Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Een intellectueel, geen carrièretijger

Een intellectueel, geen carrièretijger

Photographer:Fotograaf:

Joey Roberts

Grondlegger European Studies Tannelie Blom gaat met pensioen

MAASTRICHT. “De universiteit waar ik ooit voor heb gekozen, bestaat helaas niet meer. Die was fantastisch: jong, met een experimentele inslag en veel ruimte voor creativiteit. En je kon kritisch zijn zonder dat je in een hoek werd gezet.” Tannelie Blom, hoogleraar European Studies, kwam in 1986 naar Maastricht, stond mede aan de wieg van cultuur- en wetenschapsstudies en is een van de founding fathers van de bachelor en onderzoeksmaster European Studies. Deze week gaat hij met pensioen.

Prof. Tannelie Blom is niet zo van de publiciteit. “Ik sta niet graag in het middelpunt, dat heeft met verlegenheid te maken. Ik gedij goed in kleine groepen, daar ben ik ook echt aanwezig, niet in grote. Massa’s vind ik doodeng. Ik ging vroeger vaak naar concerten in de Melkweg (poppodium in Amsterdam, red.) en mocht daar op de journalistentribune zitten, je zit dan boven de dansende massa.” Maar nu, zo vlak voor zijn afscheid, zei hij toch ja tegen het verzoek voor een interview. “Het is toch wel iets dat ik nu wegga, voor mezelf, maar ook voor anderen. Ik kan geen echt afscheid nemen, dat gebeurt misschien nog op een later tijdstip.”

Tsjonge, jonge

In zijn kamer aan de Grote Gracht is het grote opruimen al begonnen, honderden kilo’s papier zijn in de afvalcontainer beland. Het vertrek voelt dubbel, zegt hij op zeker twee meter afstand, terwijl zijn kamerdeur openblijft voor de broodnodige anti-coronaventilatie. “Ik ben blij dat ik verlost zal zijn van die gigantische bureaucratie. In mijn begintijd deed je je werk zonder dat je voortdurend verantwoording moest afleggen. Ik las een paper, schreef soms commentaar in de zijlijn en zette er een cijfer boven. Was de student het er niet mee eens, dan kon die langskomen. Nu (hij graait een stapeltje A4-tjes van zijn bureau) moet je dit invullen: waarom ben je tot dit cijfer gekomen, waarom dit, waarom dat. Tsjonge, jonge, pagina’s lang, daar word je gek van. Ons onderwijs is al enorm intensief, hierdoor wordt het alleen maar meer. En dan die accreditaties, die kosten veel tijd en werk en na twee jaar begint het hele circus weer van voren af aan. Wie bepaalt dat? Mijn vakbroeders en -zusters? Nee, ambtenaren uit Den Haag. Het is allemaal gestoeld op wantrouwen vanuit de overheid, dat wij ons werk niet goed zouden doen.”

Jaren zestig-zeventig-kind

Hoe anders was de sfeer in de jaren die hem vormden: de jaren zestig en zeventig. Die zitten nog steeds in hem, vinden zijn collega’s Arnold Labrie en Jo Wachelder. Hij is gehecht aan zijn vrijheid, is relaxt en niet autoritair. Labrie: “Hij heeft dat ook niet nodig, de mensen luisteren toch wel naar hem. Hij luistert zelf ook, is compromisbereid, heeft veel humor, maar houdt als het nodig is zijn rug recht.”

Blom: “Dat hoop ik toch ja. Ik ben eigenwijs en jaren zeventig genoeg om me niet door anderen in een hoek te laten drukken.” Glimlachend: “Er zijn hier binnen de faculteit conflicten geweest en dan stond ik niet aan de buitenkant.”

Die jaren zestig-zeventig telg gruwt van de onverdraagzaamheid in de hedendaagse maatschappij, de vreemdelingenhaat, het populisme, de verrechtsing van de jeugd en het oprukkende moralisme. Hij komt uit de tijd dat een universitair docent zonder problemen een liefdesrelatie met een student kon hebben. Hij had ze zelf ook. “Studenten zijn volwassen mensen. Uiteraard moet je bepaalde zaken goed uit elkaar houden, je gaat niet de papers van je geliefde nakijken. Ik ken veel collega’s die met een student zijn getrouwd. Het huidig moralisme is enorm. Als ik nu een jonge collega met een student tegenkom, dan hoop ik dat ze veel plezier hebben en gelukkig worden.”

