Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Dit doe ik nog steeds, ik ben naturist”

“Dit doe ik nog steeds, ik ben naturist”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Kijk ik om me heen, sta ik midden in mijn leven (Loesje)

Achternaam: Grünfeld * Voornaam: Frederik (Fred) * 64 jaar * In het dagelijks leven: vertrekkend hoofddocent internationale betrekkingen FdR; bijzonder hoogleraar centrum van conflictstudies Utrecht * Woonplaats: Maastricht * Geboren in: Aarle-Rixtel * Burgerlijke staat: getrouwd met Marij van den Bosch, twee kinderen Joram en Samme, plus kleinkinderen

TOEN

Familiebedrijf Hoe het komt dat ik in Aarle-Rixtel ben geboren? Dat is vlakbij Helmond, mijn vader zat daar in de directie van het familiebedrijf van mijn moeders kant. Zelf is hij in Silezië geboren, vandaar mijn Duitse achternaam, in 1908. Toen was het Duits, nu Pools. Hij maakte de Eerste Wereldoorlog mee, bracht sieraden van zijn moeder naar school, die ze vrijwillig afstond ten behoeve van de Duitse oorlogsinspanningen. In de jaren twintig begon de houding tegenover joden te veranderen. Rond 1930 vertrok hij naar Berlijn, was er actief in de communistisch-socialistische beweging maar merkte dat ook in die kringen joden apart werden gezet. Er was geen solidariteit, dat was een grote teleurstelling voor hem.

Nederland Omdat zijn moeder Nederlandse was, sprak hij de taal en besloot na een paar jaar naar Den Haag te vertrekken, waar een filiaal stond van het bedrijf waar hij werkte. Maar hij zag de toekomst aankomen en vroeg een (Duits) emigratievisum naar Brazilië aan. De papieren lagen op 10 mei 1940 klaar op Schiphol, een paar dagen later zou hij vertrekken.

Bezetting Hij kon dus niet weg maar moest wel zijn huis uit. Dit was de kuststreek en ‘de joden zouden kunnen spioneren voor de Britten’, zo brachten de Duitsers het toen nog; het ging met hele kleine stapjes. Het werd Eindhoven, daar was zijn moeder inmiddels gaan wonen, en daar ontmoette hij mijn moeder. Die had in Parijs gewoond, was daar actief geweest in de opvang van Spaanse vluchtelingen uit de burgeroorlog. Mijn vader nam Spaanse les bij haar. Ze zijn in april 1942 getrouwd, joden mochten toen nog met joden trouwen.

Onderduiken  Ze zijn op tijd ondergedoken, in augustus ’42. In mei was de jodenster ingevoerd, in juli begonnen de eerste deportaties. Ze belandden in Mook, waar op 28 februari ’43 mijn oudste zusje werd geboren. Nog tijdens de bevalling kwam een ‘goede’ politieman waarschuwen dat ze verraden waren. Mijn zusje is door het verzet naar een artsengezin in Tiel gebracht, mijn ouders zijn met veel moeite uiteindelijk met de trein in Drachten terechtgekomen. Mijn vader had niet zo’n joods uiterlijk  maar mijn moeder wel. Die droeg daarom een hoedje met een voile, het was heel spannend. Later ben ik er met mijn moeder heengegaan, heb het huis gezien. Die mensen hebben de Yad Vashem-penning gekregen, net als het gezin waar mijn zusje opgroeide.

Eenzaam Mijn zusje heeft zich altijd anders gevoeld dan wij: de zus die in ’47 is geboren en ik, uit ’49. Ze was eenzaam, heeft het gevoel dat wij het, als naoorlogse kinderen, niet helemaal snappen. Ze heeft altijd de band met haar ‘eerste’ moeder, haar pleegmoeder, behouden. Die was sterker dan die met haar echte moeder. Ze was drie toen ze die voor het eerst zag. De oorlog werd in ons gezin niet doodgezwegen maar er werd ook niet dagelijks over gesproken. Gewoon, als het zo uitkwam. 

Seculier joods Ik ben wars van godsdienst, ik ben nul- komma-nul in die traditie opgevoed. Ik noem mezelf seculier joods. Er zijn mensen die niet begrijpen dat je je joods kunt voelen zonder het geloof erbij, maar het is zo. En ik ben natuurlijk niet voor niets maatschappelijk bewust geworden, ben niet voor niets politicologie gaan studeren, heb me niet voor niets met mensenrechten, met internationale betrekkingen en genocide-onderzoek beziggehouden. Dat heeft alles te maken met mijn identiteit, met de joodse geschiedenis. Mijn proefschrift ging over de verhouding Nederland-Israël, en ik word vaak geïnterviewd als er weer eens iets is in het Midden-Oosten. Maar aan de universiteit, bij de rechtenfaculteit en vanaf het begin bij het University College, heb ik me veel meer op andere conflicthaarden gericht, op Rwanda, Srebrenica, Darfur. Ik ben voor mijn (samen met anderen) laatste boek heel precies nagegaan hoe besluiten – of niet-besluiten – tot stand kwamen. ‘Wie weet wat, op welk moment, en wat doet hij ermee’, dat was mijn vraagstelling. Ik heb heel veel interviews gehouden met officials bij de VN, in New York. Centraal in mijn werk staat wat ik de Atrocity Triangle noem: daders, omstanders, slachtoffers. Ik richt me op de omstanders: wat konden die doen om een genocide te voorkomen? Niet alleen mensen, ook staten, internationale organisaties.

Amnesty  Je bent wetenschapper, geen actievoerder. De leerstoel in Utrecht is door Amnesty International opgezet om wetenschappelijke onderbouwing te leveren. Heeft mijn werk zin? Ik denk het wel, het is niet futiel geweest. Het Rwanda-tribunaal heeft mijn laatste boek opgevraagd, het dringt door, maar het heeft vooral zin via mijn studenten. Ik probeer ze bij te brengen hoe die processen verlopen, hoe je bijvoorbeeld bijna ongemerkt iemand kan worden die martelt. Het slaat aan, mijn blok bij het UCM heeft altijd veel studenten getrokken.

 

NU

Haha, ik ga met pensioen dus nu ben ik vooral inpakker. Ik heb nog steeds niet alle dozen weggewerkt.

 

STRAKS

Struikelsteentjes Tja, dat weet ik eigenlijk nog niet. Meer reizen, Peru, Argentinië, Chili, daar gaan we wellicht een tijdje wonen, dat doe ik liever dan de toerist zijn. En ik ga mijn wijnkennis verbeteren en leren om toetjes te maken. Marij kookt heel goed, maar geen toetjes, haha. En ik ga door met het struikelsteentjesproject, kleine plaquettes voor de huizen waar joden zijn weggevoerd. Er liggen er nu 75 in Maastricht, dat moeten er 300 worden, daar ga ik de biografieën voor schrijven. In Amby is een klein straatje met 25 steentjes. Waarom woonden daar zo veel joden? Omdat er een burgemeester was die veel vluchtelingen toeliet. Ik wil ook meer aandacht gaan geven aan het verraad. In St. Pieter bijvoorbeeld is veel verzet geweest, maar ook veel verraad. Hoe functioneerde dat? En in het gebouw waar we nu zitten, het oud-gouvernement, zetelde in de oorlog een NSB-gouverneur, De Marchant et d’Ansembourg. Er is weinig bekend over wat er hier is gebeurd. Of neem de Minderbroedersberg. Dat was een gevangenis, daar zijn verzetsstrijders gemarteld voor ze op transport werden gezet. Die dingen wil ik gaan uitzoeken.

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)