Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Rechten moet af van ingewikkelde onderzoeksstructuur

Midterm review rechtenfaculteit

MAASTRICHT. De rechtenfaculteit heeft een “buitengewoon complexe” onderzoeksstructuur met scholen, instituten, centra, clusters en capgroepen, schrijft een externe visitatiecommissie in haar rapport van de midterm review. Afgelopen zomer werd het onderzoek van de Maastrichtse juristen geëvalueerd. “Deze conclusie is geen verrassing”, beaamt prof. Hans Nelen, portefeuillehouder onderzoek.  “Zelfs onze eigen mensen hebben soms geen idee, vragen zich af waar clusters voor staan.”

Een overzichtelijk facultair onderzoeksorganogram ontbreekt wat het de externe commissie (twee hoogleraren, uit Groningen en Amsterdam) niet makkelijk maakte. Ze hadden de grootste moeite om door de bomen het bos te zien. Ten eerste zijn er twee onderzoeksscholen: Ius Commune en Rechten van de Mens. Dan zijn er nog instituten en centra, de Graduate School, zes capaciteitsgroepen (zoals belastingrecht, strafrecht en criminologie, en privaatrecht) en evenzoveel onderzoeksclusters. De laatste zijn min of meer verwant aan de capaciteitsgroepen. “Met onoverzichtelijkheid gaan risico’s voor efficiëntie en effectiviteit gepaard”, luidt de waarschuwing. Bestuurder Hans Nelen: “Met die clusters is ooit geëxperimenteerd, maar we moeten concluderen dat het een mislukking is.”
De centra en instituten (sommige facultair, andere interfacultair) zullen kritisch onder de loep worden genomen, vindt Nelen, vooruitkijkend op de visitatie in 2016. METRO is het oudste, opgericht in 1991 voor transnationaal rechtswetenschappelijk onderzoek. Inmiddels zijn er acht bijgekomen waaronder het forensisch instituut, Maastricht Centre for European Law en Institute for Corporate Law, Governance & Innovation Policies. De commissie stelt voor om sommige instituten en centra samen te voegen, te meer omdat ze vaak erg klein zijn. Geen enkele voldoet er aan de nieuwe SEP, het Standaard Evaluatie Protocol 2015-2021 dat minimaal 10 fte vaste staf (promovendi worden niet meegerekend) voorschrijft wil het beoordeeld kunnen worden. Het grootste gevaar, meent de commissie, zit ‘m in de “kritiek van versnippering van het onderzoek”. Nelen: “Ik ga niet zeggen dat we iets overboord gaan gooien, zeker niet, maar we moeten ons wel afvragen of een instituut toekomstbestendig is, of we het niet laten bestaan omdat het nu eenmaal bestaat.”
Het rapport bevat geen cijfers, enkel aanbevelingen. “Er staan er heel wat in, we moeten kiezen waar we op inzetten”, stelt Nelen.  De commissie adviseert bijvoorbeeld een “expliciet sanctioneringsbeleid” voor het geval medewerkers op wetenschappelijk gebied te weinig bijdragen, het aannemen van postdocs om extra tweede en derde geldstroommiddelen aan te trekken, “een deugdelijke registratie” van de duur van de promotietrajecten en een onderscheid naar de soorten promovendi. Ook oppert ze de mogelijkheid om promovendi te laten promoveren op artikelen, zoals in Randwyck heel gewoon is. Nelen: “Juristen zijn getraind in het schrijven van een monografie. Het zijn cultuurverschillen en die kun je niet een-twee-drie dichten.”
Komen we bij een van de lastigste punten: het kwalificeren van rechtswetenschappelijk onderzoek. Volgens de commissie maakt de Maastrichtse rechtenfaculteit geen duidelijk onderscheid in haar publicaties. Er zijn monografieën, handboeken voor onderwijs, vakpublicaties, wetenschappelijke artikelen in peer-reviewed en niet-peer-reviewed tijdschriften, boekbijdragen, tijdschriftredacties, et cetera. Nelen: “Het grootste probleem van de rechtswetenschap in heel Nederland is het ontbreken van consensus over hoe je de kwaliteit beoordeelt. In Maastricht hebben we besloten een begin te maken; we willen een aantal criteria opstellen. Ben je bijvoorbeeld een veel gevraagde adviseur, actief op wetenschappelijke fora, meng je je in publieke debatten, word je uitgenodigd voor prestigieuze conferenties, organiseer je congressen, ben je lid van een prestigieuze redactie?  Daarnaast draait het natuurlijk om de output, om publicaties.”
Maar wanneer is iets goed, en wanneer redelijk? Is er een lijstje van ‘top’-tijdschriften? “Rechten heeft zoveel vakgebieden, je zult nooit één lijst kunnen samenstellen. Ieder van ons weet wel ongeveer wat er belangrijk is op zijn of haar gebied, maar het staat niet op papier. Ik weet dat er iemand in de Raad van Decanen heeft gezegd: ‘Laat mij een begin maken. Dat is nu twee, drie jaar geleden. Er ligt nog steeds niets.” 

 

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)