Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Topsporter? Dan kun je Maastricht beter mijden

MAASTRICHT. De Universiteit Maastricht is géén topsportuniversiteit. Wie naast een studie echt op hoog niveau wil sporten kan beter ergens anders heen gaan. Een Actieplan van NOC*NSF samen met het hoger onderwijs is dan ook niet door de UM ondertekend.

Neem de site van de Universiteit Utrecht; met een paar muisklikjes tref je de ene foto na de andere van topsporters die ook nog studeren. Plus een wervende tekst: “De Universiteit Utrecht koestert intelligent én sportief talent. Daarom kunnen topsporters die aan de Universiteit Utrecht studeren, rekenen op speciale voorzieningen op maat.” Op de UM-site vind je na lang zoeken geen foto’s, wel dit: “Om te voorkomen dat je studie onder je sport lijdt, is getracht binnen de mogelijkheden van het Maastrichtse studiesysteem aan topsporters een vorm van ondersteuning te geven.” Dat klinkt heel wat zuiniger dan de Utrechtse variant.

Maar goed, er is een reden voor het verschil en dat is inderdaad het Maastrichtse onderwijssysteem. “Want”, zegt studieadviseur Maarten van Kooij bij de faculteit Health, Medicine and Life sciences, “we doen hier nu eenmaal aan probleemgestuurd onderwijs, kleinschalig, waarbij je leert samenwerken, actief moet participeren, elkaar feedback geven. Als je daarvan afwijkt, wijk je af van de onderwijsfilosofie. Dan zeg je in feite tegen de gewone studenten dat het ook wel op een andere manier kan. Dat is een dubbele boodschap.”

Toch gaat het Van Kooij, die wielrenner Tom Dumoulin bijstond in zijn pogingen sport en studie te verenigen, aan het hart. Hij is zelf amateurwielrenner geweest (“maar die keren dat ik met de profs meereed werd ik wel even met de neus op de feiten gedrukt”) en begrijpt sporters als Dumoulin maar al te goed. “Ik vind het echt een dilemma. Ons onderwijssysteem is heel wat waard, maar je wilt zo iemand ook kansen bieden. Alleen, op het niveau waar hij nu bezig is, is wielrennen een voltijdsbaan. Ook als je de aanwezigheidsplicht in de onderwijsgroepen tot 50 procent terugbrengt, is het niet te doen. Je bent drie weken weg, dan kun je moeilijk volhouden dat je actief geparticipeerd hebt. Dus als hij zegt dat je het beter geen topsportregeling kan noemen, ben ik dat wel met hem eens. Voor echte topsporters is ‘t niet geschikt, het is meer een regeling voor de betere recreatieve sporters. Als je te goed wordt, heb je een probleem. Dat zag je ook met Rachel Klamer, triatleet, ze heeft meegedaan met de Olympische Spelen in London. Ook zij is na twee jaar gestopt met gezondheidswetenschappen. Die zat een keer vier maanden in de winter in Nieuw Zeeland om te trainen.”

Hij krijgt bijval van het hoofd van UM-Sport, Birgit Hendrickx. Inderdaad, zegt ze, echt grote sportnamen zijn niet of nauwelijks aan de UM verbonden geweest. “Dan gaat het altijd weer over Daniel Mensch, de Olympische roeier, en misschien nog een enkeling. Natuurlijk zouden wij als UM-Sport graag met grote namen wapperen, een goed topsportbeleid ‘verkoopt’, maar dan zou men de regeling soepeler moeten maken en daar gaan de faculteiten over, de examencommissies, niet wij. De faculteiten zijn leidend, wij volgen. En ik moet niet over alles schreeuwen hè, ik ben al blij dat er nu eindelijk een goede sportaccommodatie komt.”