Geen carrière-academicus

Wat hij ook graag achter zich laat is de competitie om onderzoeksgeld en de publicatie-ratrace. Al heeft hij daar nooit aan meegedaan, vertellen ingewijden. Blom is geen “carrière academicus”, zeggen ze, hij is niet geïnteresseerd in het binnenhalen van punten of zoiets als een H-index, en zal “nooit een onderwerp uitmelken omdat dat goed voor zijn carrière zou zijn”. Ze roemen zijn brede kennis - van Habermas tot James Joyce, eetbare paddenstoelen, deltavliegen (ooit was hij hierin op een bepaald onderdeel Nederlands kampioen), het Amerika van Trump, muziek, paardrijden (zijn passie), Europa (nog een passie), of de opstelling van Ajax-trainer Ten Hag - en zijn nieuwsgierige geest. Het gaat hem om vernieuwend onderzoek, klinkt het steeds weer, niet op de vierkante millimeter, maar breed en interdisciplinair. Of zoals hij het zelf zegt: “Ik onderzoek alleen dat wat ik zelf interessant vind en ik publiceer dat niet in vijf artikelen als het ook in één kan.”

Amsterdam

Blom was al een interdisciplinair wetenschapper voor het woord in de mode kwam, is de conclusie. Hij grinnikt als hij dit hoort. Maar het klopt. “Het komt door Amsterdam, ik studeerde daar filosofie, specialisatie sociale- en politieke filosofie. Ik ben opgevoed door Harry Kunneman, die is van huis uit socioloog en filosoof. Zijn studenten verdiepten zich ook in empirische wetenschappen als sociologie en politicologie. Ik heb alle klassieke sociologen gelezen, dat was geen straf hoor. Ik ben heel theoretisch aangelegd, maar doe ook empirisch onderzoek en kan veel lijnen met elkaar verbinden.” Maastricht past daarom ook zo goed bij hem. “Wat zo leuk is hier: je moet met elkaar het onderwijs maken en komt zo heel makkelijk in contact met andere vakgebieden. Neem het blok Verlichting en Romantiek dat ik ooit met Maarten Doorman heb opgezet, daarin zit geschiedenis, filosofie, sociologie, politicologie. Je krijgt die brede kennis vanzelf mee.”

Rechtse leraren

Even terzijde: dat studeren was eigenlijk niet zijn bedoeling. Hij was de “rechtse leraren en hun conservatisme” op het gymnasium in Doorn meer dan beu en wilde na het examen zijn heil zoeken in de popmuziek: gitaar en zang. Voor de zekerheid schreef hij zich toch in voor een wetenschappelijke studie, in de hoop zo een studiebeurs te krijgen. Uiteindelijk wordt hij zo gegrepen door de filosofie dat de muziekcarrière en zijn werk als studiomuzikant buiten beeld raken en hij zeven jaar lang zijn gitaar niet aanraakt. Die studiebeurs kreeg hij overigens niet, want zijn vader verdiende te veel.

European Studies

“Tannelie is conceptueel bijzonder sterk, heeft overzicht”, vertelt collega Esther Versluis. Die eigenschappen kwamen als geroepen bij de ontwikkeling van de bachelor European Studies die in 2002 de eerste studenten verwelkomde. Blom: “De toeloop van studenten bij cultuur- en wetenschapsstudies (CWS) zakte rond de eeuwwisseling in. Het faculteitsbestuur schreef een competitie uit, iedereen mocht plannen voor een nieuwe opleiding indienen. Ik had met collega Ton Nijhuis twee blokken over Europese integratie voor CWS ontwikkeld, voor de afstudeervariant politieke cultuur. Studenten vonden dat te gek, je wist dus dat er belangstelling voor zo’n studie was.”

Leukste tijd

Ze kregen groen licht toen Blom een jaar, op uitnodiging van een sociaalwetenschappelijk instituut, in Wenen zat. Een soort sabbatical. “Ik was net gepromoveerd op de theoretisch socioloog Niklas Luhmann en wilde terug naar de politieke filosofie. Ik keek om me heen en het leek wel alsof alles stil was blijven staan. Er was binnen de filosofie, maar ook binnen de politicologie, niets gebeurd met Europa, dat is toch te gek voor woorden? Als je het in de huidige tijd over de betekenis van politiek, van macht, van staatsvorming wil hebben, dan moet het toch over Europese integratie en de EU gaan? Alleen de juristen deden eraan, niet in de laatste plaats hier in Maastricht.” Hij las zich een jaar lang in en ontwikkelde eenmaal terug in sneltreinvaart het ES-curriculum. Zijn maatje Labrie kijkt daar met veel plezier op terug: “Tannelie was inhoudelijk de motor, ik organisatorisch. Het was een geweldige periode, heel creatief, we hadden veel plezier. Het was de leukste tijd uit mijn werkend bestaan.”

Overdonderend

Het succes van de nieuwe bachelor - inmiddels de grootste ES-opleiding in Europa, zo niet in de wereld - was overdonderend. “We hadden op maximaal 80 eerstejaars gerekend in 2002, maar kregen er 180. Het jaar er na zaten we op 230, toen 300. We hadden uiteindelijk in totaal 900 studenten, en dat met het probleemgestuurd onderwijs, het was heel arbeidsintensief.” De eerste drie jaar was hij programmadirecteur. “Een van de zwaarste jobs binnen de faculteit. Zoveel blokken, zoveel vaardigheidstrainingen, zoveel papers. Je moet je uit de naad werken om het docentenbestand op peil te houden. En altijd gezeik aan je kop, je bent het eerste aanspreekpunt voor iedereen. Na drie jaar heeft Sophie (Vanhoonacker) het overgenomen en kon ik met haar en Arnold de researchmaster ES op gaan zetten.”

Filosofische chaoot

Hij kijkt verbaasd als hij hoort dat mensen hem geen organisatorisch wonder vinden. Versluis spreekt liefdevol van een “filosofische chaoot”. Hij heeft toch tal van managementtaken gehad, zegt hij op zachte toon min of meer tegen zichzelf. Dat zijn werkkamer voor een buitenstaander een puinhoop is, kan daar niets mee te maken hebben. Hij weet altijd feilloos het juiste document uit de stapels te vissen. Zijn zwakte zoekt hij zelf meer in zijn “ongeduld, het rusteloze” dat ervoor zorgt dat hij nooit niets kan doen.

Lesgeven als een sporter

We zijn aanbeland bij de zaken die hij zeker gaat missen na zijn pensioen. “Het werken met goede studenten.” Hij is een van de “de sterkste docenten”, zeggen oud-studenten. Toegewijd, serieus, motiverend, inspirerend. Iemand die wars is van hiërarchie en iedereen gelijk behandelt, hoogleraar of student maakte niet uit. Iemand die “een democratische vrijplaats van ideeën creëerde”. En: “Zijn inzet was enorm. Hij benaderde het lesgeven als een sporter. Hij liep vol bezieling door de onderwijsruimte, soms teleurgesteld, soms vol bewondering en trots als we iets goeds deden.” Maar hij was ook heel streng en kritisch, herinneren ze zich. Sommige studenten waren bang voor hem, lieten hun scriptie liever door iemand anders beoordelen, maar degenen die bij hem afstudeerden liepen met hem weg.

Streng? Hij? Daar moet Blom even over nadenken. Dan: “Ik kan niet tegen geouwehoer en gezeur. Niet tegen het gevoel: moet ik dat stuk soms voor je schrijven? En ik kan niet tegen ijverige maar domme studenten. En al helemáál niet tegen studenten die het wel in zich hebben, maar lui zijn.”

Neus voor goeie mensen

Hij gaat zijn promovendi - “er zitten er nog drie in de pijplijn”- missen. Net als het dagelijkse contact met collega’s. Een flink aantal - de vakgroep politieke wetenschappen is groot, zo’n vijftig mensen - heeft hij zelf aangesteld. “Tannelie heeft een neus voor goeie mensen”, merkt de een na de ander op. Zijn mensenkennis is groot. Blom, nuchter, geeft uitleg: “Je moet op de eerste plaats totaal geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen, je moet altijd de beste nemen.” En dat zijn in zijn geval vaak vrouwen. Zo kwam hij onder anderen uit bij Sophie Vanhoonacker (oud-decaan), Christine Neuhold (huidig decaan), Esther Versluis (vakgroepsvoorzitter). “Mensen die het einde van een sollicitatieronde halen zijn inhoudelijk sowieso goed. Op zo’n moment gaan er andere dingen meespelen: wat is dit voor iemand? Is die egocentrisch? Of juist een teamspeler die anderen wil helpen? Zou die zich thuis voelen in de groep? Heel belangrijk om goed te kunnen werken. Ik heb één keer iemand aangenomen van wie ik wist dat die geen teamplayer was, maar wel alles in zich had om ES op de wereldkaart te zetten. Dat hadden we toen nodig. Maar dat doe ik zelden. Beide dingen kwamen uit: hij was geen teamplayer maar zette ES wel op de internationale kaart. Over wie ik het heb?” Hij grinnikt, gaat het niet vertellen. Alleen dat die persoon niet meer aan de faculteit verbonden is.

