Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

"Geen enkele regering wil kritiek, zeker een dictatuur niet"

Afscheidsinterview met prof. Menno Kamminga

MAASTRICHT. Menno Kamminga, hoogleraar internationaal recht, neemt afscheid van de Universiteit Maastricht. Hij gaat met pensioen. Een gesprek over zijn jeugd, mensenrechten, zijn carrière bij Amnesty en de switch naar de wetenschap. “Bij Amnesty leerde ik dat de wereld veel slechter is dan ik dacht.”

Officieel was 1 april zijn laatste dag, maar als we die dinsdagmiddag op zijn kantoor aanschuiven, lijkt het alsof Menno Kamminga (1949), hoogleraar en directeur van het Maastrichtse centrum voor de mensenrechten, nog lang niet toe is aan opstappen. Geen spoor van verhuisdozen, geen lege boekenkast. Integendeel. “Nee hoor, ik ga echt weg. Beetje tuinieren, reizen, aandacht voor vrouw en kinderen, eigenlijk wat alle gepensioneerden doen. Ik wil niet almaar blijven doorgaan.”
In 2000 verruilde Kamminga de Erasmus Universiteit Rotterdam voor Maastricht. Hij nam het stokje over van mensenrechtenprof. Theo van Boven. “Ik kende hem uit Genève. Hij was VN-directeur van de afdeling voor mensenrechten, ik was er namens Amnesty.”

Indonesië
1968. Kamminga begint aan zijn rechtenstudie in Groningen. “Ik weet het nog goed: het was augustus en ik zat in de trein naar het noorden, de Russen waren net Tsjecho-Slowakije binnengevallen (Tsjecho-Slowakije wilde zich losmaken uit het Oostblok, red.). Ze vreesden het ergste en stuurden tanks en soldaten naar Praag. Ik dacht: ‘Wat gek. Ik ga studeren en leuke dingen doen, en daar vechten ze voor hun vrijheid.’ Toen wist ik dat ik met het recht iets voor een betere wereld wilde doen. De eerste verplichte Nederlandsrechtelijke vakken als privaat- en bestuursrecht vond ik maar saai. Pas tijdens de internationaalrechtelijke vakken begon ik het leuk te vinden. Geïnspireerd door professor Röling verdiepte ik mij in de mensenrechten. Röling was rechter geweest in het tribunaal in Tokyo waar na de Tweede Wereldoorlog Japanse oorlogsmisdadigers zijn berecht.”
Kamminga groeide op in Voorschoten, bij Leiden. Zijn moeder was verpleegster, zijn vader piloot bij de KLM. “We mochten altijd gratis vliegen en daardoor heb ik best veel gezien. Ik leerde dat er meer is dan Nederland en Europa.” Behalve piloot was zijn vader ook opgeleid tot koloniaal ambtenaar in toenmalig Nederlands-Indië. “Hij had kennis van het recht, de cultuur en de taal. Dat heeft hij later nog goed kunnen gebruiken toen Indonesië een eigen luchtvaartmaatschappij wilde opzetten met behulp van de KLM. Daarin zag mijn vader een rol voor zichzelf. Er was na de Tweede Wereldoorlog – Indonesië wilde onafhankelijk worden – namelijk geen behoefte meer aan een koloniaal ambtenaar.”
Kamminga was vijf toen hij met de hele familie voor drie jaar naar Indonesië vertrok. “Ik herinner me de geur van de tropen. We woonden tegenover een kampong, een dorpje met hutten. Behoorlijk primitief. De situatie was nog steeds gespannen. Men was argwanend. Je moest geen grote mond hebben.”

Kraker
Een studie in Groningen won het van de universiteit Leiden, om de hoek bij zijn ouders. “Ik hield niet van die kouwe kak. Bovendien wilde ik thuis weg. We hadden geen ruzie, maar dat was toen heel gewoon.” Kamminga was actief in de studentenbeweging; hij was lid van de faculteitsraad en de faculteitsvereniging. “Ik heb er zelfs een huis gekraakt. Daar zijn mijn kinderen nog verbaasd over. Ik had geen stromend water, geen elektriciteit. Ik heb avonden lang bij kaarslicht gestudeerd. Eén keer per week ging ik douchen in het sportcentrum.”
Was het aan het begin van zijn opleiding nog de invasie in Tsjecho-Slowakije die hem aan het denken zette, later draaide het om de Vietnamoorlog. “Groningen was een vrij linkse universiteit. We waren kritisch over Amerika. Hun bemoeienis met Vietnam was één grote vergissing, wat wilden ze daar beginnen? Amerika, het machtigste land ter wereld: ik wilde begrijpen hoe ze dachten.” Hij meldde zich aan bij de Fletcher School of Law & Diplomacy, “een behoudende School waar Amerikaanse diplomaten worden opgeleid”. Hij werd toegelaten. “We kregen Lessons of the Vietnam War van een generaal die in Vietnam had gediend, en hij zei: ‘We hadden die oorlog best kunnen winnen als we maar meer hadden kunnen bombarderen.’ Hij bedoelde: ‘Doordat de geldkraan is dichtgedraaid, is het ons onmogelijk gemaakt om te winnen.’ En dat is nu precies de Amerikaanse visie. Zij denken in termen van militaire acties, het sturen van vliegdekschepen in tijden van crisis. Nederlanders zijn veel meer van de argumenten. We zijn een klein landje, wij kunnen niet zeggen: Kom, we sturen ons hele arsenaal naar Oekraïne.”

