Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Opa zei meer dan eens: “Peter, nou even ophouden met vragen stellen”

Opa zei meer dan eens: “Peter, nou even ophouden met vragen stellen”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Boerenzoon uit het Midden-Limburgse Hunsel eerste universiteitshoogleraar

MAASTRICHT. Over drie maanden moet het lab van de eerste Maastrichtse universiteitshoogleraar gereed zijn. Een paar maanden later hoopt hij te beschikken over een team van zeven tot acht ervaren onderzoekers, in 2015 zijn de eerste aio’s welkom. Peter Peters (56), vorige week benoemd tot hoogleraar nanobiologie, laat er geen gras over groeien. Hij heeft grootse plannen en wil dat het nog op te richten Instituut voor Nanoscopy de komende vijf jaar zal uitgroeien tot een wereldcentrum. “Hopelijk wordt deze regio een nano-biotech valley.”

Hij verrichte baanbrekend werk in de strijd tegen tuberculose (“wereldwijd nog altijd doodsoorzaak nummer één”), publiceerde meermalen in toptijdschriften als Science, Nature en Cell, en kent al zijn vakbroeders: “Dat zijn er zo’n honderd wereldwijd.” En zij kennen hem, zo blijkt uit zijn hoge score op de citatie-index van Hirsch.

Peter Peters doet fundamenteel onderzoek naar de werking van de menselijke cel, meer precies naar de eiwitten in zo’n cel. Zijn fundamenteel onderzoek is van groot belang in de strijd tegen ziekten als  tuberculose, allerlei soorten kanker en bv genetische ziekten zoals taaislijmziekte: “Onze kinderen en kleinkinderen zullen er baat bij hebben”, voorspelt hij.  

Zo groot als de invloed van zijn werk in de toekomst ook zal zijn, zo klein is het gebied waarop hij zich begeeft. Hoe klein is nano? Hij legt geduldig uit: “Een speldeknop menselijk weefsel bevat een miljoen cellen. In één cel zitten drie miljard codes DNA (die vormen de 20 duizend genen) die instructies voor de productie van 20 duizend verschillende eiwitten bevatten. Al die eiwitten komen vaak vele keren voor in de cel. Wij proberen te achterhalen waar een eiwit zit in de cel, hoe zijn 3-D-structuur er uitziet als hij met andere eiwitten een groot complex maakt (nano-machine), wat hun functie is, hoe de complexen samenwerken, en waar het mis gaat met een eiwit. Wie bijvoorbeeld lijdt aan de dodelijke taaislijmziekte mist drie codes van de drie miljard. Een foutje in het DNA waardoor één aminozuur op positie 508 ( er zijn ongeveer 1480 aminozuren) niet wordt aangemaakt en je een eiwit krijgt dat niet goed is ‘gevouwen’. Uiteindelijk wil je medicijnen ontwikkelen die de verkeerde vouwing corrigeren.”

Er is nog een wereld te ontdekken, zegt Peters vol vuur. “De bouwstenen van een cel hebben we, maar we weten niet hoe ze samenwerken. Vergelijk het met mensen die nog nooit een auto hebben gezien, maar met alle schroeven, bouten, accu, plaatwerk, stuur, trekhaak enzovoort er een in elkaar moeten zetten. Wat heb je nodig voor de motor, waar zit de bumper, waarvoor dient een trekhaak? Het duurt jaren om die auto in elkaar te zetten. De komende vijf jaar wil ik de 3-D-structuur van het eiwitcomplex ophelderen dat verantwoordelijk is voor de virulentie (ziekmakend vermogen, red.) bij tbc. Ook hoop ik dan een vaccin te hebben ontwikkeld - betaald door het ministerie van ontwikkelingssamenwerking - met mijn collega’s van het not for profit bedrijf AERAS.”

Peters komt oorspronkelijk uit Limburg, om precies te zijn uit Hunsel. Hij is down to earth, geeft geen blijk van kapsones, is heel toegankelijk en openhartig, en vindt het prima om elkaar te tutoyeren.

Waarom kom je naar Maastricht? Terug naar je Limburgse roots?

Hij grinnikt. “Nee, dat was het niet. Ik kreeg een aanbod dat ik niet kon weigeren”, zegt de man die niet alleen groepsleider binnen de divisie celbiologie in het Nederlands Kanker Instituut-Antoni van Leeuwenhoek was én hoogleraar nanobiologie in Delft, maar ook aan de wieg stond van het twee jaar geleden met Europees en overheidsgeld opgerichte NeCEN (Netherlands Centre for Nanoscopy) in Leiden. Verschillende Nederlandse onderzoeksgroepen en bedrijven maken gebruik van de zeer geavanceerde microscopen (zeven miljoen euro per stuk) van dit centrum.  “Ik miste tot nu toe de dure randapparatuur om ten volle gebruik te kunnen maken van de NeCEN-microscopen. Leiden zou hiervoor zorgen, maar kon door geldgebrek de belofte – gemaakt toen Leiden als vestigingsplaats voor het centrum werd aangewezen - niet nakomen. Delft wilde voor mij inspringen, maar op dat moment kwam ook Maastricht in beeld. Ik krijg hier de beschikking over een viertal zeer geavanceerde microscopen – in totaal goed voor een paar miljoen euro - waarmee ik celpreparaten kan maken en bestuderen. Die microscopen zijn zo krachtig dat ik er bij wijze van spreken een krant op de maan mee kan lezen. Verder ga ik een onderzoeksgroep samenstellen van ongeveer tien postdocs - de eerste sollicitatiegesprekken zijn al achter de rug. Ik wil graag samenwerken en zoek aansluiting bij de Health Campus en met de Chemelot Campus. Die laatste beschikt over zeer hoogwaardige apparatuur voor nano-onderzoek, behoort tot de top van de wereld. Ik word buurman van Maastricht Instruments, ook heel nuttig. En de UM gaat zich aansluiten bij NeCEN, dus ik kan van al de apparatuur gebruik blijven maken.”

