Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Hoe kom je in 'Nature' terecht?

Hoe kom je in 'Nature' terecht?

Photographer:Fotograaf: Observant

KNAW-president Hans Clevers verzorgt masterclass voor jonge onderzoekers

MAASTRICHT. Schrap de hypothese. Wek niet de ergernis van een editor. En houd het discussie-deel van je paper kort, want "dat is bullshit". Zie hier drie opvallende tips van Hans Clevers, Tefaf-hoogleraar en KNAW-president. Afgelopen vrijdag hield de Utrechtse geneticus in Randwijck een masterclass over publiceren voor een zaal van ruim honderd onderzoekers.  

Het is sinds een paar jaar vaste prik. Wie de Tefaf-wisselleerstoel (oncologie) voor een jaar bezet, geeft een of meerdere masterclasses voor jonge onderzoekers. Na twee Nobelprijswinnaars - biochemicus Aaron Ciechanover en viroloog Harald Zur Hausen – heeft het Maastrichtse onderzoeksinstituut GROW, waar de leerstoel is ondergebracht, dit jaar geneticus Hans Clevers gestrikt. Eveneens een arrivé, eind vorig jaar won hij de Breakthrough Prize, die ook wel de 'Nobelprijs van de 21e eeuw' wordt genoemd.

Onthulde Zur Hausen in zijn workshop hoe promovendi de Nobelprijs konden winnen (“stick to your own ideas”), Clevers laat zien hoe ze in het toptijdschrift Nature belanden, waar hij zelf meer dan eens in stond. De geneticus legt eerst uit dat er twee typen onderzoekers bestaan: zij die zich wel en niet comfortabel voelen op de ongebaande paden. “En die paden zul je, hoe je het ook wendt of keert, moeten bewandelen om iets nieuws te ontdekken en de aandacht te trekken van een blad als Nature. Sommigen houden van dat tasten in het duister, je eigen weg zoeken, anderen zijn beter in routinematige klussen. In mijn groep in het Hubrecht Lab, die bestaat uit dertig onderzoekers, kennen we een mix van studies met een helder doel en van ‘long shots’, onderzoek waarbij je niet weet waar je uit komt.”

Holy grail

Eerste tip: schrap de hypothese. Daarmee kom je nergens, zegt Clevers. Hij bevindt zich in goed gezelschap, zegt hij, want Newton dacht er hetzelfde over. “Zodra je een hypothese formuleert, dan ga je koste wat kost op zoek naar een antwoord en ontstaat de neiging om negatief bewijs te negeren. Zo werkt ons brein. Je kunt beter patronen proberen op te sporen in je data en op grond daarvan een ‘lichte’ hypothese formuleren. Werkt-ie niet, laat je ‘m meteen vallen.”

Vraag in de zaal: leidt deze werkwijze niet tot studies die later niet reproduceerbaar blijken? Iets wat volgens de vragensteller ook geldt voor veel onderzoek dat in Nature is gepubliceerd. Clevers: “Je moet zorgen dat je overtuigend bewijs hebt, afkomstig van verschillende modellen. Niet reproduceerbaar zijn vooral de sloppy studies.”

Tweede tip, voor wie in de schrijffase zit: begin je artikel met een stevige titel en een pakkende samenvatting. “Vaak is dat namelijk het enige wat redacteuren lezen, inclusief misschien nog een figuur of tabel. Figuren moeten in één oogopslag duidelijk zijn en de ingevoegde gegevens overtuigend. Wek niet de ergernis van een editor. Dus niet suggereren dat je de holy grail hebt gevonden. En niet meer data meesturen dan nodig is. Jonge wetenschappers doen dat weleens om krachtiger over te komen. Niet doen.”

Nog een schrijftip: kies voor de tegenwoordige tijd, behalve in de onderzoeksparagraaf. “Het wekt de indruk dat jouw onderzoek heeft geleid tot algemene conclusies, alsof je een algemene regel hebt ontdekt. Houd het discussiegedeelte kort, want dat is bullshit. Dat kan alle kanten op.”

Willekeur

Dan valt op een dag de uitslag in de bus. “Als je in de eerste zinnen leest ‘Unfortunately… but however…’, dan is dat uitstekend nieuws. Het betekent dat je een en ander moet aanpassen en er een gerede kans is dat het daarna wordt geplaatst. Beantwoord elke vraag die een editor opwerpt. En maak een revisieplan, waarbij je alle auteurs betrekt.”

En als het stuk is afgewezen? “Laat het dan 24 uur rusten, niet meteen reageren. Je kunt proberen om de redacteur op andere gedachten te brengen, maar dat lukt eigenlijk alleen als je ‘m wat beter kent. Wees zuinig met kritiek op de referenten (externe deskundigen die het artikel hebben beoordeeld, red.). Daarmee tref je namelijk ook de redacteur, want die heeft de referenten uitgekozen. Hij kent ze waarschijnlijk goed en werkt regelmatig met ze.”

Een laatste relativerende noot: het hele publicatieproces hangt soms van willekeur aan elkaar. “Een collega van me stuurde een artikel op maar zond kort daarna een herziene versie met minuscule aanpassingen. Beide versies kwamen om wat voor redenen dan ook op verschillende vestigingen terecht, in Washington en in Londen. De één was geaccepteerd, de ander afgewezen.”

 

In het najaar zal Clevers een tweede masterclass aan de UM verzorgen

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)