Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Het is een vorm van topsport”

“Het is een vorm van topsport” “Het is een vorm van topsport”

Photographer:Fotograaf: Eigen foto's Hick (boven) en Thal

In gesprek met twee carnavalsprinsen

MAASTRICHT. Eén faculteit, twee prinsen. Richard Thal en Paul Hick, medewerkers van de School of Business and Economics, regeren tijdens de carnaval over hun ‘eigen rijk’. De een over het Belgische Moelingen, de ander over Gulpen.  “Je kunt het zo duur maken als je wilt.”

“Mijn rug is ingetapet. Vandaar dat ik zo rechtop zit”, begint Richard Thal (44, gebouwenbeheerder) terwijl hij met zijn handen over zijn onderrug wrijft. Op de dag van het interview is Thal nét twee dagen carnavalsprins. Tijdens de carnaval zwaait hij de scepter over het Belgische Moelingen, samen met zijn hofdame, echtgenote Patricia.
Maar hoe zit het met die rugpijn? “Ik denk dat het er nu allemaal uitkomt. Ik ben sinds november op pad geweest. Als je prins wil worden van Moelingen, moet je zoveel mogelijk stemmen bij elkaar krijgen. Dat doe je door ‘te lopen’, door overal aan te bellen. Tot aan kerst was ik twee, drie dagen bezig, maar in januari bijna elke dag. Soms had ik maar drie huizen op een avond, omdat ze me binnen lieten. Dan zat ik weer ergens een half uur.” Hij herinnert zich een heer op leeftijd, in de tachtig, een carnavalist die niet altijd meer in staat was om carnaval te vieren. “Ik zat bij hem in huis en wilde, oprecht, dat hij naar de zitting zou komen.” Et voilà: de man zat in de zaal toen Richard I zich aan het ‘volk’ presenteerde. “Ik liep op hem af, bedankte hem voor zijn komst. Ik zag aan zijn blik hoe blij hij was.”

Topsport
Wie prins wil worden in Moelingen, moet de gemeenschap overtuigen, vertelt Thal. Het is een oude traditie van carnavalsvereniging de Djimmers, opgericht in 1973. “Je belt aan, stembriefjes op zak. Vroeger ging dat heel discreet. Dan tekenden mensen het briefje, stopten ze 5 franc in een enveloppe en gaven ze die aan iemand van de stemcommissie.” Hij zag op tegen ‘het lopen’, geeft hij toe. “Het voelt als bedelen.” Een stem telt pas mee als er €1 is gedoneerd.
Thal voelde dat hij in 2014 prins zou worden. “Ik ben er volledig voor gegaan.” Overigens is het bijzonder dat hij als inwoner van Eijsden in zijn Belgische buurdorp prins is geworden. “Ik had nooit gedacht dat het mogelijk was. Ik had ook eerder nooit de ambitie.”
In Gulpen, het ‘rijk’ van de Gaarekiekere, is collega Paul Hick (56, hoofd ICT, informatiemanager en gebouwenbeheerder) al een paar weken prins Paul II. Hij is getrouwd, maar zijn vrouw staat niet aan zijn zijde als prinses of hofdame. “Ze vindt het erg leuk om carnaval te vieren, maar ze hoeft geen prinses te zijn. Dat kennen we in Gulpen ook niet. Wij hebben een hofnar.” Thal: “Je vrouw zou hofnar kunnen zijn, toch?” “In theorie… Kijk, ik denk dat hoe kleiner de dorpen, hoe eerder men gaat zeggen: oké, de nar of prins hoeft geen man meer te zijn. Ook een vrouw kan die rol vervullen. Het is een kwestie van tijd, en niet meer een kwestie van traditie. En laten we eerlijk zijn: beter een goede prinses dan een slechte prins.” 
“Mijn huisarts zei een keer: ‘Het prinsschap is een vorm van topsport’. Je bent tien dagen achter elkaar op pad. De nachten zijn kort en erg vermoeiend. Tijdens de laatste uren van het carnavalsfeest, ja, dan heb je het wel gehad.”
Hoe zit het met de maximumleeftijd? “Wij doen niet aan leeftijdsdiscriminatie, maar je wilt vermijden dat je dit soort rugklachten” – wijzend naar buurman Thal – “en dergelijke krijgt.” Thal grinnikt: “Was het nu de linker- of de rechterknie waar jij last van had, Paul?”

