Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Democratie is een utopie”

“Democratie is een utopie”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Gemeenteraadsverkiezingen

MAASTRICHT. De animo voor verkiezingen is de laatste jaren niet groot. Voor de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen woensdag werd zelfs een opkomst van een minder dan 50 procent voorspeld: een laagterecord. Moet dat eigenlijk nog wel, die verkiezingen? Is er een alternatief voor ons huidige kiesstelsel of zelfs voor democratie? Observant vroeg twee Maastrichtse politicologen en een student naar hun mening.

Churchill zei het al: Democracy is the worst form of government except for all those others that have been tried. En dat lijkt nog steeds op te gaan. “Niemand die de politiek professioneel volgt zal zeggen dat het goed gaat”, zegt Nico Baakman, politicoloog en universitair docent European Studies. “Maar ondanks alle manco’s die het systeem heeft is het hier nog altijd een stuk prettiger leven dan in bijvoorbeeld China.” Er is geen reëel alternatief voor democratie, vindt ook Klaartje Peters, bijzonder hoogleraar lokaal en regionaal bestuur. “Er valt geen goede reden te bedenken waarom niet iedereen een stem zou mogen hebben.” “Het democratische stelsel is helemaal ingebakken in onze cultuur, dat ga je niet veranderen”, zegt Bram Vos, student rechten en VVD’er (en tot voor kort tevens lid van de Liberale Partij Maastricht).

Aan het uitgangspunt van democratie valt dus niet te tornen, maar het kiesstelsel, daar zou wel het een en ander aan kunnen gebeuren. “Het basisidee van een democratie – het volk regeert zichzelf – is een utopie”, zegt Baakman. “Er is altijd een uitruil tussen het hoge ideaal en het praktische. Als alle 16,5 miljoen Nederlanders in de Trèveszaal gingen zitten kwamen ze nooit ergens uit. Zelfs bij de oude Grieken deed niet iedereen mee. Alleen vrije mensen, dat wil zeggen die geen slaaf, vrouw of levend van een ambacht waren, mochten meebeslissen. Een elite dus.” Het probleem in Nederland is volgens hem dat de gemaakte uitruil verslechterd is. “Ten behoeve van de efficiëntie en effectiviteit is de invloed van de kiezer steeds kleiner gemaakt”.

De politiek is losgezongen van de kiezer, zegt Baakman. “En politici hebben ook geen redenen om naar de kiezer te luisteren. Het is de partij die bepaalt wie op de kieslijst komt en op welke plek. De kiezers bepalen alleen het aantal zetels. Een Tweede Kamerlid heeft er veel meer belang bij om in de smaak te vallen bij de partijtop dan bij de kiezers.” Daarbij zijn er veel Kamerleden die zelf nauwelijks stemmen krijgen. “De meeste mensen stemmen op het gezicht van de partij: de lijsttrekker. De stemmen die hij te veel krijgt gaan naar de nummer twee en zo verder. De hekkensluiters – de mensen die nog net in de Kamer komen – hebben soms maar driehonderd eigen stemmen.”

De herinvoering van een districtenstelsel, zoals Nederland tot 1917 had, zou volgens hem helpen. “Een districtsafgevaardigde heeft de meerderheid van de stemmen in zijn district nodig, waardoor er een veel directere band met de kiezer ontstaat.” Ook Bram Vos ziet daar iets in. “Zo’n afgevaardigde zou dan ook iedere week een paar uur open kantoor moeten houden in zijn eigen district, er binding mee houden. Zo vertegenwoordig je echt het volk. Nu is het frustrerend voor mensen dat ze nergens heen kunnen met hun vraag. Niet dat een Kamer- of raadslid altijd kan helpen, maar ze kunnen wel een duwtje in de rug geven. Bovendien zijn met een districtenstelsel alle provincies goed vertegenwoordigd in de Kamer, die nu toch voornamelijk Randstadgericht is.”

Klaartje Peters gelooft meer in het beter organiseren van het huidige stelsel, waarbij beter luisteren naar de burger een belangrijke rol speelt. “Dat gebeurt nu onvoldoende, maar daar zitten we als burgers zelf ook bij. Een goede relatie moet van twee kanten komen. We moeten onze vertegenwoordigers voeden met wat we willen en vinden. Nu gebeurt dat vaak pas als het te laat is en alleen als mensen tegen zijn.” Het inbrengen van elementen van directe democratie, zoals referenda, zou volgens haar ook helpen. “Vroeger geloofde ik daar niet in: dan kan iedere halve zool meebeslissen. Nu denk ik dat de druk van directe democratie op de volksvertegenwoordigers goed is. Het helpt als de overheid gedwongen wordt iets goed uit te leggen en de burgers uitgedaagd worden ergens goed over na te denken. Het verbetert de kwaliteit van het debat.”

Toch blijft Peters voorzichtig als het gaat over de inbreng van burgers. “Het is nu heel politiek correct om te zeggen dat de burger authentiek is, echt weet wat er speelt, en dat politici er vooral voor hun eigen carrière zitten en niet meer in touch zijn met de kiezer. Maar zo simpel is het niet. Burgers komen ook op voor hun eigen belangen. En wie is dé burger? Mensen met kinderen willen misschien een speeltuin in mijn wijk, voor mij hoeft dat niet. Het risico bestaat dan dat vooral het recht van de sterkste, de assertiefste burger, gaat gelden. Daarom hebben we juist de politiek.”

Op lokaal niveau denkt ze dat de burger de komende jaren meer betrokken zal raken bij de politiek door de veranderde taken van de gemeente. “Eerder ging het vaak over apolitieke onderwerpen zoals straatverlichting of een weg. Daar valt geen rechts of links standpunt over in te nemen en dus leeft het debat erover ook minder, behalve bij direct omwonenden. Nu de gemeente gaat beslissen over onder andere zorg en werk gaat het over dingen die mensen aan het hart gaan. Dan valt er makkelijker iets te kiezen en hopelijk geeft dat een impuls aan de lokale politiek.”

Wat nog een extra impuls zou kunnen geven is het invoeren van een gekozen burgemeester. “Bijvoorbeeld zoals in België, waar de lijsttrekkers van de partijen strijden om de burgemeesterspost. Je zou hem dan ook meer bevoegdheden moeten geven, zodat het echt ergens om gaat. Wordt de stad links of rechts? Dat maakt de verkiezingen betekenisvoller en scherper.”

Ook Baakman is voor een gekozen burgemeester, maar Vos is tegen.  “De burgemeester moet boven de partijen staan en geselecteerd worden op basis van ervaring en kennis, niet gekozen omdat hij een goed praatje heeft.” Hij ziet een oplossing in minder partijen. “Mensen weten niet meer waar ze op moeten stemmen, er is zoveel versplintering. En partijen doen loze beloften, om de concurrentie voor te blijven. Daardoor zijn mensen teleurgesteld in de politiek. We moeten terug naar de essentie: drie of vier partijen. Blokken van bijvoorbeeld VVD en D66 en PvdA, GroenLinks en de SP.” Coalities zouden dan uit twee of maximaal drie partijen bestaan. “In plaats van vijf, zoals nu niet ongebruikelijk is. Besturen wordt bijna onmogelijk. Hoeveel water ga je bij de wijn doen om je coalitiepartner te behouden?”

Ideeën genoeg, maar zit een verandering er ook echt in? Baakman denkt van niet. “Het gaat niet zonder hulp van de politieke partijen en zij zijn vooral bezig zichzelf in stand te houden. Ik ben niet zo’n barricadebestormer, maar misschien is een grote opstand de enige manier. Tot die tijd is het aanmodderen.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)