Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“We komen met vier vrachtwagens vol apparatuur”

“We komen met vier vrachtwagens vol apparatuur”

Photographer:Fotograaf: Ron Heeren Fotograaf: Loraine Bodewes

Interview met universiteitshoogleraar Ron Heeren

Het nieuws kwam afgelopen zomer: de UM had opnieuw een onderzoeksgroep ingelijfd, ditmaal van het Amsterdamse instituut AMOLF. Onderzoeksleider Ron Heeren is inmiddels benoemd tot de derde Maastrichtse universiteitshoogleraar. Wie is Ron Heeren? Wat heeft de UM hem te bieden? Is hij daadwerkelijk weggekaapt?

Het was op een woensdagochtend, een half jaar geleden, dat Ron Heeren zijn 25 medewerkers inlichtte over de ingrijpende plannen om al het onderzoek naar Maastricht te verplaatsen. Dat gebeurde tijdens de wekelijkse werkbespreking, die ditmaal toevalligerwijs plaatsvond in de bibliotheek, een soort aquarium, met aan één kant een enorme glazen wand.

"Ik had van te voren aangekondigd dat ik een belangrijke mededeling ging doen maar niemand wist nog waar het om ging. Ik vertelde wat ik van plan was en het bleef doodstil. Ik hoorde later van mensen in de naastgelegen coffeecorner, die ons konden zien, dat de ernst van de gezichten droop. Ik lig niet snel wakker van dingen, maar hier heb ik me echt zorgen over gemaakt. Mijn besluit had nogal wat consequenties, het betekende dat iedereen een nieuw leven moest opbouwen. Toen de stilte weg-ebde, reageerden tot mijn opluchting de meesten positief, ze realiseerden zich dat de overstap een sprong vooruit was voor hun onderzoek. Ook gaan ze er salaris-technisch op vooruit, dat hoop ik althans. Niet iedereen gaat trouwens mee. Twee oio's zijn bijna klaar en ronden af in Amsterdam. Eén technicus vindt dat hij het zijn vrouw en kinderen niet kan aan doen, twee andere technici twijfelen nog. Ik hoop dat ze beiden meekomen."

De groep van Heeren bestaat uit jonge onderzoekers, voornamelijk promovendi en postdocs, kandidaathoogleraren. Ze komen uit alle windrichtingen, tot aan Australië toe, en zijn van huis uit patholoog, fysicus, scheikundige, informaticus, wiskundige, noem maar op. Zo goed als iedereen is zijn of haar carrière gestart bij het instituut AMOLF, dat fundamenteel onderzoek doet op het gebied van onder meer nanofotonica, moleculaire biofysica en photovoltaics. Het is een zogeheten FOM-instituut (Fundamenteel Onderzoek der Materie), dat geld krijgt van de gelijknamige stichting -  onderdeel van NWO - die sinds 1946 het fundamentele natuurkundige onderzoek aanmoedigt.

“Onze groep heeft jaren geleden al een paar gelukkige keuzes gemaakt, waaronder onze focus op moleculaire imaging", zegt Heeren. "Kort daarna groeide de belangstelling voor die techniek enorm, vanuit meerdere hoeken. Nu zijn we het toonaangevende moleculaire imaging-instituut in Europa, wereldwijd is er één vergelijkbaar centrum aan de Vanderbilt University in Amerika.”

Wat doen jullie precies?

"Wij maken moleculaire foto's van complexe oppervlakten. Met behulp van massaspectometrie kunnen we laten zien welke moleculen waar zitten en hoe ze zijn veranderd, zich hebben ontwikkeld, door een gewijzigde omgeving, externe invloed, kan van alles zijn. Dat doen we bijvoorbeeld met weefselmonsters uit het ziekenhuis, zoals een biopt van een borsttumor. Via de moleculaire beelden kunnen wij voorspellen hoe een patiënt op een therapie zal reageren, of de medicijnen zullen aanslaan. Pathologen in de kliniek houden zich daar ook mee bezig, maar op kleinere schaal. Wij visualiseren duizenden moleculen tegelijkertijd, eiwitten, suikers, metabolieten, lipiden, vetzuren, noem maar op. Daardoor kunnen we patronen voor allerlei ziektes ontdekken en zijn we in staat om persoonlijke moleculaire profielen te maken. De stap naar personalised medicine is dan niet groot meer. We beperken ons tot borstkanker en osteoartrose, een ziekte van het kraakbeen. Je moet keuzes maken. Er zijn zoveel mogelijke toepassingen."

