Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

"Het zijn de uitzonderingen die roepen dat ze het niet druk hebben"

"Het zijn de uitzonderingen die roepen dat ze het niet druk hebben"

Photographer:Fotograaf: Simone Golob

Week van de werkstress

December 1999: Observant wijdde acht pagina’s aan het thema werkdruk. Toenmalig bedrijfsarts Van Attekum zag steeds meer UM-werknemers met RSI en psychische klachten. Anno 2014 lijkt er niets veranderd behalve dat RSI nagenoeg verdwenen is. Quotes uit die oude uitgave – het werk is nooit af, de rek is eruit, we werken van deadline naar deadline, werkdruk nadert kritieke grens – kunnen we zo overnemen. Wat is hier aan de hand? Klagen we graag over werkdruk of neemt het echt toe?

“Natuurlijk is ‘werkdruk’ subjectief. Ik woon in een dorp. De boeren hier in de omgeving zijn in de oogsttijd tot twaalf uur ’s nachts bezig en die hoor ik er nooit over. Je kunt kei- en keihard werken; als het werk leuk is en de omgeving prettig, kunnen mensen dat vaak goed aan.” Maar, vervolgt Martin Lammers, HRM-directeur aan de Universiteit Maastricht, “wanneer mensen werkdruk als probleem ervaren is het ook echt een probleem. Je moet het serieus nemen.”
Werkdruk is moeilijk te definiëren en te meten”, zegt IJmert Kant, hoogleraar arbeidsepidemiologie aan de UM. “Je kunt denken aan de hoeveelheid werk, maar een conducteur ervaart ook toegenomen werkdruk. Moet hij zoveel meer controleren, nee toch? Het zit ‘m ook in de bejegening, in de sociale sfeer.”
Werkdruk is een interpretatie, iets persoonlijks, meent ook Bert Schreurs, universitair hoofddocent bij de vakgroep Organisatie en Strategie van de School of Business and Economics en van huis uit psycholoog. “De een kan meer aan dan de ander.”
Werkdruk, volgens Van Dale ‘de zwaarte van het dagelijks werk’, is in sommige sectoren nog wel te meten (bijvoorbeeld aan de lopende band of op een bouwplaats), maar dat geldt niet voor de academische wereld, zegt Schreurs. “Als wetenschapper kun je vaak je werk zelf indelen, krijg je geen duidelijke norm opgelegd. Ja, je moet publiceren, een aantal keer per jaar, maar dan is het aan jezelf of je dat interpreteert als een bedreiging of als een uitdaging.” Ook epidemioloog Kant benadrukt het persoonlijke aspect: “De een verwelkomt een nieuwe klus. De ander zakt de moed in de schoenen.”

Optimisme
Een prettige werkomgeving is volgens de heren onontbeerlijk voor een gezonde arbeidssituatie. Kant: “Het gaat om de condities waaronder je het werk uitvoert, het tempo, werktijden, wel of niet overwerken, de inhoud, relaties met collega’s en leiderschap.” Schreurs spreekt van “middelen, resources”. Die kunnen buiten de persoon liggen, zoals sociale steun van collega’s of van een leidinggevende, of van persoonlijke aard zijn. “Het gevoel dat je dingen aan kunt, het ‘yes I can’ gevoel, vertrouwen, optimisme. Persoonlijkheid is niet te trainen, maar personal resource wel, bijvoorbeeld door mindfulness. Je moet leren een stressor om te buigen tot iets positiefs.”
Ute Hülsheger, universitair hoofddocent bij arbeids- en sociale psychologie, onderzoekt het effect van mindfulness. “We zien dat mensen die van nature mindful zijn, die dus in het nu leven en niet te veel bezig zijn met het verleden of de toekomst, veel beter kunnen ‘afschakelen’ na het werk. Als ze vrij zijn, hebben ze echt vrij. Dat is ook te leren. In een ander onderzoek lieten we mensen die werk hebben waarin ze vaak emoties moeten tonen die ze niet per se voelen, bijvoorbeeld een stewardess die vriendelijk moet blijven tegen vervelende passagiers, twee weken mindfulness-oefeningen doen. Zij kwamen minder uitgeput thuis.”
Hoofd Arbo Peter Dormans: “Werkdruk op zichzelf is niet erg, verkeerde druk wel. Dan gaat het bijvoorbeeld over conflicten met de baas of collega’s, te weinig autonomie in het werk, dat soort dingen. Je hebt werk en omstandigheden die energie geven, maar ook energievreters. Als die laatste gaan overheersen ontstaan de problemen.”