Toch heeft hij even getwijfeld. “Mijn partner blijft in Amsterdam waar zij hoofd van de afdeling Pathologie van het NKI-AVL is. We krijgen een latrelatie, dat vind ik het moeilijkste. Maar we skypen vaak.”

Je was voorbestemd om je vaders boerderij in het Midden-Limburgse Hunsel over te nemen. Vanwaar die koerswijziging?

“Op mijn zestiende zag ik op een proefstation voor kunstmatige inseminatie een stier op een kunstkoe springen. Het sperma werd opgevangen en een etage hoger onder een microscoop gelegd. De veearts in witte jas liet me naar die levende cellen kijken, haalde een anatomieboek tevoorschijn. Hij zag dat ik leergierig was en nam me serieus. Die nacht heb ik niet geslapen. De volgende ochtend zei ik tegen mijn vader: ik neem de boerderij niet over, ik wil microbiologie gaan studeren. Hij begreep het, was blij voor mij. Hij is zelf erg geïnteresseerd in geschiedenis maar moest de boerderij overnemen. Wel las hij in zijn vrije tijd heel veel, onder andere een proefschrift over Napoleon in Limburg.”

Je startte je schoolcarrière op de lts en klom hogerop. Je noemt jezelf een darwinist. Zijn die ‘struggle for life’ en ‘survival of the fittest’  ook op je eigen leven van toepassing?

“Ik ben een darwinist in hart en nieren: leven is je kunnen aanpassen. Ik kom uit een eenvoudige, hardwerkende familie en ben de eerste in mijn dorp die is gepromoveerd. Ik moest tegen de stroom in zwemmen. Ik was altijd al nieuwsgierig. Mijn opa, met wie ik als kind graag optrok, zei vaak: ‘Peter, nou even ophouden met vragen stellen.’ Er zat altijd al een onderzoeker in me. Tot de vierde klas van de lagere school behoorde ik tot de besten, daarna ging het bergafwaarts. Ik was een rebels kind. Elke week moesten we iets over de zondagse preek van pastoor vertellen, en elke week trok ik zaken in twijfel. Zo geloofde ik niet dat God geen dieren in de hemel zou toelaten.”

Dit tot ergernis van de hoofdonderwijzer die hem een paar keer per week een pak slaag gaf en de haren uit zijn hoofd trok. Hij moest van de pastoor voor straf iedere week de twaalf artikelen van het geloof (de eerste luidt: ‘Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde’) overschrijven. Toen de pastoor ontdekte dat hij thuis een voorraadje had liggen, moest hij voortaan iedere week een ezel tekenen en die aan de klas laten zien. Zo dom als een ezel, luidde de boodschap. Later ontdekte Peters dat hij dyslectisch is. “Ik bleef vechten, raakte beschadigd, maar niet gebroken. Tijdens mijn oratie aan de VU schetste ik de route  die ik heb gelopen: van lagere school, lts, mbo, hbo, en daarna een universitaire studie naast mijn werk. Het kwam toen weer heel dichtbij, ik kreeg de tranen in mijn ogen. Misschien hebben deze ervaringen me juist de kracht gegeven om dit te bereiken. Maar het kan ook allemaal toeval zijn. Ik geloof in ieder geval niet meer in een God, dat is er op jonge leeftijd uitgeslagen.”

Je gaat ook onderwijs geven. Heb je daar tijd voor?

“Ik vind college geven erg leuk, won tot drie keer toe een onderwijsprijs. Ik ben bezeten van mijn vak, ben er dag en nacht mee bezig, ook als ik in het weekend op de tractor door mijn hooiland – dat ik van mijn vader heb geërfd - in de hoogstamboomgaard rijd. Ik had dat al op het mbo. Ik leerde nooit voor een cijfer, maar altijd uit interesse. Tijdens mijn eerste baan op het onderzoekslaboratorium van het Pathologisch Instituut in Utrecht werd ik gegrepen door het onderzoek, tot in het extreme. Ik werkte van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat aan het lymfekankeronderzoek van prof. Van Unnik. Ik ontdekte een manier waardoor je al in drie uur - in plaats van in 24 uur - kon vaststellen of een cel kwaadaardig was. Nadat ik mijn bevindingen op een congres had gepresenteerd, kreeg ik brieven met als aanhef ‘amice collega’. Toen zei Van Unnik: nu moet je verder gaan studeren, want je bent nog geen collega. Het werd de deeltijdstudie medische biologie. Ik ben geen workaholic, mijn werk is mijn hobby. Mijn partner beleeft haar werk net zo.”