Bezoek aan Irak
In 1978 ging hij aan de slag bij Amnesty in Londen, als juridisch adviseur. “Ik wist helemaal niet zoveel van mensenrechten, maar kon de sollicitatiecommissie overtuigen van mijn ‘ik-weet-hoe-regeringen-denken’. Ik had namelijk een paar jaar als ambtenaar gewerkt in Den Haag. Het zou goed van pas komen tijdens het lobbyen van diplomaten.”
Als juridisch adviseur – de naam zegt het al – adviseerde hij Amnesty’s onderzoekers op juridisch gebied. Lag er een rapport over de situatie in een bepaald land, dan was het Kamminga die ervoor zorgde dat er op de juiste manier werd verwezen naar mensenrechtenbepalingen. “Op een staf van zo’n tweehonderd man waren we met drie juristen. Ieder van ons nam een deel van de wereld onder zijn hoede, zoals het Midden-Oosten of Afrika.” Ook ging hij naar Genève, waar het tweede hoofdkantoor ligt van de VN, om te lobbyen voor resoluties en nieuwe verdragen. Landen als Irak, Marokko en Noord Ierland bezocht hij om onderzoek te doen, rechtszaken bij te wonen of met de regering te praten.
Is er een rangorde van landen met de ‘vuilste handen’? “Amnesty maakt nooit lijstjes. Dat is onwetenschappelijk. Want op basis van welke criteria bepaal je nummer één of twee? Je kunt wel zeggen: daar of daar worden de meeste mensen geëxecuteerd.” In de jaren tachtig bezocht hij Irak, samen met een Amnesty-delegatie. “Irak stond bekend om een zeer repressief klimaat. Niemand durfde te praten. Saddam hebben we niet gesproken, wel de minister van Justitie en de president van het ‘Revolutionaire Hof’ die dagelijks zittingen hield in de Abu Ghraib. Zo’n zitting duurde nog geen vijf minuten. Na eerst te zijn gefolterd, werd een gevangene, zonder bijstand van een advocaat, veroordeeld tot de doodstraf. De houding van het Westen was heel vreemd. We steunden Saddam Hoessein omdat hij in oorlog was met Iran, oftewel: we waren voor Irak, omdat we tegen Iran waren. Maar toen Irak Koeweit binnenviel en de Westerse olietoevoer in gevaar kwam  – Bush Sr. was president – waren de Verenigde Staten er opeens van overtuigd dat het een slecht land was. Hetzelfde geldt voor de Taliban. We hebben ze jarenlang gesteund in hun strijd tegen de Russen in Afghanistan. En nu? Nu is de Taliban onze vijand. Het is dus uitermate gevaarlijk om je beleid door korte-termijn-politiek te laten bepalen. Beleid moet worden bepaald op basis van mensenrechten.”

Sociale media
Kamminga roemt Amnesty om de “ongelooflijk zorgvuldige” manier van werken. “Ik heb er geleerd alleen te schrijven over datgene waar je absoluut zeker van bent. We hanteerden het principe van twee onafhankelijke bronnen. Voor zover ik weet, is het één keer misgegaan. Irak viel Koeweit binnen; Amnesty sprak met een Koeweitse verpleegster die vertelde hoe Iraakse soldaten in haar ziekenhuis baby’s uit de couveuses smeten. Amnesty stuurde dat bericht de wereld in. Later bleek het te zijn verzonnen, de zogenaamde verpleegster werkte voor de Koeweitse geheime dienst. Amnesty heeft hiervoor haar excuses aangeboden.” Betrouwbaarheid is cruciaal, benadrukt hij nogmaals. “Je moet dingen zeker weten, net als in de wetenschap.”
De mallemolen van de organisatie, “waarin je van deadline naar deadline rent”, werd Kamminga te benauwend. “Ik wilde dingen grondiger doen, tot op de bodem uitzoeken.” Hij vertrok naar Rotterdam waar hij een proefschrift schreef op basis van zijn Amnesty-ervaringen. Hij onderzocht het verbod van inmenging in binnenlandse aangelegenheden. “Veel regeringen wijzen interventie van de Verenigde Naties in hun land van de hand. Zo van: ‘Bemoei je niet met onze mensenrechten, dat is een interne kwestie’. Ik heb beargumenteerd dat mensenrechten wel degelijk een internationale aangelegenheid zijn waar andere landen zich mee moeten bemoeien. In de praktijk van de VN gaat men daar nu ook vanuit. China en Cuba beroepen zich nog wel eens op het verbod van inmenging, maar dat wordt niet meer serieus genomen.”

