Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Vijf kantjes commentaar van één reviewer, ik dacht: wat is dit?”

Serie over publiceren in een gerenommeerd wetenschappelijk tijdschrift

MAASTRICHT. “Dit is nieuwe informatie binnen het Alzheimerveld, onontgonnen terrein.” De onderzoeksresultaten van de 27-jarige Stephanie Vos staan nu in The Lancet Neurology, een maandelijkse uitgave van het gezaghebbende Britse tijdschrift. Publiceren is een kwestie van goed schrijven, wachten en hopen dat de reviewers de boel niet traineren.

Help. Veel meer stond er niet in de e-mail die promovendus Stephanie Vos aan haar begeleider stuurde op de dag dat ze haar artikel retour kreeg van The Lancet Neurology. Eigenlijk zou de Belgische een gat in de lucht moeten springen: de redactie vond haar onderzoek blijkbaar zo de moeite waard dat ze er een aantal reviewers naar liet kijken (onderzoekers uit het vakgebied die een kritisch oordeel mogen vellen). Uit Vos’ onderzoeksresultaten blijkt dat Alzheimer vroegtijdig is te signaleren, zelfs als mensen geen geheugenklachten hebben. Bepaalde eiwitafwijkingen in de hersenen duiden op een vroeg stadium van de ziekte, en wie die abnormaliteiten eenmaal heeft, loopt meer kans op geheugenproblemen, concludeert ze.
Vos: “Zeker omdat ik vrij lang niets had gehoord van de redactie, dacht ik wel dat het goed zat. Vinden ze het stuk helemaal niks, dan krijg je vaak dezelfde dag of binnen een paar dagen een afwijzing.” Toch had Vos nog geen euforisch gevoel. “Ik zag de vijf kantjes commentaar, achttien kritiekpunten, en dat van één reviewer, en ik dacht alleen maar: Wat is dit?.”
“Het was heel veel commentaar”, herinnert zich ook haar begeleider, dr. Pieter Jelle Visser. “Maar toen we er rustig doorheen liepen, viel het mee. De reviewers hadden uiteindelijk geen fundamenteel kritiekpunt; ze vroegen vooral extra analyses en verhelderingen. Bovendien kreeg Stephanie de kans om het nog een keer in te dienen. Tegelijkertijd is dit geen garantie op succes. Een stuk kan na allerlei aanpassingen alsnog in de prullenmand belanden.”

Speelbal
Vos’ artikel was zestien weken ‘onderweg’ voordat het begin september online kwam op de site van The Lancet. “Erg langzaam”, zegt haar begeleider. “The Lancet doet alles fast-track en wil het artikel ongeveer zes tot acht weken na het indienen online hebben. Vervolgens staat het een maand later in het blad zelf.” Maar toegegeven, in vergelijking met andere tijdschriften die alleen op papier werken, is zestien weken peanuts. Daar duurt het proces soms wel een jaar of anderhalf jaar, weet Visser.
Vijf reviewers, onder wie een statisticus en een clinicus, namen haar resultaten onder de loep. “Er worden altijd een aantal extra reviewers gevraagd”, zegt Visser, “voor het geval er een of twee niet reageren, maar nu reageerde iedereen.” Wie de critici zijn, of van welke universiteit of onderzoeksinstituut, blijft vaak onbekend. Ook bij Vos. Toch heeft ze één naam weten te achterhalen: Ronald C. Petersen, hoofd van een Alzheimercentrum in Rochester, Minnesota. Vos: “Ik weet niet meer hoe vaak we heen en weer hebben gemaild. Het stuk bleef terugkomen, steeds met dezelfde kritiek over de uitkomstmaat.” De redactie van The Lancet besloot op een gegeven moment dat het goed was geweest; Vos’ artikel was rijp voor publicatie. Uiteindelijk heeft Petersen toch nog een punt mogen maken in een commentaar dat verscheen in dezelfde uitgave. Vos werd min of meer de speelbal tussen twee Alzheimer-onderzoeksinstituten: dat van Petersen versus dat van Washington University St. Louis waar Vos een aantal maanden had gewerkt en de basis voor haar onderzoeksbevindingen had gelegd. “Petersens kritiek had niet per se met het stuk van Stephanie te maken”, zegt Visser. “De centra voeren al twintig jaar discussie. Het is een strijd tussen twee kampen.”