“Ik gaf tot nu toe iedere maand ergens gastcolleges in binnen- en buitenland. Dat ga ik minderen. Ik word geen tutor, daar heb ik inderdaad geen tijd voor, maar ik wil wel colleges geven en bachelor- en masterstudenten stage laten lopen in mijn lab. Verder hoop ik de UM warm te krijgen om mee te gaan doen aan PCDI (Postdoc Career Development Initiative): een driedaagse retraite voor postdocs en laatstejaars aio’s die nadenken over hun toekomst. Het is een wake-up. Waar wil je over vijf jaar zijn? Van de 150 deelnemers zeggen er honderd dat ze een hoogleraarspost ambiëren. Dat is niet realistisch, zoveel plaatsen zijn er helemaal niet, tachtig procent vindt een mooie baan in het bedrijfsleven. Ik stond aan de wieg van PCDI en heb het de eerste 10 jaar, tot er een subsidie binnenkwam om het te professionaliseren, zelf getrokken. Het is zo populair dat er een wachtlijst is. De UM deed tot nu toe niet mee.”

Je moet een van de boegbeelden van de UM en de regio worden. Maar wie jouw naam intikt op Google vond tot vorige week donderdag alleen een filmpje op Wetenschap 24 en een artikel uit het universiteitsblad Delta?

“Heb je op Google Scholar gekeken? Peter J. Peters. Dan zie je mijn profiel en de citatie-index. Dat is het enige dat echt telt binnen mijn discipline. Zo maak je je zichtbaar. Maar sinds donderdag ben ik geen onbekende meer in de regio. Ik heb de hele Limburgse pers zien langskomen en sta met een filmpje op de site van de UM.” Hij wil maar zeggen: het komt goed, hij zal van zich laten horen, binnen en buiten de wetenschap.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De eerste universiteitshoogleraar aan de UM

Prof. Peter Peters is de eerste van vier tot vijf universiteitshoogleraren die de Universiteit Maastricht de komende jaren gaat aanstellen. Dit kunnen zowel wetenschappers van buiten als van binnen de UM zijn. Zij krijgen de opdracht om “bruggen te bouwen tussen de faculteiten, maar ook in de regio”, zei collegevoorzitter Martin Paul, afgelopen donderdag tijdens een persconferentie. Zij moeten de boegbeelden van de UM en de regio worden op gebied van (interdisciplinair) onderzoek, onderwijs, en valorisatie van kennis. De universiteitshoogleraren worden benoemd voor vijf jaar.

Peters gaat in Maastricht een Institute of Nanoscopy oprichten en zal zo de natuurwetenschappelijke poot van de UM (Science) en de daarmee verbonden Chemelot-campus versterken. Met zijn komst, zo zei Paul, zal ook de imaging-tak van het Maastrichtse onderzoek – denk aan Brains Unlimited – een extra impuls krijgen.

Gouverneur Theo Bovens liet donderdag weten dat de komst van universiteitshoogleraren prima past in de Kennis-As.  De Provincie Limburg zal dit project dan ook financieel steunen. Vandaar de naam Limburg Chair. Om hoeveel provincie-geld het precies zal gaan, is nog niet bekend. “We hebben nog geen concrete vraag gehad van de universiteit”, aldus Bovens. Wel is duidelijk dat UM en provincie samen miljoenen in dit project investeren. Precieze uitspraken wilde men donderdag nog niet doen omdat er nog een Europese aanbestedingsprocedure voor de microscopen loopt. De UM zorgt in ieder geval voor een “start up”, vertelde collegevoorzitter Paul, waarmee onder anderen de hoogleraar en een aantal medewerkers worden betaald. Peters zelf neemt een paar miljoen euro aan subsidie mee.

Loopbaan Peter Peters (Hunsel, 1957)

Begon op lts, koos daarna voor mbo microbiologie en hbo zoölogie. Studeerde in 1987 af in de medische biologie aan de Universiteit Utrecht, promoveerde daar in 1991 in de geneeskunde

Postdoc National institute of Health in VS (1991-1994)

Hoogleraar celbiologie VUmc Amsterdam (1999-2009)

Hoogleraar nanobiologie Delft (2010-1013)

Groepsleider divisie celbiologie Nederlands Kanker Instituut-Antoni van Leeuwenhoek, NKI-AVL (1998-2013)

Winnaar onderwijsprijs aan UMCU en VUmc (totaal drie keer)

Publiceerde meermalen in toptijdschriften als Nature, Science, Cell, Journal of Experimental Medicine

Peter Peters heeft sinds 2002 een relatie met klinisch patholoog Hester van Boven

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)