Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Sekseverschillen negeren? Dat kost geld en levens”

“Sekseverschillen negeren? Dat kost geld en levens”

Photographer:Fotograaf: Thinkstock

Ineke Klinge over Gender Medicine

MAASTRICHT. Wat goed is voor de man, is goed voor de vrouw. In veel gevallen denken artsen, onderzoekers en de farmaceutische industrie nog steeds zo. Mannen zijn de norm in de gezondheidszorg. Maar het gaat de goede kant op. In wetenschappelijk onderzoek is er steeds vaker aandacht voor de verschillen. Universitair hoofddocent Ineke Klinge nam afgelopen vrijdag, tijdens een conferentie, afscheid van de Universiteit Maastricht. Een pionier in gender medicine.

Vorig jaar kwam er in Amerika een populaire slaappil onder vuur te liggen. Die was al jaren op de markt en miljoenen keren voorgeschreven. De Amerikaanse FDA (Food and Drug Administration) eiste van de producent om de dosis voor vrouwen te halveren. Uit nieuwe studies bleek dat de werkzame stof in het vrouwelijk lichaam minder snel wordt afgebroken. ’s Ochtends had menig vrouw nog een veel te hoge concentratie in het bloed, was suf en ongecoördineerd, met alle gevolgen van dien.
Wetenschapsprogramma Labyrint besteedde in oktober 2012 aandacht aan medicijnen tegen chronische stress. Leg het mannenbrein naast het vrouwenbrein en zie de verschillen, niet alleen qua gewicht, maar ook qua functionaliteit. Chronische stress zorgt voor een toename van de hersenactiviteit bij mannen. Voor vrouwen geldt het tegenovergestelde: de hersenactiviteit neemt af. Gek genoeg krijgen beiden wel hetzelfde recept van de arts waardoor de stress bij vrouwen alleen maar verergert.

Boze mannenmaatschappij
Het zijn maar twee voorbeelden, maar ze laten zien dat sekseverschillen wel degelijk van belang zijn bij het testen van medicijnen. De Maastrichtse universitair hoofddocent Ineke Klinge (1949) draait er niet omheen. “Wetenschappelijk onderzoek dat het man-vrouwverschil niet in ogenschouw heeft genomen, is slecht onderzoek”, zei ze eerder in een interview met de populairwetenschappelijke nieuwssite Scientias.
“Dat vind ik nog steeds. En nee, er is geen boze opzet in het spel, het is geen samenzwering van een boze mannenmaatschappij. Lang heerste het idee dat de man de norm is. Mannen – ook mannelijke proefdieren – stonden centraal in onderzoek.  En ik begrijp het wel: het is makkelijker om iets te onderzoeken in jongens tussen de twintig en dertig jaar die allemaal ongeveer zeventig kilo wegen en van westerse afkomst zijn. Dat is een iets homogenere groep dan vrouwen met een menstruatiecyclus. Maar we kunnen de verschillen niet langer negeren. Als je er blind voor bent, kost dat geld en levens. Het is van de gekke dat je geneesmiddelen voorschrijft aan vrouwen die alleen bij mannen zijn getest.” Een kwestie in de Verenigde Staten illustreert haar verhaal: in drie jaar tijd – tussen 1997 en 2000 – werden er tien geneesmiddelen van de markt gehaald vanwege gezondheidsrisico’s. In acht van deze gevallen kregen vrouwen meer of ernstigere bijwerkingen. “Onderzoekers zouden vanaf het begin, vanaf het allereerste idee, moeten nadenken of sekse [biologische verschillen] en gender [socioculturele aspecten] relevant zijn. De hele cyclus moet met die bril worden bekeken, vanaf het werken met cellen en weefsels tot de experimenten met proefdieren en mensen. Gelukkig speelt de Europese Commissie er een belangrijke rol in; zij stimuleren onderzoekers er bij stil te staan.” Klinge is voorzitter van de adviesgroep voor gender in Horizon 2020, een programma – met een budget van 80 miljard voor de periode 2014-2020 – waarmee de Europese Commissie onderzoek en innovatie stimuleert.

