Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Proefdierendebat nog niet verstomd

Proefdierendebat nog niet verstomd

Photographer:Fotograaf: Simone Golob

Geen steun van zusterinstellingen

MAASTRICHT. De Universiteit Maastricht is niet de enige instantie die in de beklaagdenbank staat wegens haar dierproevenbeleid. De Nederlandse regering kreeg twee weken geleden op haar kop van de Europese Commissie: die dreigt zelfs met een boete als de nieuwe dierproevenwet niet snel van kracht wordt. Er ligt namelijk een Europese Richtlijn uit 2010 die volgens de regels in 2012 in de nationale wetgeving van de lidstaten verwerkt had moeten zijn. Dat is nog steeds niet gebeurd, de nieuwe Wet op de Dierproeven ligt nog bij de Eerste Kamer.

Intussen is nu wel de suggestie gewekt dat Nederland achterloopt op Europa en dus slechter voor zijn proefdieren zorgt. Maar niets is minder waar, zegt het hoofd van de centrale proefdiervoorzieningen aan de UM, Barry Plooyer: “Het duurt onder meer zo lang omdat we in ons land op een aantal punten strengere regels kennen dan deze richtlijn voorschrijft. Nederland wil dat handhaven.”
Een voorbeeld daarvan: het doden van dieren voor het gebruik van organen blijft in Nederland een dierproef, met alle bijbehorende voorwaarden, maar is voor Brussel géén dierproef. Ook administratief legt Nederland zichzelf strengere eisen op: de registratie van proefdieren en hun gebruiksdoelen gebeurt in Nederland uitgebreider dan Europa voorschrijft. Geen wonder dus dat staatssecretaris Sharon Dijksma via NU.nl meldde boos te zijn op de Commissie. Te meer, zo zei ze, omdat juist over de positieve uitzonderingen voor Nederland steeds overlegd moest worden met Brussel.
Een woordvoerder van Dijksma laat deze week weten dat men zich geen zorgen maakt over de boete die Europa in het vooruitzicht heeft gesteld. “Daar is een uitspraak van het Europese Hof voor nodig en dat duurt minimaal een jaar. Ik denk dat de Eerste Kamer binnen een paar maanden de wet behandeld zal hebben.”
Toch is de vertraging inderdaad aanzienlijk. Nederland heeft de deadline (2012) met twee jaar overschreden. De aangepaste wet had ingediend moeten worden door het vorige kabinet, door het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), ook toen al onder leiding van Edith Schippers, maar die heeft het laten liggen. Het dierproevendossier verschoof met het aantreden van Rutte II, eind 2012, naar Economische Zaken en kwam op het bord van Dijksma terecht. Die maakte er wel werk van.

Intussen gaat het debat in Nederland over dierproeven mede naar aanleiding van ‘labradorgate’ aan de UM verder. Helaas niet helemaal zoals de UM het wenst, zo bleek uit een artikel in dagblad Trouw van 18 oktober. UM-woordvoerder Fons Elbersen toont zich daar teleurgesteld over de geringe publieke steun die de UM krijgt van de zusterinstellingen, waar immers ook met proefdieren, inclusief honden, wordt gewerkt. “Tot die steun is wel opgeroepen”, zegt hij deze week desgevraagd, “via de universiteitenkoepel VSNU en de koepel van de academische ziekenhuizen NFU”. Zonder succes dus, de zusters hebben zich muisstil gehouden. En dat terwijl er zelfs met brandstichting bij de UM is gedreigd, zei Elbersen tegen Trouw.
In datzelfde artikel liet de Nijmeegse hoogleraar proefdierkunde Merel Ritskes-Hoitinga, tevens hoofd van het dierenlab bij het Radboud, optekenen dat 80 procent van de dierproeven (vermoedelijk wereldwijd; red) niet aan de vereiste wetenschappelijke standaarden voldoet en dat veel onderzoeken “nooit door de ethische commissie hadden mogen komen”. Actiegroepen als de ADC, de Anti Dierproeven Coalitie hebben een punt, aldus Ritskes: er sneuvelen veel proefdieren louter omdat wetenschappers zich onderwerpen aan “publicatiedrang en het geld van de farmaceutische industrie”.
Maar Ritskes kreeg een paar dagen later in datzelfde Trouw onder uit de zak van twee Utrechtse hoogleraren, de een (Frauke Ohl) deskundig in de proefdierkunde, de ander (Coenraad Hendriksen) op het gebied van alternatieven voor dierproeven. Natuurlijk, schrijven ze, in het dierexperimenteel onderzoek kan van alles verbeterd worden, maar dat slechts 20 procent van de proeven zou deugen is een stelling zonder enige onderbouwing. Prof. Ohl eerder in dezelfde krant: “Waar heeft ze dat cijfer vandaan? Ik ken geen enkel onderzoek dat dat ondersteunt.”

Bij de UM wordt over enkele weken de speciale commissie voorgesteld die het beleid en de praktijk rond proefdiergebruik aan de universiteit, en speciaal het labradoronderzoek, onder de loep gaat nemen. Dat laat woordvoerder Elbersen weten. Wie de leden zijn en welke opdracht ze krijgen houdt hij nog voor zich. De commissie zal haar werk naar verwachting in drie maanden afronden. Dat betekent dat een eventuele hervatting van het labradoronderzoek pas in maart 2015 weer aan de orde is.
De instelling van de commissie is al wel munitie geweest in het gesprek dat FHML-decaan Scherpbier samen met Elbersen op 24 september voerde met twee vertegenwoordigers van de ADC, onder wie Robert Molenaar. Scherpbier laat daar niets over los maar Molenaar was niet erg tevreden: “Ongeveer bij elke vraag van ons verwezen ze naar de externe commissie die ingesteld zou worden. Ik had de indruk dat ze er zich een beetje achter verscholen.”

 

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)