Hendrickx wijst op het beleid van het NOC*NSF om universiteiten en hogescholen tot meer medewerking op dit vlak te bewegen. Onder het motto Flexibel Onderwijs en Topsport (FLOT) is daar eind september 2013 een ‘Actieplan’ opgesteld waarin de ondertekenaars - de onderwijsinstellingen - zich verplichten om meer faciliteiten te bieden. Hendrickx: “Bij die ondertekenaars zit dus niet de Universiteit Maastricht. En overigens ook niet die van Rotterdam, Nijmegen en Twente. We blijven op dit gebied low profile: we zeggen alleen toe wat we kunnen waarmaken. In dat Actieplan willen ze meer dan dat. Bijvoorbeeld dat een lid van het college van bestuur zich actief speciaal met het topsportbeleid bemoeit. Dat gaat hier niet gebeuren.”

Overigens, voegt ze toe, zijn er maar weinig sporten waarvan de nationale trainingscentra in de buurt zijn, en dat op zich leidt al tot schifting als het gaat om de keuze voor een universiteit.  Volgens het NOC*NSF gaat het in Limburg om centra voor de triatleten, de heren handballers, de mountainbikers en de dames wegwielrenners.

Maar er zijn natuurlijk ook sporters die het zonder die centra doen, en in deze regio gaat het dan vooral over wielrenners.

Terug naar Tom Dumoulin en zijn voormalige studieadviseur bij de FHML, Maarten van Kooij. Die heeft Dumoulin hoog zitten. “Iemand die op zijn 22e al de Tour de France rijdt, dat is vrij uitzonderlijk. Men hoopt van hem de vaandeldrager van de Nederlandse wielersport te maken. Hij was ook een mooi uithangbord voor de UM geweest natuurlijk.”

Maar misschien gloort er hoop. Van Kooij, tevens verbonden aan de facultaire vakgroep onderwijskunde, denkt dat er meer mogelijk moet zijn dan het huidige strakke topsport- en studiebeleid voorschrijft. “Ik zou er voor zijn om meer vrijheid te bieden, niet alleen aan sporters trouwens, ook aan chronisch zieken, of aan een meisje van 19 met een kind. Eigenlijk aan alle studenten. Meer schuiven met blokken, blokken vaker aanbieden, meer individuele programma’s. Maar vooral ook meer doen met e-learning. Bij de master European Public Health `gebeurt het al. Daar studeren veel buitenlanders. Via Skype-meetings en e-meetings maak je het groepsproces en dus pgo online mogelijk. Ik denk dat we dat over twee à drie jaar breder kunnen aanbieden. Dat zou voor Dumoulin - een jongen die graag zijn intellectuele capaciteiten benut - een uitkomst zijn. Tenminste, als hij dan nog steeds die studie wil doen.”

 

 

 

75 topsporters

Hamish Craig werkt bij UM-Sport en is ‘topsportcoördinator’ aan de UM. Dat, zo geeft hij grif toe, stelt niet zo heel veel voor: “Wat ik vooral doe is mensen de weg wijzen. Als je die status wilt hebben, moet je je melden bij Topsport Limburg. Die kijken naar de prestaties van de afgelopen twee jaar. Dan krijg je een pasje, kom je terug bij UM-Sport, en vervolgens ga je met je studieadviseur op de faculteit bespreken hoe je programma aangepast kan worden.”

De UM kende in september vorig jaar 75 geregistreerde topsporters, plus nog 36 roeiers die apart vermeld staan. Dat lijken er veel, maar het zijn geen namen die je vaak in de krant tegenkomt. Het gaat om de laagste categorieën die het NOC*NSF onderscheidt, de regionale klassen 1 en 2. Studieadviseur FHML Maarten van Kooij: “Je heet redelijk snel topsporter aan de UM.”

Craig: “De gegevens worden rond deze tijd gecontroleerd en aangepast; sporten ze nog, studeren ze nog?” Voor de meesten, zegt Craig, gaat het om regelingen rond de studie, soms ook om extra maanden studiefinanciering.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: