Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Goede zorg gaat niet om meer personeel of meer geld”

“Goede zorg gaat niet om meer personeel of meer geld”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Academische Werkplaats Ouderenzorg

“Kom even kijken, dit is fantastisch”, zegt Jan Hamers, hoogleraar ouderenzorg. Hij opent een deur in verpleeghuis Lückerheide in Kerkrade. In een kamer met blauw, paars en groen licht zitten drie oudere dames ontspannen glimlachend op luie stoelen. Ze worden gemasseerd of krijgen een maskertje. “Zulke kleine dingen maken het verschil.”

In tegenstelling tot wat mensen vaak denken is de Academische Werkplaats Ouderenzorg, waar Hamers voorzitter van is, geen fysieke plek. Het is de paraplu waaronder ongeveer tien onderzoekslijnen in de ouderenzorg vallen. Dat varieert van bewegen bij ouderen tot hartfalen in verpleeghuizen, maar de hoofdvraag is steeds hetzelfde: hoe kunnen we de zorg verbeteren naar aanleiding van vragen uit de praktijk. Vijf zorginstellingen uit Zuid-Limburg (Meandergroep, Sevagram, Envida, Cicero Zorggroep en Orbis) en Zuyd Hogeschool zijn bij het project aangesloten. Gepromoveerde UM’ers doen een dag in de week onderzoek in de thuiszorg, verzorgings- en verpleeghuizen van de organisaties, en andersom krijgen zorgmedewerkers met een master de kans promotieonderzoek te doen.

Terug naar Lückerheide, onderdeel van de Meandergroep, waar Jan Hamers in 1998 begon met wat later de Werkplaats zou worden. “Er is sindsdien veel veranderd. Toen kwam de urinelucht je tegemoet, renden overal mensen in witte uniformen rond, was er veel onrust onder de bewoners en werd er veel geschreeuwd.” Ruim vijftien jaar later heerst er grote rust in het verpleeghuis, waar mensen met dementie wonen: ‘gewoon’ dementerenden, jong dementerenden, Parkinson-patiënten en mensen met het Korsakov-syndroom. Bewoners zitten net na de lunch in een van de woonkamers, doen een dutje, kijken televisie of maken buiten een wandelingetje, verzorgen de dieren of werken in de tuin. Dit alles onder begeleiding van het personeel, dat geen uniform meer draagt.

Dat betekent niet dat er niet nog ruimte is voor verbetering. “Een thema waar we mee aan de slag willen gaan is mantelzorg in het verpleeghuis. Een bewoner komt niet in alleen binnen, maar heeft een sociaal netwerk, van bijvoorbeeld een partner, familieleden en vrienden. Vaak hielpen die thuis mee met de zorg en dat willen we graag continueren op een manier die past bij de bewoner en zijn of haar familie. Dat vergt echter een hele omslag in de manier waarop de verpleeghuiszorg nu georganiseerd is en vraagt ook om andere rollen en competenties van medewerkers.”

Veel verbeteringen zijn echter al ingezet. Een van de opvallendste veranderingen, en een direct gevolg van het onderzoek waar Hamers in 1998 mee startte, is dat niemand meer vastgebonden wordt. Vaak kregen ouderen die uit hun stoel of bed dreigden te vallen een band om of een bedhek wat omhoog kan. “Oorspronkelijk was de vraag uit de praktijk: hoe kunnen we mensen beter vastbinden”, vertelt Hamers. “We besloten eerst te inventariseren hoe vaak en waarom het gebeurde.” Hij schrok van het resultaat: 1 op de 3 bewoners kreeg te maken met vrijheidsbeperkende maatregelen,  90 procent van hen langer dan drie maanden. “We hebben toen, bij wijze van experiment, vier medewerkers 24 uur vastgebonden, om te laten zien wat de consequenties daarvan zijn. Hun verhaal maakte grote indruk, we hebben er een film van gemaakt die nog steeds wordt gebruikt bij voorlichting.” Er volgde een pilot en daarna grote gecontroleerde studies, met als doel de vrijheidsbeperkende maatregelen te stoppen.

“In het begin waren we er niet blij mee”, herinnert Ine Smeets, verpleegkundig stafmedewerker van Lückerheide, zich tijdens de lunch in de vergaderruimte. “We waren heel bang dat mensen zouden vallen. Maar na verloop van tijd zie je dat het werkt. Als ik nu ergens een band zie denk ik: jeetje, wat ouderwets.” Het onderzoek leidde tot wetswijzigingen: mensen vastbinden om vallen te voorkomen mag niet meer. De maatregelen mogen nog slechts in heel bijzondere situaties worden toegepast. Smeets geeft er overal in het land voorlichting over. “Ik vertel over alternatieven, zoals de camera’s die we bij sommige mensen gebruiken.”

Directeur Math Gulpers, die zelf gepromoveerd is op vrijheidsbeperking, demonstreert het ter plekke. Hij loopt de lege kamer van een bewoner binnen en activeert het veld rondom diens bed. Dat gebeurt wanneer iemand een arm of een voet uitsteekt. Op een BlackBerry-achtig apparaat, dat de verzorgers bij zich dragen, gaat een alarm af. Als ze de camera aanzetten kunnen ze zien of iemand uit bed dreigt te vallen of zich alleen maar uitrekt. “Gaan ze iemand helpen, dan kunnen ze de camera tijdelijk uitzetten: niemand wordt zomaar gefilmd”, legt Gulpers uit.

