Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

KNAW-commissie: wetenschap is meer dan kostenpost

KNAW-commissie: wetenschap is meer dan kostenpost

Photographer:Fotograaf: archief

Voorzitter Luc Soete bepleit investeringen in R&D

MAASTRICHT. Wetenschap wordt veel te vaak gezien als kostenpost en niet als nuttige investering. Het wordt tijd dat het Centraal Planbureau daar in zijn macro-economische modellen rekening mee houdt, zegt UM-rector Luc Soete.

Soete is voorzitter van een speciale commissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) die vorig jaar de ‘waarde van wetenschap’ onderzocht, en dan vooral de economische waarde. De aanleiding is duidelijk: publieke investeringen in research & development (R&D) zijn een gewillige prooi voor bezuinigende politici zolang niet duidelijk is wat de opbrengsten van diezelfde R&D op de langere termijn zijn. Soete: “Onder het vorige kabinet zijn de 500 miljoen aan zogeheten FES-gelden, een investeringsprogramma in de kenniseconomie, wegbezuinigd. En het topsectorenbeleid moet het tegenwoordig zonder budget doen. Ook in andere landen gebeurt dit, ook in Zuid-Europa bijvoorbeeld. Daar realiseren ze de 3-procentsnorm door juist in dit soort uitgaven te snoeien. Voor een land als Spanje is dat dramatisch omdat je op die manier weliswaar je begrotingstekort verkleint, maar tegelijk ook de kans op groei.”

Want, zegt de commissie, wetenschap heeft wel degelijk economische waarde, al is het niet eenvoudig om die te meten. Technologische vernieuwing, betere gezondheidszorg, het is allemaal ondenkbaar zonder wetenschappelijke vindingen die deels voortkomen uit publieke middelen, onder meer via de universiteiten, deels privaat worden gefinancierd. In 2011 beliepen de R&D-uitgaven in ons land zo’n 12 miljard, ongeveer 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp); de verdeling tussen publieke en private uitgaven was ongeveer gelijk. Het probleem voor de bouwers van economische modellen is hoe die investeringen zich op de langere termijn vertalen in misschien wel een veelvoud van die bedragen. Volgens de commissie blijkt “uit econometrische studies een aanzienlijk effect van kennisinvesteringen op economische groei”, maar verder onderzoek is zeker nodig. Reden waarom de commissie er bij het CPB op aandringt om betere modellen te ontwikkelen.

Opvallend in het rapport is het realisme ervan: veel wetenschap – denk aan de geesteswetenschappen - valt helemaal niet in economische termen te beschrijven maar is toch waardevol, zo wordt benadrukt. Dat heeft te maken met de verschillende functies van wetenschap. De commissie onderscheidt er vier: een directe bijdrage aan de economie, bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke problemen; het ‘agenderen’ van thema’s als klimaatverandering, en ten slotte, het begrijpen van de wereld, van de natuur en de kosmos tot samenlevingen en culturen. De fascinatie daarvoor, de wetenschappelijke nieuwsgierigheid, “is een van de belangrijkste bijdragen die onderzoekers kunnen meegeven aan nieuwe generaties”, schrijven Soete en zijn commissie. Universiteiten die geen ruimte bieden aan dat soort onderzoekers verliezen hun aantrekkingskracht op originele talenten. Op haar beurt moet de overheid daarvoor weer ruimte bieden aan de universiteiten, vindt de commissie.

Dat blijkt een ander opvallend element in het rapport: het is een stevig pleidooi voor ruime investeringen in de publieke kennisinfrastructuur. Een land, en zeker een klein land als Nederland, moet immers in staat worden gesteld om niet alleen zelf vindingen te doen maar vooral ook om vindingen van elders te kunnen toepassen. Maar dan moet je ze wel kunnen begrijpen. Daar is een hoogopgeleide bevolking voor nodig, iets waar vooral de universiteiten aan bijdragen. Alleen daarmee ontstaat er voldoende ‘absorptiecapaciteit’ om de wereldwijd ontwikkelde wetenschappelijke kennis om te zetten in vernieuwingen op allerlei terrein.

Wat is er intussen sinds de presentatie met het rapport gebeurd? In de media tot nu toe bitter weinig. Soete is er nog altijd zichtbaar gefrustreerd onder. Precies een week voordat het KNAW-rapport publiek werd, vorig jaar oktober, barstte het publicitaire geweld rond Science in Transition los, de beweging die het huidige wetenschapsbedrijf bekritiseert. “De aandacht verschoof volledig daarheen. Met NRC Handelsblad had ik al een afspraak, die werd afgezegd, de Volkskrant heeft me geïnterviewd maar dat stuk is niet eens meer verschenen.”

Gelukkig gebeurde achter de schermen wel het een en ander. Het rapport is ook in Europa beland, Soete heeft al een gesprek gehad met Olli Rehn, de Eurocommissaris die de begrotingsdiscipline van de lidstaten onder zijn hoede heeft. Soete: “In juni verschijnt er een stuk van de Europese Commissie over de manier waarop men in de toekomst de landsbegrotingen zal beoordelen. Dat zal niet meer puur boekhoudkundig zijn, maar ook met oog voor de langetermijneffecten van investeringen in de wetenschap.” In eigen land confereert Soete deze week met de directeuren van het CPB en de KNAW en de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Economische Zaken. Zijn rapport zal een weerslag hebben op het wetenschapsbeleid, hoopt en verwacht hij. Hoe precies, dat wordt binnenkort bekend. Op 11 juni houdt de Tweede Kamer een algemeen overleg ‘Bedrijfslevenbeleid en Innovatie’, waar de officiële kabinetsreactie op het rapport van Soete (Publieke kennisinvesteringen en de waarde van wetenschap) mede op de agenda staat.

 

 

 

 

 

 

https://www.knaw.nl/nl/actueel/publicaties/publieke-kennisinvesteringen-en-de-waarde-van-wetenschap

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)