Wat is jullie grootste wapenfeit?

"Die prognostische marker voor borstkanker, waar ik het net over had, waarmee we kunnen voorspellen hoe mensen op therapie reageren. We controleren dit nu met grootschalige patiëntenmonsters uit de weefselbank. Dat wordt een van de interessante projecten in Maastricht. We hebben het geluk dat we speciale apparatuur hebben, waarmee we met nog meer detail in een cel kunnen kijken. Dat gaan we samen met universiteitshoogleraar Peter Peters doen in het nieuwe instituut M4I, we gaan massaspectometrie, elektronenmicroscopie en nanoscopie combineren. Dat opent echt een nieuw onderzoeksveld.”

Dat gebeurt nog nergens?

“Nergens. De infrastructuur die we in Maastricht neerzetten, is op deze schaal uniek in de wereld. En het gebeurt al helemaal nergens met een klinische inbedding.”

Is die klinische inbedding de reden dat je naar Maastricht gekomen bent?

“Ja, dat gaf de doorslag. Nu moeten we constant zelf achter die patiëntenmonsters aan. Dat kost een hoop tijd en energie. Op zeker moment krijg je er twee, blijken het niet de goede, moet je weer wachten, het duurt eindeloos. Hier, bij algemene heelkunde, hebben we onbeperkte toegang tot al die monsters. Dat is voor ons een wereld van verschil.”

Hoe verliepen de eerste contacten met de UM? Ben je weggekaapt door het college van bestuur?

“Nee. Het liep anders. Een jaar geleden kwam Steven (Olde-Damink, UM-chirurg en onderzoeker, red.) met een paar collega’s een meting doen in AMOLF. Binnen een half uur hadden ze hun gewenste data. Dat moest wat hen betreft in Maastricht ook kunnen. Toen is het balletje gaan rollen. Ondertussen koos Peters voor de UM en al snel volgde Clemens van Blitterswijk, die eerder gepoogd heeft om mij naar Twente te halen. Grappig, dat we nu allemaal in Maastricht zitten als universiteitshoogleraar.”

Ondertussen zijn ze bij AMOLF diep teleurgesteld.

"Ja en nee. Ja, omdat onze groep een cash cow is, we halen miljoenen aan subsidie binnen, kleine en grote projecten, van NWO, de EU, Shell, Akzo, ga zo maar door. Het is nooit prettig als zo'n groep vertrekt. Voor de UM is dat natuurlijk gunstig, ik breng niet alleen mensen mee maar ook subsidie. Tegelijkertijd was AMOLF verheugd over ons vertrek. Om dat te begrijpen moet je weten hoe FOM-instituten in elkaar steken. Ze dienen als 'kraamkamers'. Zodra de onderzoeksgroepen tot wasdom komen, dan is het de bedoeling dat de jonge wetenschappers uitvliegen, elders hun heil vinden. Dat de UM ons zo graag wilde hebben, straalt dus af op AMOLF. Daarom steunen ze ons ook in deze verhuizing. We blijven in de toekomst samenwerken, en zullen nieuwe studies opzetten."

Vorige week donderdag, in een volle zaal van de Maastricht School of Management, hield Heeren samen met de andere twee Maastrichtse universiteitshoogleraren (Peters en Van Blitterswijk) presentaties voor het midden- en kleinbedrijf, en zorg- en kennisinstellingen. Daarna, tijdens een gezamenlijk interview, meldde Peters dat hij tien vacatures open heeft staan en dat nog niemand uit de regio heeft gereageerd. Opvallend. Wat hem betreft wordt het de hoogste tijd voor een bèta-faculteit in Maastricht.

Vind jij dat ook?

“Jazeker. Het voordeel van een bèta-faculteit is dat je studenten in de breedte kunt opleiden, zodat ze iets weten van wiskunde, natuurkunde én scheikunde. Die mensen hebben wij in ons instituut nodig. De UM zou tegelijk in een maatschappelijke behoefte voorzien, want de belangstelling voor technische vakken is zo groot dat sommige hogescholen voor volgend jaar al een numerus fixus hebben ingesteld.”

Wanneer staat de grote 'volksverhuizing' gepland?