Waar het personeel eerst huiverig was voor het weghalen van veiligheidsmaatregelen, kijken ze nu zelf kritisch. “Hoeven ze nooit in te grijpen, dan zeggen ze tegen mij: die camera kan wel weer weg”, vertelt Smeets. Dit soort mentaliteitsveranderingen is waar de Werkplaats naar streeft. “Vaak zie je na een onderzoek wel dat mensen enthousiast zijn – nu weten we het! – maar dat er nog geen gedragsverandering plaatsvindt”, zegt Hilde Verbeek, projectleider van de Werkplaats voor de Meandergroep, waar Lückerheide deel van uit maakt. “Daarvoor is er bijscholing nodig, op alle vlakken. Leidinggevenden, personeel, maar ook familie.”

Een belangrijke rol is daarin weggelegd voor wat Verbeek rolmodellen op de werkvloer noemt: verpleegkundigen met een HBO-opleiding die meehelpen met het onderzoek. Stefanie Linssen is een van hen. Ze doet mee aan het project waarbij wordt gekeken waarom mensen in de eerste weken dat ze in een verpleeghuis wonen vaker vallen dan daarna. Ook wordt getest of maatregelen als de kamer net zo inrichten als thuis – bril op dezelfde plek, glas water op dezelfde plek – helpt. “De combinatie van werken en onderzoek is ideaal”, zegt Linssen. “Je rent net zo hard mee als alle anderen op de afdeling en je kunt meewerken aan innovatie. Mijn collega’s komen ook sneller naar mij toe om te vragen of iets anders kan. Ik ben een bekend gezicht, niet een of andere hoge pief die af en toe met een stapel formulieren binnenkomt.”

De Werkplaats start per jaar ongeveer twee nieuwe projecten, meestal als onderdeel van een al bestaande onderzoekslijn. “Het zijn onderzoeken van vier tot vijf jaar”, zegt Hamers. “Ze worden verdeeld over de verpleeghuizen die meedoen. Het kost veel tijd, dus we willen ze niet te veel belasten.”

Hamers en Verbeek worden op buitenlandse congressen regelmatig op de Werkplaats aangesproken. “In Nederland klagen we steen en been over de ouderenzorg, maar een nuance is op zijn plaats. Uit onderzoek blijkt dat we het hier in vergelijking met het buitenland goed doen.” Verbeek bevestigt dat. “Ik heb laatst een Canadese hoogleraar rondgeleid, die stond te kijken van hoe er met mensen wordt omgegaan en meegedacht.” Hamers: “Je moet niet roepen ‘dat kan niet’, maar durven. Op Lückerheide mogen mensen bijvoorbeeld hun huisdier meenemen. Het extreemste geval dat ze ooit hebben meegemaakt was een mevrouw die al dertig jaar een paard had en niet van het dier gescheiden wilde worden. Haar paard is meegekomen, al moet ik er wel bij zeggen dat ze hier de voorzieningen daarvoor hebben. Het dier is uiteindelijk eerder overleden dan zij. Goede zorg gaat meestal niet om meer personeel of meer geld, maar om een visie en een bepaalde bedrijfscultuur.”

Onlangs werd bekend dat de Werkplaats in 2014 één miljoen euro uit de AWBZ-gelden (overheidsgeld voor onder andere de langdurige zorg van ouderen, verstrekt via verzekeraars) krijgt voor zorginnovatie. Het is de bedoeling dat dit bedrag in de toekomst jaarlijks wordt toegekend. “Daarmee zijn we nieuwe projecten gestart zoals bewegen bij ouderen. Laat mensen bijvoorbeeld zelf naar de eetzaal lopen, in plaats van ze snel in de rolstoel ernaartoe te duwen. Of stimuleer ze om te fietsen door ze via een film door hun oude omgeving te laten rijden. Je moet ze op de een of andere manier triggeren.”

Bij Lückerheide hoort zelfs een stukje bos, waar gewandeld kan worden. Sowieso kunnen de bewoners zelf naar buiten, er wordt alleen op gelet dat ze niet de straat oplopen. “Een paar jaar geleden lag het braak, toen hebben we het snel geannexeerd”, vertelt directeur Gulpers. Het pad van 345 meter door het bos draagt zijn naam. “Dat heb ik niet zelf bedacht hoor. Familie neemt de bewoners hier vaak mee naar toe. Dan kunnen ze even alleen zijn. Er staan veel bankjes zodat mensen kunnen uitrusten. Ik wil hier binnenkort een paar reeën loslaten, zodat ze die kunnen spotten.”

Eenmaal binnen wijst Gulpers op nog een paar ideeën: een voelmuur (“Daar bleken mensen niet zo’n belangstelling voor te hebben, maar het kleedt wel mooi aan”) en een kast vol knuffels (“Die moeten we regelmatig aanvullen”).

Het zijn voorbeelden hoe ook het verpleeghuis zelf steeds met verbetering en innovatie bezig is. “Het is absoluut een kruisbestuiving”, zegt Verbeek, die niet veel later door Gulpers wordt gewezen op een apparaatje aan de muur waar etherische oliën uit worden gespoten. “We merken dat mensen er rustig van worden. We hebben laatst aromatherapie geprobeerd bij twee mensen met slaapproblemen en dat sloeg ook aan.” Maar, voegt hij er meteen aan toe: twee mensen, dat is geen wetenschappelijk bewijs. “Ik wil iemand vragen daar onderzoek naar te doen.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)