Hormoontherapie
Gender medicine is een parapluterm voor het onderzoeksgebied dat zich bezighoudt met de verschillen tussen mannen en vrouwen (sociaal, cultureel en biologisch) in relatie tot ziekte en gezondheid. Klinge: “Het gaat om allerlei onderzoek, naar geneesmiddelen, gezondheidsgedrag, wat bij mannen en vrouwen hoort , welke risico’s ze nemen op het gebied van gezondheid, hoe ze met klachten omgaan, verwachtingen in de maatschappij.”
Klinge studeerde biomedische wetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Toen de Universiteit Utrecht – met geld van de overheid – meer aandacht wilde voor vrouwenstudies en biologie, hapte ze toe. Het was 1988. “Er waren vrouwengezondheidscentra, een vrouwentelefoon, vrouwencafés, noem maar op. Er was volop discussie over de gezondheid van de vrouw – wat gaat er mis in de gezondheidszorg, waarom worden vrouwen niet serieus genomen, et cetera.”
In Utrecht schreef ze haar proefschrift over osteoporose: Gender and bones: the production of osteoporosis 1941-1996. “Het was een hot topic; veel vrouwen hadden last van botfracturen. Er heerste een trend dat – ik zeg het nu wat plat – alle vrouwen ter preventie maar aan de hormoonpillen moesten. Ze zouden helpen tegen klachten van de menopauze, ze zouden osteoporose en hart- en vaatziekten voorkomen. Ik was kritisch. Was die hormoontherapie bewezen of was dat een lobby van de farmaceutische industrie? Was er wel goed naar risicofactoren gekeken? Ik zag dat artsen niet op één lijn zaten. De een zei: ‘Neem genoeg calcium en beweeg flink’. Een ander raadde hormoonpillen aan. Er was niet één waarheid. Bovendien zaten er achter de promotie van die hormoontherapie genderstereotiepe beelden. Vrouwen zouden jong blijven, seksueel aantrekkelijk.” Aan het eind van het verhaal bleken allerlei risico’s te zijn weggemoffeld. “Hormoontherapie werkte helemaal niet preventief. Je had uiteindelijk zelfs een verhoogde kans op borstkanker.”
Osteoporose was typisch iets voor vrouwen. “Bij mannen is de ziekte jaren verwaarloosd terwijl toch een derde van alle heupfracturen, gerelateerd aan osteoporose, bij mannen voorkomt.” Sinds eind jaren negentig heeft er een inhaalslag plaatsgevonden. Hetzelfde geldt voor de cardiologie. Ook hier is men “wakker geworden.  Er is veel aan bewustwording gedaan, een hoop lacunes zijn ingevuld. De Hartstichting heeft zelfs een speciale campagne gelanceerd om aandacht te vragen voor vrouwen en hart- en vaatziekten: de Dress Red Day.”
Terwijl osteoporose werd gelabeld als een vrouwenziekte, stond bij hart- en vaatziekten lange tijd de man centraal. “Het was een mannenziekte. En dat terwijl mannen andere symptomen hebben dan vrouwen. Mannen met een hartinfarct ervaren druk op de borst en uitstralende pijn naar de armen. Vrouwen hebben vagere klachten, zijn misselijk of kortademig, voelen pijn in hun buik en rug.  Lange tijd werden hun klachten onderschat, het zou stress zijn, ze werden weer naar huis gestuurd.”
Ja, er is winst geboekt, maar voor Klinge niet genoeg. “Nu is het tijd voor verandering op andere gebieden zoals diabetes, immunologische ziekten en astma.”

Sierra Sam
Samen met wetenschapshistorica Londa Schiebinger van Stanford University zette Klinge twee jaar geleden een project op poten: Gendered Innovations, gefinancierd door de Europese Commissie. De gelijknamige website is vrij toegankelijk en doet dienst als een gereedschapskist voor onderzoekers. Gendered Innovations heeft ruim twintig case studies verzameld op allerlei terreinen, van energie en technologie tot gezondheid en infrastructuur. “Ze illustreren hoe we met sekse- en genderanalyse tot nieuwe kennis komen.”
Neem de crash test dummy. Sierra Sam, de eerste dummy, werd in 1949 ontwikkeld voor de Amerikaanse luchtmacht om schietstoelen te testen. Het mannelijk lichaam stond model, want er waren geen vrouwen in dienst. Toen men de dummy’s later ook voor de auto-industrie ging gebruiken, bleef de man de norm. Pas in de jaren tachtig had men oog voor verschillen, voor grote, dunne, dikke en kleine mensen, voor vrouwen, voor kinderen. Het duurde nog tot 1996 voordat een zwangere crash dummy op de markt kwam, maar het gebruik daarvan is nog steeds niet verplicht voor autofabrikanten.
Een andere case study: waterbouwkunde. In grote delen van Afrika is het halen van water een vrouwenaangelegenheid. Het ontbreken van een fatsoenlijke infrastructuur betekent dat vrouwen en meisjes soms uren moeten lopen. Willen waterbouwkundigen iets op poten zetten, dan moeten ze bij vrouwen te rade gaan, schrijven de onderzoekers op de website van Gendered Innovations. Vrouwen hebben de kennis, zij weten wat handig is. Bovendien: hoe minder uren meisjes ermee bezig zijn, hoe meer tijd ze kunnen spenderen aan school.

Klinge begon in 1998 als docent aan de Universiteit Maastricht bij de toenmalige faculteit gezondheidswetenschappen. Nu, zestien jaar later, is gender medicine een tweedejaars keuzeblok voor geneeskundestudenten. Dankzij haar. “Het vak is geschoeid op een mastermodule die we met een aantal Europese universiteiten hebben ontwikkeld. Ik heb de vurige wens dat die ook wordt ingebouwd in het curriculum van biomedische wetenschappen en public health.”

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)