Bang
Hoe staat het met de mensenrechten anno 2014? “Sociale media werken preventief. Er gebeurt veel minder achter de schermen. Geen enkele regering wil bekritiseerd worden, zelfs een dictatuur niet. Ze zijn bang. Als ik een presentatie hield voor de VN in Genève kwam men van te voren altijd even peilen: ‘Welk land gaat u noemen?’ Het is slecht voor reputaties en de economie. Sociale media worden bovendien gebruikt om actie te voeren, kijk naar de Arabische Lente. Ik weet nog dat wij bij Amnesty vroeger brieven en kaarten stuurden, op bezoek gingen, telefoneerden. Dat werkte heel traag en inefficiënt.”
Toen Kamminga in 2000 naar Maastricht kwam, stond het Maastricht Centre for Human Rights in de steigers. “Het is nog steeds vrij kleinschalig, maar internationaal zeer bekend. Onze teksten worden door de beste deskundigen geciteerd. De focus ligt op globalisering in mensenrechten. Met het verdwijnen van de grenzen kunnen goederen, kapitaal en mensen vrij rond gaan. Dat is goed voor de mensen die al geld hebben; zij profiteren hiervan. Ook het bedrijfsleven heeft geboft. Ze kunnen hun gang gaan en volop produceren in landen met een sociaal zwakke wetgeving. Er is geen internationaal rechtssysteem dat hen hindert.” Hij is verontwaardigd over “zo’n gat in het internationaal recht. Het pakt desastreus uit voor kwetsbare landen.”
Toch gebeurt er wel iets op juridisch gebied; in het najaar van 2012 begon voor de rechtbank in Den Haag een unieke rechtszaak tegen Shell. Voor het eerst stond een Nederlands bedrijf in Nederland terecht voor milieuschade in het buitenland, Nigeria. Vier boeren eisten samen met Milieudefensie een schadevergoeding en het opruimen van de olievervuiling in hun dorpen. Volgens Shell was een groot percentage van die olielekkages echter het gevolg van sabotage door criminele bendes. Uiteindelijk oordeelde de rechter dat Shell schadevergoeding moest betalen aan één Nigeriaanse boer. In de andere gevallen kon de schade niet aan Shell worden toegerekend.
Desondanks pleit Kamminga voor een verdrag met minimumeisen voor bedrijven. “Als de tijd rijp is, komt het er wel. Zo was het ook met het Internationaal Strafhof. Amnesty heeft het ooit voorgesteld, maar men wuifde zo’n tribunaal weg, want welke president zat daar nu op te wachten. Uiteindelijk zie je, mede door de oorlogen in Joegoslavië en Rwanda, dat het er toch van is gekomen. Misschien moeten er eerst nog een paar grote rampen plaatsvinden, zoals recent met de kledingindustrie in Bangladesh.”


Idealisten
Vrijdag 11 april vindt een afscheidsseminar plaats voor Kamminga in de rechtenfaculteit. Het gaat over activisme en wetenschap; kun je beide tegelijk dienen? “Ik wissel van pet, maar laat duidelijk zien wanneer ik welke pet draag. Een wetenschapper onderzoekt wat het recht is; een activist beargumenteert hoe het idealiter zou moeten zijn. Wishful thinking is die twee dingen door elkaar halen. Ik zie het bij veel studenten. Je kunt wel willen dat iets is zoals jij dat graag ziet, maar daar gaat het niet om in de wetenschap. Binnen het mensenrechtenonderzoek lopen nogal wat idealisten rond die feiten en meningen door elkaar halen. Dat doet de reputatie geen goed. Het is volgens mij ook een van de redenen dat er weinig geld naar dit soort onderzoek gaat.”
Methodologie staat bij hem hoog in het vaandel. “Ik geef cursussen aan beginnende promovendi. De kennis van methodologie is bij juristen vaak zwak, ze worden er niet in getraind. Veel juristen zeggen ‘wij hebben dat niet nodig’, maar dat vind ik onwetenschappelijk. Je moet kunnen uitleggen hoe je iets doet, uit welke bronnen je put, hoe je je data hebt geanalyseerd. Elke stap moet transparant zijn, zodat de volgende onderzoeker erop voort kan borduren.”

 

 

 

 

 

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)