Verdwenen universiteit

Aan het einde gesprek komt hij terug op de universiteit uit 1986 die niet meer bestaat. Hij is nooit meer uit Maastricht vertrokken, ook al zag hij veel veranderen, en lang niet altijd naar zijn zin. “Ik had naar Groningen en Amsterdam gekund, maar dat zijn mammoettankers. Je moet daar precies doen wat ze je opleggen en daar mag je geen millimeter van afwijken. Hier in Maastricht krijg je ook nu nog de kans om iets nieuws op te zetten. Dat jonge en experimentele is dus niet echt weg.”

In vogelvlucht: wie is Tannelie Blom

Tannelie Blom werd geboren op 21 september 1954 in Lagos, Nigeria, waar zijn vader havenmeester was. Na een tussenstop in onder andere Venezuela (waar zijn vader een bedrijf in röntgen-technologie leidde), vertrok hij vlak voor de middelbare school met zijn familie (gereformeerd; vijf zussen en twee broers) naar Nederland.

Na het gymnasium en zijn doctoraal filosofie aan de Universiteit van Amsterdam (allebei cum laude) werkt hij in Amsterdam en Leiden en komt in 1986 - de Leidse hoogleraar middeleeuwse wijsbegeerte Bertus de Rijk vroeg hem - naar Maastricht om in eerste instantie de faculteit algemene wetenschappen, die zich uiteindelijk ontwikkelt tot de nieuwe faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen (1994), mee op te zetten. Hij promoveert op de Duitse socioloog Niklas Luhmann (opnieuw cum laude) “Het was toch een soort vadermoord, ik ben opgegroeid met Habermas en die wordt door Luhmann bekritiseerd.”

Samen met anderen staat hij aan de wieg van de drs-studie cultuur- en wetenschapsstudies. In het begin van de 21ste eeuw stampt hij samen met prof. Arnold Labrie de bachelor European Studies uit de grond. Gevolgd door een onderzoeksmaster ES (uiteindelijk tweejarig), samen met Labrie en prof. Sophie Vanhoonacker.

Hij begeleidt nog een aantal promovendi, is bestuurslid van onder andere het Duitsland Instituut en het NIG, een Nederlands-Vlaamse onderzoeksschool voor Bestuurskunde en Politicologie waarin twaalf universiteiten participeren.

In zijn paspoort staat de naam Christiaan Blom, maar zijn roepnaam veranderde hij na een verblijf in Finland (“Christian is in het Fins een directe verwijzing naar Christus, wij noemen in het Nederlands ook niemand Jezus, wat elders wel weer kan. Tannelie is een soort Jan of Piet in het Fins”) definitief in Tannelie toen bleek dat er in zijn woongemeenschap in hartje Amsterdam te veel Chrissen woonden.

Tannelie Blom is getrouwd.

 

 

Ingewijden

Ter voorbereiding van dit interview zijn een aantal ingewijden geïnterviewd: prof. Esther Versluis (een van zijn oud-studenten en nu zijn vakgroepsvoorzitter), dr. Patrick Bijsmans (ook een oud-student en zijn eerste promovendus), dr. Jo Wachelder (historicus en bijna-buurman bij Fasos) prof. Arnold Labrie (met wie hij samen de bachelor en master European Studies opzette) en de Utrechtse hoogleraar Thomas Schillemans (oud-student).

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

2021-01-22: Evelien de Jong
Wat een goed stuk over Tannelie. Ik herken hem helemaal hierin. Van 1994 tot 2000 was hij mijn mentor en begeleider bij het afstuderen. Een echte CWS'er, zoals ze in de vorige eeuw nog in Maastricht bestonden. Alle goeds en hopelijke komt ie nog eens op z'n paard naar Amsterdam.
2021-01-27: Ernst Homburg
Een prachtig stuk over een prachtige man!
En ook over een fantastische faculteit.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)