Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

SBE gaat onderwijs grondig vernieuwen

MAASTRICHT. De School of Business and Economics heeft grondige plannen om het onderwijs op een nieuwe leest te schoeien en trekt daar één miljoen per jaar voor uit. Het probleemgestuurd onderwijs is te sleets geraakt, bijna tot cliché verworden, zegt decaan Vergauwen, en vraagt om een nieuwe invulling. De faculteit heeft vijf strategische teams samengesteld die voor de zomer met concrete voorstellen komen.

De School of Business and Economics (SBE) doet het goed in de rankings, kent een gezonde begroting, en pronkt met haar zogenoemde Triple Crown-accreditatie. Toch gaat niet alles even voorspoedig, zegt decaan Philip Vergauwen. “Zo krijgen we bijvoorbeeld minder aanmeldingen voor onze masteropleidingen dan we zouden willen. Dat komt deels omdat we de selectiecriteria hebben aangescherpt om betere studenten te krijgen. Maar we zien ook studenten die, eenmaal geselecteerd, toch voor een andere universiteit kiezen. We moeten, denk ik, onze masters meer smoel geven en funderen op eigen, onderscheidend onderzoek, zoals sustainable finance, neuroeconomics of business intelligence. Klinkt aantrekkelijker dan de zoveelste opleiding finance of marketing.”

Ook op de sterke positie in de rankings valt het een en ander af te dingen: “Als we met een masteropleiding als eerste eindigen met een zeven, dan maakt me dat minder gelukkig dan met een acht op de tweede plaats. De kwaliteit moet omhoog.”

Im grossen Ganzen volgt de SBE het klassieke pgo-model te nauwgezet, te weinig creatief, vindt Vergauwen, die pleit voor meer variatie en meer inbreng uit de praktijk. “Wat gebeurt er eigenlijk op de werkvloer? Welke vaardigheden zijn daar nu belangrijk? Professionals moeten tegenwoordig goed zijn in hun vak én van vele markten thuis zijn, van allerlei bedrijfsprocessen, de relaties met toeleveranciers, noem maar op. Dat vraagt om een nieuw type student, ook wel transformer genoemd, eentje die niet alleen veel weet maar ook zijn kennis kan overdragen, kan communiceren met andere experts, bruggen kan slaan, de business kan transformeren."

In de huidige complexe wereld moeten studenten zowel specialist als generalist zijn, zegt ook Wim Gijselaers, hoogleraar onderwijskunde bij SBE. "Die discussie is nieuw, hadden we tien jaar geleden niet. Wat betekent dat voor het onderwijs? Moeten we ze meer met opdrachten uit het bedrijfsleven laten werken, zoals op kleine schaal in de Service Science Factory gebeurt? Misschien wel, maar je kunt ze niet zomaar een half jaar op stage sturen. In de masters is daar geen tijd voor en de bachelors zijn te grootschalig. Meer projectonderwijs, waarbij groepjes studenten werken aan een probleem uit de praktijk, zou een optie zijn, maar dan heb je weer grotere lokalen nodig. Ik zie 'atelierruimtes' voor me met grote, ronde tafels waar studenten samen met docenten werken aan een probleem, in aanwezigheid van medewerkers van een bedrijf."

Een nieuwe type student vraagt ook om een nieuwe type docent, zegt Vergauwen. “En dan red je het niet met een BKO-training. Tutoren moeten zich nieuwe onderwijscompetenties eigen maken, meer contacten met het bedrijfsleven leggen. We hebben de afgelopen jaren veel aandacht gehad voor onderzoekscarrières, nu is het tijd vanuit die versterkte onderzoekspositie om het onderwijs te vernieuwen. Niet alleen inhoudelijk maar ook in de omgang met studenten. Waarom doet de master Management of Learning het zo goed, afgezien van de inhoud? Omdat de staf van alles organiseert, borrels, ontbijt, gastlezingen, en dichtbij de studenten staat. Het is de uitdaging om zo’n gemeenschappelijke sfeer ook voor onze grote opleidingen te creëren.”

Het organiseren van een ontbijt is geen rocket science, zegt Gijselaers, docent bij de master Management of Learning. “Maar zo schep je wel een community en die is mede de reden dat de opleiding hoog scoort. Voor ons is dat niet zo moeilijk met 48 studenten, wel voor International Business. Misschien moeten we beginnen met meer hangout-plekken inrichten, naar het voorbeeld van de common room van het University college.”

De stem van studenten is wezenlijk in het hele proces, benadrukt Gijselaers. "Vaak denken we dat we hun wensen kennen, maar ze wegen dingen toch anders dan wij." Gijselaers is voorzitter van de ‘strategische werkgroep onderwijsinnovatie’ die ideeën verzamelt en uiteindelijk de kaders van de vernieuwing schetst. “Schetsen dus, niet invullen. Het is belangrijk dat een en ander van onderop gestalte krijgt." Andere werkgroepen verkennen in dit verband onder meer.

Het grootste struikelblok is volgens Gijselaers de werkdruk. "Die is ontzettend hoog, ik zie het overal om me heen, medewerkers hebben geen energie om zich ook nog met vernieuwingen bezig te houden. Ik vraag me af of extra geld, zoals het college van bestuur dat nu beschikbaar stelt, het probleem oplost. De onderwijsbelasting is jarenlang stap voor stap opgeschroefd. Dat draai je niet zo makkelijk terug."

De SBE wil elk jaar een miljoen (inclusief het ‘werkdrukgeld’ van het college van bestuur) investeren in onderwijsinnovatie; in totaal is zeven miljoen nodig. Vergauwen hoopt dat de departementen, die samen meer dan tien miljoen ‘spaargeld’ hebben, meer reserves inzetten. Na de zomer zullen de voorstellen van de werkgroepen, die ook het HR-beleid, onderzoek en postacademisch onderwijs tegen het licht zullen houden, worden verwerkt tot “een globale aanpak mét plan voor de komende jaren”, aldus Vergauwen.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)