Vermoeid
In de jaren negentig, zo blijkt uit arbeidsstatistieken, had zo’n 30 procent van het ziekteverzuim in Nederland (in alle sectoren) te maken met vermoeidheid. Onderzoeksfinancier NWO riep een nieuw prioriteitenprogramma in het leven: vanuit allerlei hoeken, met medewerking van verschillende universiteiten, werd er naar het probleem gekeken. Maastricht nam het initiatief op epidemiologisch gebied, resulterend in de Maastrichtse Cohort Studie – gestart in 1998 door een onderzoeksgroep onder leiding van IJmert Kant. Twaalfduizend werknemers uit de horeca, transport, industrie, gezondheidszorg, et cetera, deden mee.
Kant vergelijkt cijfers tussen 1998 en 2012 (uit de Maastrichtse Cohort Studie). Ook haalt hij er landelijke cijfers bij uit 2013. Uit beide blijkt hetzelfde: er is niet veel veranderd. “Toen voelde 22 procent van de Nederlandse werknemers zich psychisch vermoeid door het werk. Nu is dat percentage onverminderd hoog.” Hetzelfde geldt voor de werkdruk: 30 tot 40 procent vindt nog steeds dat we snel en onder grote tijdsdruk moeten werken. “We zien wel golfbewegingen. Bovendien verschilt het per sector, zelfs per bedrijf en afdeling.”
Aan het grootschalige onderzoek werkten 45 instellingen en bedrijven mee. De Universiteit Maastricht niet. Kant betreurt dat. “Ik had graag die cijfers gehad. Ik kan me in elk geval niet voorstellen dat de werkdruk aan deze universiteit gelijk is aan die van vijftien jaar geleden. Als ik zie hoeveel er is gesneden in onderzoek en onderwijs, dat de normuren zijn verlaagd en we in minder tijd hetzelfde of meer werk moeten doen dan een aantal jaren geleden, zou de ervaren druk hoger moeten zijn.”
De Maastricht Cohort studie loopt nog steeds, maar het thema is verschoven. De onderzoekers focussen nu meer op de relatie tussen gezondheid en arbeid in de veranderde maatschappij, bijvoorbeeld op het ‘nieuwe werken’ en flexplekken. Voor sommige mensen, die ver van hun werk wonen, is het nieuwe werken een zegen. Maar voor anderen pakt het niet goed uit, zegt Kant. “Het lijkt soms leuker dan het is. Je hebt geen vrij om op de kinderen te passen. Je moet aan het werk, zonder collega’s, zonder klankbord, zonder sturing van je leidinggevende.”

Leefdruk
In de gesprekken klinken steeds dezelfde verklaringen voor werkdruk: een andere verdeling van werk en zorg doordat meer vrouwen zijn gaan werken, het door elkaar lopen van werk en privé mede door de informatietechnologie, de gestegen welvaart, de 24-uurseconomie. Kant: “Er is meer baanonzekerheid, er zijn tijdelijke in plaats van vaste contracten, bezuinigingen. Bovendien is het vangnet geringer, daar gaat ook druk vanuit. Daarnaast moeten we niet alleen in werk excelleren, maar ook privé waardoor er naast werkdruk ook leefdruk ontstaat.”
Ook Schreurs ziet dat alles efficiënter moet, dat het werk niet stopt als we de kantoordeur achter ons dicht trekken. Hij spreekt van “new ways of working”. Iedereen heeft een smartphone, de e-mailtjes stromen binnen, ook ’s avonds en in het weekend. Behalve de technologische vooruitgang en allerlei verwante prikkels lijkt er een heersend klimaat van ‘druk zijn’. Schreurs: “We geven er gezamenlijk betekenis aan. Als iedereen zegt dat iets gaande is, ga je het vanzelf geloven. Het zijn de uitzonderingen die roepen dat ze het niet druk hebben. Het vraagt zelfdiscipline en assertiviteit om stress om te buigen tot iets positiefs, om je niet te laten meeslepen en te eindigen met een burn-out.”
Het ligt inderdaad deels aan hoe je zelf de zaken aanpakt, zegt Hülsheger. “Iedere keer je telefoon pakken als hij piept, levert stress op. Je bent nooit ergens helemaal bij met je hoofd. Op het werk ben je nog met thuis bezig, thuis nog met het werk.” Maar dat mensen dit soort stress zelf kunnen aanpakken, betekent niet dat bedrijven geen verantwoordelijkheid moeten nemen. “Als ik besluit thuis een e-mail te beantwoorden is dat mijn eigen keuze, maar er zijn ook bedrijven waar dat niet zo is, waar de werkgever het personeel bereikbaarheid oplegt. Of er heerst een cultuur waarin niemand voor 20.00 uur naar huis gaat.” Organisaties moeten volgens haar alert zijn op de werkdruk en zo nodig, maatregelen nemen. “Er zijn bijvoorbeeld bedrijven die e-mailen na 18.00 uur verbieden. Of workshops mindfulness en yoga aanbieden.”
 

Wammes Bos, Wendy Degens, Cleo Freriks

Via de digitale portal Learning & Wellbeing (voorheen meet-share-create) kunnen medewerkers terecht voor informatie, tests en handige tips. Zie de UM-site 

Op www.checkjewerkstress.nl kan onder andere een toolkit gedownload worden om werkdruk bespreekbaar te maken. Ook kun je er een stresstest doen.

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)