Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

De krant en de dood

De krant en de dood

Photographer:Fotograaf: Syarol ('zenkjoe') op zijn vaste stek bij het monument Tugu

"Een van de weldaden van Indonesië is dat je er nog gewoon kranten kunt krijgen. Echte kranten, van écht papier, van het échte krantenformaat, met écht nieuws." En een van de dingen die Fokke Fernhout telkens weer opvallen, is de laconieke manier waarop in de krant met de dood wordt omgegaan. Fernhout, hoofddocent grondslagen en methoden van het recht aan de Maastrichtse rechtenfaculteit, doet verslag vanuit Indonesië. Hij werkt de komende weken als ‘visiting professor’ aan de Universitas Gadjah Mada, een Indonesische staatsuniversiteit in Yogyakart

Een van de weldaden van Indonesië is dat je er nog gewoon kranten kunt krijgen. Echte kranten, van écht papier, van het échte krantenformaat, met écht nieuws. Dus geen vod ter grootte van een kussensloop met alleen maar achtergrondinformatie en dieptejournalistiek. Werkelijk een verademing en het valt te begrijpen dat hier de kranten nog door iedereen gelezen worden, van betjakrijder tot president.
De prijs draagt daar aan bij. Kranten zijn niet duur. Je betaalt 2000 Rp voor een van de vele lokale dagbladen en dat is omgerekend € 0,13. Abonnementen bestaan niet, want op alle kruispunten van de stad kun je 's ochtends vroeg vanaf half zes de krant kopen van een van de vele venters. Mijn krant betrek ik bij Syarol, die een vaste stek heeft bij het monument Tugu. Van het venten van kranten wordt hij niet snel rijk, want per krant krijgt hij maar 750 Rp. Als Syarol me aan ziet komen fietsen, begint hij al te roepen dat hij precies één woord Engels spreekt, want dat vindt hij een enorme bak. Dat ene woord is ‘zenkjoe’.
De krant (dat wil zeggen, de ‘échte’) leert je veel van een land. Het meeste blijkt hetzelfde te zijn als in de rest van de wereld en veel is folklore. Interessant, maar mutatis mutandis niet anders dan elders. Of je op zon- en feestdagen nu achter een piramide van rijst en rode pepers aanloopt of op klompen host, maakt in wezen niet zo heel veel verschil. Maar een van de dingen die me telkens weer opvallen, is de laconieke manier waarop hier met de dood wordt omgegaan. Dat steekt namelijk schril af bij de zeden en gewoonten van het vaderland, waar iedere dode buiten het ziekenhuis inmiddels wordt betreurd met een stille tocht door de stad.
Neem de gevechten tussen scholieren. Die komen hier veel voor. Er zijn scholen die een jarenlange vete met elkaar aan het uitvechten zijn, waarvan niemand de aanleiding meer kent. In 2013 werden er tot oktober in Jakarta alleen al 229 gevechten geregistreerd met in totaal 19 doden. Dat is hier een ‘fait divers’. Dat soort dingen gebeuren en als het aan de krant ligt ‒ ik citeer nu letterlijk ‒ zou het onderwijssysteem eens moeten nagaan hoe de energie van de leerlingen op een positieve manier binnen de school zou kunnen worden benut.
Een andere frequente doodsoorzaak die met schouderophalen wordt beschreven, is de pesta mirasMiras staat voor sterke drank en die wordt bij voorkeur genuttigd in groepsverband. Dat is feestelijk (pesta). Het gaat om zelf gestookte contrabande, want in een moslimland is alcohol not done, slecht te krijgen en altijd erg duur.  De variant die het meest in trek is, is de miras oplosan. Dat laatste woord komt rechtstreeks uit het Nederlands en betekent dat er nog iets aan de miras is toegevoegd om te zorgen voor een extra kick. Dat kan van alles zijn: pesticiden, medicijnen, rattengif, noem maar op. Vorige week vielen er in een dorp net buiten Yogya weer eens twaalf doden na een miras-feestje.
Pech gehad, is de toon van de krant en men gaat weer over tot de orde van de dag. Ik hoop maar dat Syarol zo verstandig is om de miras te laten staan. Dat zou een hele geruststelling zijn. Zenkjoe.

Fokke Fernhout

 

Voortbouwend op een project van Mundo (Maastrichts Centrum voor internationale samenwerking in academische ontwikkeling) met de Universitas Gadjah Mada, een Indonesische staatsuniversiteit in Yogykarta is er een ‘double degree programma’ van vier jaar opgezet waarbij Indonesische studenten twee jaar in Indonesië en twee jaar in Maastricht studeren.
Fokke Fernhout promoot het programma in Indonesië. Bovendien is hij er twee maanden per jaar ‘visiting professor’. Hij geeft er les aan Indonesische studenten. "Dat is verschrikkelijk leuk en spannend, vooral omdat hier niets gaat zoals je dat gewend bent."

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: