Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Advocatenpraktijk wordt opgeheven

MAASTRICHT. Het doek is gevallen voor de Advocatenpraktijk van de Universiteit Maastricht, in 1987 opgericht als academische werkplaats voor studenten. “We krijgen de zaak niet kostendekkend”, reageert het bestuur van de rechtenfaculteit. Vier advocaten en twee secretaresses komen in een herplaatsingstraject.

Een instituut, een legal clinic, waar studenten twee maanden lang kunnen proeven aan het togaberoep: dat is de Advocatenpraktijk van de Universiteit Maastricht (APUM) jarenlang geweest. Tot 2004 – toen sneuvelde het gelijknamige keuzeblok door rigoureuze bezuinigingen – begeleidden de advocaten vier keer per jaar zo’n twaalf studenten. “Er waren wachtlijsten met derde-, vierde- en vijfdejaars studenten. We moesten altijd loten”, zegt Judith Serrarens, sinds 1993 advocaat bij APUM. “We namen zaken aan die interessant waren voor studenten. Het ging immers om de training, niet om de omzet. De praktijk was geen commercieel bedrijf.” “Cliënten die niet wilden dat studenten zich met hun zaak bemoeiden, moesten we teleurstellen”, zegt collega Cor Hermans, die in 2002 de overstap maakte vanuit de advocatuur naar de universiteit. De studenten werkten aan echte zaken, kregen deels de verantwoordelijkheid voor een dossier, mochten stukken schrijven, gesprekken voeren en soms zelfs pleiten voor de rechtbank.
Na het afschaffen van het keuzeblok kwam het bestuur met een alternatief: een post-graduate master waarin meesters in de rechten in vijf maanden tijd werden voorbereid op het beroep van advocaat, rechter of officier van justitie. Hiervoor moest €6000 worden neergelegd. “De togamaster was geen succes, maar ook geen flop”, zegt universitair hoofddocent Fokke Fernhout die er nauw bij betrokken was. Het ene jaar waren er zes studenten, het andere jaar een stuk of acht. Maar de opbrengst was niet genoeg; de commerciële togamaster werd omgebouwd tot een profiel binnen de reguliere master Nederlands recht. Deze werd in september 2012 eveneens uit het curriculum gehaald. Studenten kozen het vaak als tweede master waarvoor de faculteit geen bekostiging krijgt van de overheid. De APUM werd een bedrijf zonder noemenswaardige onderwijsfunctie. “Men had het over iets tijdelijks. Op termijn, als de faculteit financieel gezonder zou zijn, zouden we onze studenten terugkrijgen,” zegt Serrarens. Daarnaast moest het kantoor zelf opdraaien voor de salarissen van de medewerkers, de kantoorkosten en het secretariaat. “Niet reëel”, zeggen Serrarens en Hermans. “Wij zijn in dienst van de Universiteit Maastricht, hebben ambtenarensalarissen met bijbehorende arbeidsvoorwaarden. Dat is niet vergelijkbaar met de situatie van een gemiddelde advocaat. Probeer bovendien maar eens zaken binnen te halen terwijl er crisis is en er op de rechtsbijstand wordt bezuinigd.”
Decaan Hildegard Schneider, die bij de oprichting van APUM in 1987 was betrokken, samen met onder meer hoogleraren Gerard Mols en Taru Spronken, vindt het jammer, maar is ook realistisch: “Het was financieel niet meer verstandig om door te gaan.”

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)