Hersenvocht
Vos, die de researchmaster neuropsychologie in Maastricht afrondde en daarna haar promotietraject voortzette aan de UM, vertrok vorig jaar voor drie maanden naar Amerika. Washington University St. Louis had data beschikbaar waarmee Vos aan de slag kon voor haar preklinische Alzheimer-onderzoek. “Het is van groot belang om in een vroeg stadium afwijkingen op te sporen”, zegt Vos.  Alzheimer is een ziekte die zich niet meteen openbaart. In de hersenen kan er al sprake zijn van eiwitophopingen (waardoor steeds meer zenuwcellen of verbindingen tussen zenuwcellen kapot gaan), terwijl mensen er in hun dagelijks functioneren geen last van hebben.
Van 1998 tot 2012 hadden haar Amerikaanse collega’s 311 gezonde 65-plussers gevolgd die in elk geval in het begin nog geen geheugenklachten hadden. Cognitieve tests behoorden tot de studie, net als het meten van eiwitten in het hersenvocht (verkregen via een ruggenprik). “Het waren mooie data, juist omdat de deelnemers zo lang waren gevolgd.”
Wat bleek na haar analyses? Dertig procent van alle deelnemers had afwijkingen in het hersenvocht die duiden op Alzheimer terwijl ze zelf niets aan hun ‘verstand’ merkten. Mensen bij wie dit was gesignaleerd, gingen gedurende de studiejaren bovendien slechter functioneren. Vos constateert dat degenen die eenmaal die eiwitafwijkingen hebben, meer kans lopen op het ontwikkelen van geheugenproblemen. Bovendien overlijden ze sneller. “Enkele deelnemers stierven voordat de studie was afgerond. Bij een aantal was een autopsie gedaan, waarbij nu dus daadwerkelijk in de hersenen kon worden gekeken. Ook die resultaten nam ik mee.”

Water bij de wijn
Mooie bevindingen, maar waar publiceer je in? Vos volgde het advies van haar begeleiders: The Lancet Neurology, een maandelijkse uitgave van The Lancet met impactfactor 24 (zie kader). “Ik dacht: als zij het zeggen, dan moet ik het proberen.” Visser wist uit eigen ervaring – hij publiceerde in 2009 zelf in het blad – dat de redactie altijd op zoek is naar “grensverleggend onderzoek, een nieuwe kijk op dingen”.  Met het schrijven van het artikel had ze geen moeite – “het zat goed in mijn hoofd”. Maar eenmaal retour, met vele kantjes commentaar, moest de promovendus weer in de pen kruipen. Hoever ga je met je aanpassingen? Begeleider Visser: “Ik ben persoonlijk geneigd om water bij de wijn te doen. In het geval van Stephanie wilden ze dat we hele analyses opnieuw gingen doen – ze vroegen zich af waarom we voor twee bepaalde biomarkers hadden gekozen en niet voor een derde. Omdat Stephanie behalve door mij ook voornamelijk werd begeleid door Amerikaanse collega’s hadden ook zij invloed.” ‘Doe het niet’, luidde hun advies. Zij vonden het te veel werk en gaven een suggestie voor een antwoord dat vervolgens werd geaccepteerd.
Vos: “Je moet aardig zijn, maar tegelijkertijd duidelijk maken dat je het niet met ze eens bent, dat je een andere visie hebt.” Uiteindelijk is haar stuk “beter” geworden. “We hebben dingen toegevoegd. Het is nu meer een geheel.”

Preclinical Alzheimer’s disease and its outcome: a longitudinal cohort study, The Lancet Neurology, early online publication, 4 september 2013

 

Appels zijn niet met peren te vergelijken

Wanneer spreken we van een toppublicatie? Als een arts een artikel plaatst in The New England Journal of Medicine? Of als een geschiedkundige een belangwekkend boek uitgeeft? Bovendien: wat de universiteit of onderzoeksfinancier belangrijk acht, hoeft de onderzoeker zelf nog niet van het grootste belang te vinden. Misschien schrijft een jurist liever een kort, overtuigend stukje in het Nederlands Juristenblad – dat menig Nederlands collega onder ogen krijgt – dan een artikel in een Amerikaans blad dat vervolgens maar door een handjevol juristen wordt gelezen.
Hoe dan ook, de internationale wetenschappelijke wereld houdt vast aan één maat: de impactfactor. Hoe vaker artikelen uit een tijdschrift worden geciteerd in een ander tijdschrift, des te hoger de impactfactor. Bovenaan het rijtje (in juni vrijgegeven*) prijkt A Cancer Journal for Clinicians met een impactfactor van 153.5.  Dan volgen The New England Journal of Medicine met factor 52 en Reviews of Modern Physics met 45.  The Lancet, op de zesde plaats, scoort een impactfactor van 39 en Nature volgt met 38,6. Psychoneuroendocrinology scoort met een factor van rond de 5 misschien vrij laag, maar is van grote waarde voor het vakgebied.
Voor onderzoekers is het van groot belang om ‘hoog’ te publiceren: het vergroot de kansen op een persoonsgebonden subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Tegelijkertijd is NWO zich ervan bewust dat ze appels niet met peren kunnen vergelijken. Het MaGW-bestuur (maatschappij- en gedragswetenschappen) onderzocht onlangs de verschillende publicaties in de sector, van politicologie en privaatrecht tot pedagogiek en cognitieve psychologie. Ze willen “een genuanceerde en faire vergelijking wanneer de cv’s van kandidaten onderling worden beoordeeld”. Binnen het recht blijkt bijvoorbeeld een boek of boekbijdrage net zo belangrijk als een artikel of annotatie, constateren zij. En straf-, privaat- en staatsrechtpublicaties zijn veel meer nationaal georiënteerd dan micro- en macro-economie, klinische psychologie of Europees recht.

*De impactfactoren van internationale peer-reviewed tijdschriften worden berekend door de Institute for Scientific Information (Thomson Reuters) en zijn opgenomen in een Journal Citations Reports database.

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)