiddels ook vloeiend Nederlands en volgt nu - ook haar diploma voldeed niet aan de Nederlandse maatstaven - de studie verpleegkunde: een combinatie van werken en studeren. Haar vader werkt op de patisserie-afdeling in een grote bakkerij. “Ja, van fabrieksdirecteur naar productiemedewerker. Hij wil geen uitkering, hij wil werken voor zijn geld. Hij is een echte ondernemer, hij gaat zeker weer een eigen bedrijf starten, maar dat heeft tijd nodig.”

Hoofddoek

Nog een laatste vraag. Ze is moslima maar draagt geen hoofddoek. Met een open blik: “Er zijn mensen die vinden dat ik daardoor geen goede moslim ben. Maar mijn vader zegt: als je goed met mensen omgaat, elke dag bidt, geld aan armen geeft, je houdt aan de ramadan en naar Mekka gaat als je dat kunt betalen, dan ben je een goede moslim. Daar heb je geen hoofddoek voor nodig.”

 

 

 

 

Wie zijn ze, de eerstejaars van 2020?

Wie zijn de nieuwe eerstejaars van de Universiteit Maastricht? Wat zijn hun dromen, hun plannen en verwachtingen? En hoe vergaat het hen dit jaar? Observant volgt dit academisch jaar vijf nieuwelingen. Wij zullen hen een aantal keer interviewen, de eerste keer nu, in het begin van het najaar, vervolgens in de winter en als laatste in mei/juni.

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)