Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Als je voor de industrie werkt, ben je ineens geen goede wetenschapper meer”

“Als je voor de industrie werkt, ben je ineens geen goede wetenschapper meer”

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

Voedingsdeskundige Wim Saris gaat met emeritaat

MAASTRICHT. Het gesprek is nog geen drie minuten aan de gang of Wim Saris (64), voormalig directeur van voedingsinstituut Nutrim en vertrekkend hoogleraar humane voeding, heeft al een paar banvloeken uitgesproken over het huidige wetenschapsbeleid in Nederland. Aanleiding is een kort overzichtje van het laatste deel van zijn carrière, die zich steeds minder aan de Universiteit Maastricht afspeelde: in 2005 vertrok hij naar Delft, naar DSM (het voormalige Gist Brocades)  voor een halve baan als corporate scientist, zeg maar bedrijfsgeleerde, op het gebied van humane voeding. In 2009 werd hij door UM en DSM gezamenlijk gedetacheerd in Wageningen, bij het topinstituut Food and Nutrition. “Maar”, zegt Saris, “de overheid zet de aardgasgelden, de FES-gelden, niet meer in voor onderzoeksbeleid; we proberen nog het via andere constructies gaande te houden. Het is rampzalig. Academische programma’s, in goede samenwerking met de industrie, moeten stoppen. De uitgaven voor Research & Development in dit land dreigen onder het Europees gemiddelde te zakken. Dat is niet goed, te meer omdat NWO [landelijke onderzoeksfinancier; red.] verplicht wordt een deel van haar geld aan de industrie te koppelen. Het NWO-budget is al niet groot en als dat aan de hand van ideeën uit het bedrijfsleven moet worden aangewend komt de serendipiteit [‘toevallige’ wetenschappelijke vindingen; red.] wel erg onder druk. Terwijl dáár juist de nieuwe radicale ideeën vandaan komen die we nodig hebben om de wetenschap vooruit te brengen. Dus laat academia vrij, is mijn pleidooi, maar investeer als land ook in publiek-private partnerships om de innovatie te stimuleren. We moeten wel, want kijk eens naar Azië, naar China en India. Miljarden mensen, miljarden breinen. Als we niet oppassen, gaat de industriële R&D daarheen.”

Saris mag gelden als de verpersoonlijking van de wetenschapper die met en voor het bedrijfsleven werkt, maar hij beseft terdege de voetangels en klemmen. “Het is altijd een netelig punt. Er zijn tig voorbeelden waar het fout ging, in de ‘farma’, in het tabaksonderzoek. Maar nu swingt het de andere kant uit: als je onderzoek doet voor de industrie word je niet meer als goede wetenschapper gezien. Wat betreft de voedingssector: je krijgt geen uitnodigingen meer om in commissies van de Gezondheidsraad te komen zitten, de European Food Safety Agency voert een gelijksoortig beleid. Niet dat ze je er meteen uitgooien als je er in zit, maar er is grote druk om alleen met onafhankelijke wetenschappers te werken. En dan zijn er nog de sociale media; daar word je in no time onderuit gehaald en voor rotte vis uitgemaakt. Dat zijn krachtige mechanismen, en hoe kun je je verweren?

“De vraag is: kun je nog vrij adviseren als je voor het bedrijfsleven werkt? Ik vind van wel, als je maar transparant bent en laat zien door wie je onderzoek betaald wordt. Maar ja, als de uitkomsten gunstig zijn voor de opdrachtgever moet je het drie keer uitleggen, zo is het wel. Ik heb nooit spijt gehad van die samenwerking. Bij Nutrim hebben we jarenlang onderzoek gedaan naar sportvoeding en sportdrank, Isostar; we hebben meegeholpen met de ontwikkeling van nieuwe producten, daar hadden zij baat bij en wij ook. In die jaren golden we als hèt topinstituut in Europa op dit terrein. De enige afspraak was dat het artikel eerst naar het bedrijf (Novartis) toe ging, zij konden publicatie maximaal een half jaar ophouden om te zien of ze het product in de tussentijd konden verbeteren. Dat is standaard in dit soort contracten.

“Nutrim behoort op het gebied van voeding en metabolisme tot de wereldtop. Dat bleek vorig jaar uit een bibliometrisch onderzoek, na Harvard en andere Amerikaanse universiteiten kwamen we tussen 2008 en ’12 wereldwijd op plaats zes, hoorden we tot de meest geciteerde instituten. En dat komt door de keuze voor thema’s waar geneeskunde en gezondheidswetenschappen samen aan werken. Dat geeft een breed palet van expertise. Daarom maak ik me zorgen over het beleid van het academisch ziekenhuis, dat nieuwe aandachtsvelden zoekt. Allemaal leuk en aardig, maar je verdunt er je researchfondsen mee. En de facultaire instituten zijn er ook mee gemoeid want tot nu toe was het ‘een op een’ met die aandachtsvelden. Kijk, je kiest voor een focus in het onderzoek en het kost je twintig jaar om het op te bouwen en een plaats in de wereld te krijgen. Maar je kunt het in een paar jaar afbreken. Dus faculteit en ziekenhuis, ‘Let op uw Saeck’, zou ik zeggen.”

 

 

 

 

Wim Saris ontving vorige week vrijdag bij zijn officiële afscheid de titel van Officier in de Orde van Oranje-Nassau

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)