Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Staan ze in CSI in hun classy bloesjes naast een lijk”

“Staan ze in CSI in hun classy bloesjes naast een lijk”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Workshop forensisch onderzoek

MAASTRICHT. Masterstudenten forensica kregen afgelopen dinsdag een workshop forensisch onderzoek. Op de Tapijnkazerne mochten ze aan de slag met een doos handschoenen, tissues, swapstiften en sporenbordjes. En een plaats delict natuurlijk.

Waar de oude kantine op de Tapijnkazerne al niet goed voor is: een uit de hand gelopen pokerspel in een achterkamer van een kroeg, een verkrachting in een douche, een vermissing in een kraakpand. Her en der zijn misdrijven nagebootst voor een workshop in de master forensica, criminologie en rechtspleging. Studenten, verdeeld in teams, mogen zich – de meesten voor het eerst in hun leven – in een wit pak hijsen. Er ligt zelfs een echt pd-logboek (pd is de veelgebruikte afkorting van de plaats van het delict) waarin de notulist alle aantekeningen kwijt kan.
Menigeen kent de crime scenes alleen van televisie. Maar hoe realistisch zijn die? Niet, concluderen de studenten al snel. “Staan ze in CSI in hun classy bloesjes naast een lijk. Dit is echt heel anders”, roept er een die geënthousiasmeerd naar haar medestudenten kijkt. Ze ziet ze stuntelen met een wit pak, haarnetjes, handschoenen en mondkapjes. “Wat moeten we eerst aantrekken? Handschoenen? Maar dan zijn die straks toch weer vies? O, er gaat nog een paar overheen aan het eind?” Haar buurvrouw giechelt: “Jezus, ik heb al honderdduizend cellen op mijn pak. Niet bepaald steriel…” Ook op de andere plaatsen in het gebouw worstelen studenten met dezelfde vragen. Medewerkers van het Maastrichts Forensisch Instituut (TMFI), docenten van de juridische faculteit en oud-studenten helpen waar nodig. Omdat het geen ‘echt’ misdrijf betreft, dragen de studenten de hele ochtend dezelfde handschoenen. Een mentor: “In werkelijkheid trekt de politie na het veilig stellen van ieder spoor een nieuw paar aan. Je wilt niet weten hoeveel pakken er doorheen gaan op zo’n dag.” Alle plaatsen delict zijn voorzien van een doos met daarin onder meer een poederdoos plus kwast (om vingersporen zichtbaar te maken), navelklemmen (om gebruikte condooms mee af te sluiten), een liniaal en ethanol.

Plas bloed
Plaatsen delict, zeker een dubieus overlijden en een vermissing, vragen om een zogeheten TGO, een Team Grootschalig Opsporing met daarin een coördinator, onderzoekers, een fotograaf en een notulist. Voordat de studenten de crime scene betreden, moet deze rolverdeling duidelijk zijn. De fotograaf en de coördinator zijn de eersten die onder het rood-wit gestreepte lint door mogen. Van een alumna, die vaker een plaats delict heeft meegemaakt tijdens haar stage bij de politie, willen ze weten “hoe dat nu is. Je moet er toch wel tegen kunnen? Zeker als er een echt lijk ligt. Wen je eraan?” Even later vertelt een medewerker van het TMFI hoe zij tijdens haar politiestage bijna dagelijks op een pd stond, variërend van een inbraak tot een verhanging. “Je wordt goed begeleid door de politie. Ze vragen je meermaals of je echt mee wil. Zelfs op de plaats delict kun je nog omkeren.”
Deze dinsdagochtend wordt de studenten veel duidelijk, ook wat je als forensisch onderzoeker absoluut niet moet doen. Niet: met z’n allen onder het lint door zonder beschermende kleding. Niet: een bloedspetter fotograferen zonder liniaal, zodat later niet duidelijk is of het om een druppel of een bloedpoel gaat. Niet: een gebruikt condoom oppakken terwijl het sperma eruit loopt. Niet: tijdens het poederen van een beker het teveel aan poeder wegblazen. Niet: een flesje bier onderzoeken terwijl je met je voeten in een plas bloed gaat staan. Niet: een peuk vastpakken tussen je vingers in plaats van met een pincet.

                                        
Rioolgeur
Op een paar vierkante meters, achterin het gebouw, bewegen vijf studenten zich in een douche en een toilet. De foto’s zijn inmiddels gemaakt, vanuit alle hoeken, steeds dichterbij en uiteindelijk inzoomend op de sporen. De casus: een verkrachting. Vanuit een motel is een gewonde vrouw afgevoerd naar de ambulance; ze zegt te zijn verkracht, maar kan zich weinig herinneren. Het is een luguber tafereel met in bloed gedrenkt toiletpapier, een condoom over de doucherand, een panty, mascara, slipje en tie-wrap op de grond. De rioolgeur – niet nagebootst – doet er nog een schepje bovenop.  Bij elk spoor verschijnt een geel nummerbordje waarna twee forensisch onderzoekers aan de slag gaan met het verzamelen van de sporen. En het wordt lastig: want wat doe je met de mascara? Meenemen of achterlaten na een check op vingerafdrukken? Ook verderop, bij een vermissingszaak, vragen de studenten zich af of ze een kledingkoffer nu wel of niet moeten meenemen naar het lab. “Dit soort dingen zijn lastig”, geeft een van de mentoren toe. “Soms staan er wel dertig sporenbordjes, terwijl je lang niet alles kunt checken of meenemen. Veel te duur. Dan komt het dus ook aan op tactisch onderzoek, het horen van getuigen bijvoorbeeld. Daarmee kun je het sporenonderzoek inkaderen.”
Na ruim twee uur verlaten de studenten het plaats delict, gevolgd door een korte evaluatie. “Leuk”, “interessant”, klinkt het vooral. Maar ook “moeilijk” en “chaotisch”.  Wat dat laatste betreft benadrukt een van de mentoren de rol van de coördinator. “Hij of zij is degene die de leiding heeft, beslissingen neemt en af en toe moet zeggen: verzamelen, overleggen, jij gaat dit en jij gaat dat doen. Dan wordt het vanzelf gestructureerder.”

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)