Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Weg met het hokjesdenken!

Weg met het hokjesdenken!

MAASTRICHT. Als het aan psychiater Jim van Os ligt, is het einde oefening met ziektelabels als bipolaire stoornis, borderline of schizofrenie. Oftewel met het hokjesdenken, zoals vervat in het invloedrijke handboek DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), waarvan onlangs de vijfde editie verscheen. De tijd is wat hem betreft rijp voor een nieuw soort diagnostiek. Vorige week woensdag hield de UM-hoogleraar epidemiologische psychiatrie een enerverende Studium Generale-lezing in een volle aula op de Minderbroedersberg.

In de jaren zestig diende de DSM een goed doel: een gezamenlijke taal creëren voor hulpverleners over de hele wereld. Wie last had van de symptomen A, B en C kreeg zowel in de VS als in Europa te horen: u heeft een borderline stoornis. Een hele vooruitgang, maar gaandeweg bleken mensen niet in hokjes te passen en kwamen er steeds meer kleinere hokjes bij. Kende de DSM eerst honderd stoornissen, nu zijn dat er driehonderd.

U heeft een borderline stoornis: het lijkt heel wat, maar wat zegt het eigenlijk? Geen twee patiënten zijn hetzelfde, iedereen heeft een specifieke mix van klachten. De een heeft vooral moeite om vriendschappen in stand te houden, een ander lijdt het meest aan het eigen impulsieve gedrag. En dat vereist een individuele aanpak.

In plaats van mensen in hokjes te stoppen, wordt het tijd voor een diagnostisch stelsel van humaner snit. Zoals Van Os ook in zijn nieuwe boek De DSM-5 voorbij! beschrijft, wil hij dat hulpverleners weer oog krijgen voor de mens en zijn of haar verhaal, dat ze vragen stellen aan patiënten.

Op het grote scherm in de aula verschijnt een tekening van een huilend meisje met een geschaafde knie. “Wat is de eerste vraag die bij jullie opkomt? Juist ja: wat is er met je gebeurd?” Deze vraag lijkt vanzelfsprekend maar in de spreekkamer wordt die vaak vergeten. Veel hulpverleners beginnen met de symptomen in kaart te brengen. Hoort u stemmen? Hoe vaak? Van mannen of vrouwen? Om te besluiten met: dan heeft u schizofrenie. Zonder te weten wat er in het leven van de patiënt is gebeurd. Een derde van de psychische klachten is te herleiden tot ervaringen in de jeugd, schrijft de hoogleraar psychiatrie.

Een andere vraag die ertoe doet: wat zijn de kwetsbare (angst, somberheid) en weerbare kanten (optimisme) van een patiënt? Van Os wil dat patiënten dat zelf in kaart brengen via een app, waarin ze op tien momenten per dag vragen over hun stemming beantwoorden. Tegelijk een manier om patiënten te betrekken bij hun behandeling, iets wat het herstel bevordert. Waar het om gaat is dat hulpverleners helpen bij de constructie van een eigen verhaal, bij het langetermijnperspectief en de bijbehorende behoeften.

Na afloop van de Studium Generale-lezing vraagt iemand uit de zaal hoe onderzoekers met de DSM omgaan. Van Os: “De medewerkers van mijn vakgroep geloven er niet in. Maar goed, bestuurders willen nu eenmaal dat onderzoekers publiceren in bladen met de hoogste impactfactor. En dat betekent vaak dat je de DSM-diagnostiek moet gebruiken. Een dilemma. We sturen onze artikelen vaker naar open acces-bladen, maar daar worden de bestuurders weer niet blij van. Dus ja, soms worden we gedwongen om met de DSM te werken.”

 

De DSM-5 voorbij!, Jim van Os. Diagnosis Uitgevers. ISBN 978-94-91969-00-3

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: