Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Maastrichtse studenten: online onderwijs is verre van ideaal, maar demonstreren is stap te ver

Maastrichtse studenten: online onderwijs is verre van ideaal, maar demonstreren is stap te ver

Photographer:Fotograaf:

Simone Golob

MAASTRICHT. Online onderwijs is verre van ideaal vinden Maastrichtse studenten. Het probleemgestuurd onderwijs, of het nu puur online of in een hybride vorm, boet in aan kwaliteit. Er is minder discussie, studenten nemen minder snel het woord en voor nieuwelingen is het moeilijk om anderen te leren kennen. Dat blijkt uit een rondgang van Observant. Maar vrijdag 2 oktober samen met studenten uit het land (online) demonstreren voor meer fysiek onderwijs, nee, dat ging de meesten te ver.

Fasos: Faculteit doet zijn best, maar het blijft behelpen

De onderwijsgroepen zijn niet meer wat ze geweest zijn. “Het is geen echt probleemgestuurd onderwijs”, vertelt Charles de Groot, tweedejaars European Studies en lid van de faculteitsraad van Arts and Social Sciences (Fasos), die namens de studentgeleding van de F-raad het woord doet. “Er is veel minder discussie. Er zijn nogal wat studenten die het moeilijk vinden om tijdens een zoomsessie het woord te nemen. Het is lastiger als je voor een computerscherm zit met vijftien anderen in beeld. Zij praten dus minder, stellen minder vragen aan de tutor. Je ziet ze afhaken. In veel gevallen is vooral de tutor aan het woord die uitleg over de stof geeft.” Diezelfde tutor geeft volgens De Groot ook veel minder feedback dan tijdens live pgo-sessies.

De colleges kunnen bachelor-studenten (de masters hebben hun onderwijsgroepen en colleges op de campus) op een door henzelf gekozen tijdstip bekijken. Dat is heel prettig, vindt De Groot. Maar het is wel “heel jammer dat je het gezicht van de docent niet ziet. Dat vergroot de afstand met de studenten. Nu zien we een power point presentatie.”

Ook de problemen met Canvas, het nieuwe Learning Management Systeem van de UM dat in augustus online ging, droegen niet bij aan het studieplezier. “Maar het wordt nu beter.” En dat ze zelf mogen kiezen of ze het vaardigheidsonderwijs op de campus volgen of niet, bevalt juist weer heel goed.

Dus nee, ze zijn niet echt blij met het online onderwijs, maar in ogenschouw nemend dat er een wereldwijde pandemie gaande is, waar Nederland ook nog eens in hun ogen van begin af aan “laks” op reageerde, dan “is het best oké. We zien dat de faculteit probeert om ons te helpen en alles uit de kast trekt om het onderwijs zo goed mogelijk te maken”, concludeert De Groot. Zij zullen vrijdag niet naar Amsterdam trekken om te demonstreren.

Alleen één ding blijft met name de buitenlandse Fasos-student verbazen, zegt De Groot. “Waarom is het dragen van mondmaskers niet verplicht? Ik snap dat niet als Vlaming, de meeste buitenlanders begrijpen het niet. Waarom moet je je wel aan de anderhalve meter houden, maar hoef je geen masker te dragen? Wij willen wel een verplichting. Overal in het buitenland bestaat die al, waarom hier niet? Wij zouden ons veiliger voelen.”

SBE: De inhoud blijft hetzelfde

Maximilian Steinbach, faculteitsraadslid bij de School of Business and Economics en tweedejaars Economie en Bedrijfseconomie, snapt dat studenten meer face-to-face-onderwijs zouden willen, maar begrijpt ook dat dat op dit moment niet kan. De meerderheid op zijn faculteit staat er zo in, denkt hij. “Het is een geluk voor UM-studenten dat er nog veel fysiek onderwijs is; dat is op andere universiteiten misschien anders. Ik zie met het huidige UM-rooster geen reden om te gaan protesteren.”

Er is zelfs een groep studenten die (een deel van) het collegegeld terug wil omdat de kwaliteit van het onderwijs minder zou zijn. “Ik zou niet weten waarom”, zegt Steinbach. “De vakken gaan gewoon door, docenten geven hun colleges en de inhoud blijft hetzelfde. Het gaat anders, maar ik denk niet dat er een kwaliteitsverschil is. De UM heeft heel snel gehandeld om het maximale eruit te halen.” Steinbach denkt zelfs dat hij dit jaar meer leert dan vorig jaar, “al is dat vooral omdat er minder sociale activiteiten zijn”.

FHML: Faculteit moet veel meer met studenten communiceren

Het onderwijs is erg verbeterd ten opzichte van voor de zomer, maar er kan nog veel meer gedaan worden, zegt Lieke Troost, voorzitter van Helix, de studievereniging van biomedische wetenschappen. “De eerstejaars hebben behoefte aan meer fysieke activiteiten, ook sociale activiteiten buiten het onderwijs om. Iedereen zegt: ‘Ik ken zo weinig mensen.’ Wij mogen als studievereniging pas sinds vorige week weer iets organiseren. Ik krijg niet het gevoel dat de universiteit de nood van eerstejaars echt begrijpt.” 

Bij de ouderejaars gaat het beter, maar ook zij hebben problemen. “De colleges zijn vorig jaar opgenomen, dus is er geen interactie. Soms wijst de docent iets aan, maar dat kunnen we niet zien, omdat je de docent niet ziet. Ook hebben we nu drie kleine tentamens gedurende de hele periode, in plaats van een groot tentamen op het eind. Maar daar is geen extra tijd voor ingeruimd. De dag na het laatste deel-tentamen zaten mensen slecht voorbereid in de onderwijsgroep, daar hadden ze geen tijd meer voor. En niemand vraagt of studenten een goede, rustige plek hebben om de online-toetsen te maken.”

Sowieso kan de communicatie beter, vindt Troost. “Wij horen alles op het laatste moment. Een week voordat het onderwijs begon, wisten we pas of we ook naar de universiteit moesten komen. We hebben best veel internationale studenten, dat is niet handig. Ik mis ook reflectiemomenten. Er is wel een algemene enquête vanuit de UM en de faculteit de deur uitgegaan, maar niet specifiek voor biomedische wetenschappen. Terwijl dat juist heel waardevol kan zijn.”

Tot slot heeft Troost het gevoel dat de nieuwe masterstudenten over het hoofd worden gezien. “Zij hebben geen fysiek onderwijs, geen tijd in het lab. Terwijl hun situatie vergelijkbaar is met die van de eerstejaars bachelors: ze zijn in een nieuwe stad aan een nieuwe universiteit.”

Al met al steunt Troost de demonstratie van vrijdag. “En in een korting op het collegegeld zie ik ook wel wat, als je bedenkt dat we bijvoorbeeld maanden niet naar de bieb konden en we nu naar colleges van vorig jaar kijken.”

Haar collega-voorzitter bij gezondheidswetenschappen, Lieve van Woerden van MSV Santé, merkt ook dat vooral de eerstejaars hun draai moeten vinden. “Maar voor de rest lijken mensen niet echt tegen problemen aan te lopen. De meesten hebben een keer per week een practicum op de universiteit, de rest gaat online – ook de onderwijsgroepen. Voor colleges kun je je inschrijven: een beperkt aantal studenten mag in de zaal aanwezig zijn, de rest volgt het via een livestream. Natuurlijk zou je willen dat er meer mogelijk was, maar binnen de mogelijkheden die er zijn is het goed geregeld.”

Rechten: minder gefocust tijdens hybride onderwijsgroep

Rechtendecaan Jan Smits heeft veel positieve geluiden gehoord; studenten zijn blij dat ze dankzij het blended onderwijs gedeeltelijk op de faculteit kunnen zijn, meldt hij in het Facultair Journaal op 30 september. Tegelijkertijd ziet ook hij dat het geen ideale situatie is. Voor zowel docenten als studenten. De laatsten lieten in de jongste faculteitsraadsvergadering van 16 september kritische geluiden horen.

Hybride bijeenkomsten bevorderen volgens sommige studentraadsleden niet de kwaliteit van de discussie. Integendeel. Studenten zijn over het algemeen minder gefocust en voelen ook minder de behoefte om het gesprek aan te gaan. Bovendien krijgen de Zoomers die thuis zitten, niet altijd goed mee wat er in de onderwijsruimte wordt gezegd. Is het probleemgestuurd onderwijs nog wel efficiënt op deze manier, vragen ze zich af.

Wat is de toegevoegde waarde van een ‘on site’ bijeenkomst, wil een studentraadslid weten. “Is het geen idee om alleen eerstejaars naar de faculteit te laten gaan en de ouderejaars online te laten zoomen?”

En dan is er nog ergernis over degenen die zeggen naar de faculteit te komen om aan te sluiten bij een onderwijsgroep, maar het vervolgens laten afweten. “Misschien dat die groep op de een of andere manier gestimuleerd kan worden om toch te gaan", klinkt het.

FPN: hybride onderwijsgroep is te kort

Zowel de studentraadsleden als portefeuillehouder onderwijs Petra Hurks hebben het idee dat het hybride onderwijs redelijk goed verloopt, vertellen ze tijdens de faculteitsraad van 17 september. Dat betekent niet dat alles vlekkeloos verloopt. “Veel studenten zeggen dat 90 minuten te kort is voor een onderwijsgroep. Ze moeten telkens racen tegen de klok en hebben het gevoel dat ze de stof niet helemaal goed kunnen behandelen”, zegt Nokhez Usama, lid voor Novum.

Ze wordt bijgevallen door docent en WP-raadslid Anna Sagana. “Van tevoren dacht ik dat het beter was om de onderwijsgroepen in te korten, omdat niemand zijn aandacht zolang bij een online-bijeenkomst kan houden. Maar ik loop ook altijd uit, zowel in de bachelor als de master.”

Die 90 minuten is de tijd die een groep in een ruimte mag zitten voordat er een half uur gelucht moet worden, zegt Hurks. “Misschien kunnen de studenten in kleinere groepen bij elkaar komen vóór de onderwijsgroep, om al wat voorwerk te verrichten. Dat doe ik zelf met mijn studenten.”

Usama is nog iets opgevallen: “Ik merk dat mensen die in Maastricht zijn sneller subgroepjes vormen. De studenten die alleen online meedoen voelen zich daardoor een beetje buitengesloten. Je kunt natuurlijk niemand dwingen om elkaar aardig te vinden, maar misschien kunnen we ze een duwtje in de rug geven?” Een mogelijke oplossing: “Misschien kunnen we een hybride study buddy systeem op te zetten. Dan krijgen de online studenten een studiemaatje die wel in Maastricht is en de UM al kent.”

Ana Reinartz Groba, lid voor Shape, maakt zich zorgen om nieuwe studenten, vooral in de master: “Ze vinden het moeilijker om zich aan te passen. Alles komt samen: een nieuw onderwijssysteem, inhoudelijk zware blokken, kortere onderwijsgroep, soms technische issues. Sommigen willen liever een onderwijsgroep die volledig online is, als dat betekent dat het langer kan duren.”

Hurks zegt dat er meer mentorsessies voor de eerstejaars masters op de planning staan. “Zo worden ze meer op weg geholpen.”

Wendy Degens, Cleo Freriks, Riki Janssen en Yuri Meesen

Bij FSE is het onderwerp niet besproken tijdens de faculteitsraad; studentraadsleden hebben nog niet gereageerd op individuele vragen van Observant.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)