"De grootste transitie maken we in december en januari, dan wordt alle apparatuur verhuisd. Denk aan een stuk of vier vrachtwagens, het zijn echt grote apparaten die miljoenen kosten. We brengen twee moleculaire microscopen mee, die je nergens anders in de wereld vindt, maar ook een 9,4 en een 7 Tesla-magneet (niet te verwarren met de Tesla scanners, red.). In december gaan we tevens nieuwe apparatuur bestellen met het geld van de Kennis-As. Volgend jaar maart willen we iedereen over hebben.”

Lijkt me nog een hele klus om voor iedereen onderdak te vinden.

“Ik overweeg om in december een ruime woning te regelen waar we met z'n allen gebruik van kunnen maken. Dat lijkt me handig want veel mensen zullen af en toe in Maastricht moeten zijn. Het lijkt me leuker, en goedkoper, dan steeds een hotel boeken. Sommigen zijn al een huis aan het zoeken, ze zijn verrast over de betaalbare prijzen in vergelijking met Amsterdam."

Ze komen in een totaal andere habitat terecht. Kijk naar buiten, en je ziet het begin van het heuvelland.

"Ja, daarom hebben we al vrij snel, nadat ik mijn plannen in het ‘aquarium’ had besproken, met z'n allen een uitstapje gemaakt naar Maastricht. We hebben de UM en de stad verkend, de sfeer geproefd, een drankje genomen op het Onze-Lieve-Vrouweplein. 's Avonds zijn we gaan eten met medewerkers van FHML en heelkunde en hebben we al wat ideeën uitgewisseld. Het klikte meteen en dat smeert de raderen, nodig om deze hele machinerie in gang te zetten."

Wat zul je missen in Amsterdam?

"Ons gebouw, in het Science Park. Het is een fenomenaal onderzoeksgebouw. Overal glas, heel transparant, als je erdoor heen loopt, zie je de wetenschap voor je ogen, je komt elkaar overal tegen, doet nieuwe ideeën op. Dat wil ik hier ook, zo snel mogelijk een nieuw gebouw. Er wordt nu over gesproken. Het is mijn droom om daar samen met de andere twee universiteitshoogleraren in te trekken om ons onderzoek naar een nog hoger niveau te tillen. Iets á la Brains Unlimited. Het nieuwe instituut zal aanvankelijk zo'n honderd man tellen, om in vijf jaar door te groeien naar tweehonderd medewerkers."

 

 

Wie is Ron Heeren?

Heeren (Tilburg, 1965) studeerde natuurkunde aan de Technische Hogeschool Rijswijk, promoveerde in 1992 aan de Universiteit van Amsterdam en vertrok voor een postdoc-aanstelling naar het instituut AMOLF. Daar werd hij in 1998 onderzoeksleider voor biomoleculaire imaging. In 2001 benoemde de Universiteit Utrecht hem tot hoogleraar fysische aspecten van massaspectometrie.

“Ik heb me altijd voorgenomen om elke tien jaar iets anders te doen, en dat heb ik ook gedaan. Van kernfusie naar schilderijenonderzoek, van de levenswetenschappen naar imaging.” Schilderijenonderzoek? Samen met onder meer het Mauritshuis heeft hij moleculaire studies gedaan naar  veroudering op en in doeken van oude meesters.

Heeren is sinds 2012 ook ondernemer en heeft patent op de zelf ontwikkelde IonPix-camera die in één flits foto’s kan maken van duizenden moleculen. Vier van deze apparaten komen binnenkort naar Maastricht. “Ik speel geen operatieve rol in het bedrijf, en wil dat ook niet zolang ik onderzoek verricht met publiek geld. Ik wil dat gescheiden houden.” Hij is een veelgevraagd spreker, die in totaal een maand of drie per jaar onderweg is om lezingen te houden over veelal massaspectometrie.

In zijn vrije tijd speelt hij volleybal en coacht een damesteam - in Weesp, waar hij nu nog woont. “Ik heb pas een cursus gedaan en mijn trainerslicentie gehaald. Ik doe aan ‘positief coachen’. Wat dat inhoudt? De nadruk leggen op dingen die goed gaan. Dat doe ik ook in mijn onderzoeksteam. Wat mij onder meer typeert, is dat ik enthousiast met mensen kan omgaan.”

Heeren is getrouwd en heeft twee kinderen.

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)