Aandacht
Hick werd 33 jaar geleden hofnar, het hulpje van de prins. “Laagste in rang.” Een jaar later werd hij echt lid van carnavalsvereniging De Gaarekiekere, opgericht in 1953. “Maar in 1897 hadden we al een optocht.” De laatste vijftien jaar is Hick president/voorzitter. “Ik heb altijd heel dicht bij de prinsen gestaan; ze gezocht en begeleid. Een paar maanden geleden stond ik voor de spiegel: ‘Nu moet je het doen, anders word je te oud’, zei ik tegen mijzelf’.” Prinsen van Gulpen geven zich op of worden gevraagd. “Het bestuur toetst je op ‘prinswaardigheid’,  je moet van onbesproken gedrag zijn.” Hick verkoopt de prinsen “een sprookje”, zegt hij. “Dat wordt zó echt dat je op Aswoensdag denkt: ‘Hé, ik heb geen aandacht meer. Dat vinden ze meestal verschrikkelijk.” Hick is de laatste weken van rol veranderd, met moeite, maar “het begint te komen”. Hij is het middelpunt, degene die plezier maakt. Geen spreekstalmeester dit jaar, geen zorgen, geen oogje in het zeil. Nou ja, een beetje dan.
Voor collega Thal is het de tweede keer. “In 1984 was ik prins van de scholengemeenschap in Eijsden”, maar een carnavalsvierder in hart en nieren? Nee, dat was hij nu ook weer niet. “Mijn vader was semi-profvoetballer en hield er niet echt van.” Thal roemt de Belgen om hun intense manier van carnaval vieren, “iedereen is echt betrokken”, dit in tegenstelling tot de Eijsdenaren. “Daar hangt die sfeer niet.” Thals dochters dansen bovendien al jaren in het dansmariekekorps van de Djimmers; zijn vrouw zit in het bestuur. “Ik vier er nu mijn zesde zitting.”
Een carnavalsprins heeft een druk leven, zo blijkt uit de draaiboeken van de twee heren: prinsenproclamatie, bejaardenzitting, auwwieverbal, ziekenbezoek, sleuteloverdracht, kinderoptocht, prinsenreceptie, prinsenbal en, het hoogtepunt, de carnavalsoptocht – op zondag 2 maart door Gulpen, op maandag 3 maart door Moelingen.

Zotte club
Nog even over de kosten. Valt het te vergelijken met een luxe vakantie van twee weken? “Heel luxe”, klinkt het. Hick: “Ik heb gekozen voor een pak van €1300, maar er zijn er ook van €2400. Maar je ziet: als de voorganger een mooi pak heeft, wil de volgende nog iets mooiers. Dat is jammer. Iedereen moet prins kunnen zijn. Maak het niet te gek en té duur, denk ik dan.” Thals pak is ingetogener, “ik ben niet het type voor een traditioneel kostuum. Bovendien betaal ik mijn eigen kleding én die van de hofdame.” Nog een grote kostenpost: snoep. “Belgen zijn doorgaans erg royaal, dus we moeten zorgen dat er genoeg te vergeven valt. Als je het echt goed doet, ben je rond de €1500 kwijt. Je wilt de gemeenschap iets teruggeven, ze hebben  immers op je gestemd en geld gegeven. Tja, als je dan één snoepje uitgooit …” Hick: “Dat kun je je als Hollandse prins niet veroorloven, Neue hollender, zeggen ze dan.” Aan de andere kant zijn er ook inkomsten. De vereniging geeft een bijdrage, de prinsenreceptie levert wat op, “soms behoorlijk veel”, zegt Hick.
Een Raad van Elf en alle ceremonie eromheen: voor een groot deel van de buitenwereld – zeker buiten Limburg – is het één groot kolderiek gebeuren. Hick: “De vereniging neemt zichzelf heel serieus, maar ik vind inderdaad dat we daar af en toe de spot mee moeten drijven. Ik zou het toejuichen als een Buutereedner (persoon die tijdens een zitting met veel humor de lokale actualiteiten op de hak neemt, red.) laat zien hoe ‘zot’ we eigenlijk zijn.”  

 

 

De UM telt nog meer prinsen (voor zover bekend): in Sittard is Maikel den Dekker, masterstudent aan de rechtenfaculteit, uitgeroepen tot 83e stadsprins.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)