Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Soms is er geen ja of nee, soms weten we het niet, erken dat ook”

“Soms is er geen ja of nee, soms weten we het niet, erken dat ook”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes Links Marijke Hermans, rechts Tessa Fox

Twee promovenda over risicodossiers

GSM-straling of Bisfenol A, een chemische stof die voorkomt in harde plastic producten: gezond zal het niet zijn, maar krijg je er kanker van? Tik het in op internet en je verdrinkt in een poel van contrasterende meningen en onderzoeksresultaten. Het zijn “risicodossiers”, menen Tessa Fox en Marijke Hermans, beiden promovenda aan de faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen. “Geef toe dat er onzekerheid is, dat er risico’s aan kleven. Alles beter dan verzekeren dat het slecht of goed is.”

Vooropgesteld: je hoeft bij Tessa Fox (1981) en Marijke Hermans (1982) niet aan te kloppen met vragen over het effect van elektromagnetische straling of chemicaliën op je gezondheid. Ze zijn niet opgeleid tot toxicoloog, chemicus of stralingsdeskundige. Fox studeerde European Studies en Hermans heeft een achtergrond in bedrijfscommunicatie en cultuurwetenschappen. “We staan boven de materie, analyseren wat er speelt”, zegt Hermans. Ze bekijken de rol van politici, burgers, beleidsmakers, de media en wetenschappers.
Hermans nam de afgelopen jaren het zendmastendossier onder handen. Ze focust op zes concrete zaken in Nederland en België – ook in Maastricht – waar gedoe was rondom het plaatsen van gsm-zendmasten. Op 6 februari verdedigt zij haar proefschrift Engaging with Risks. Voor Fox zal het nog een aantal maanden duren voordat haar promotie achter de rug is, te meer omdat zij voor een ander promotietraject heeft gekozen (“met meer ruimte voor onderwijs en onderwijsmanagement”).
Fox richt zich op Bisfenol A, ofwel BPA, een chemische stof die gebruikt wordt om plastic mee te produceren. Ze onderzoekt onder meer het beleid van de Europese Commissie, de regulering van chemicaliën in Europa en de rol van onzekerheid daarin.

Besmet product
Eerst BPA. Het chemisch goedje zit in duizenden producten, van plastic bordjes en parkeer- en kassabonnen tot plastic verpakkingsmateriaal, speelgoed, noem maar op. Wie de Etos binnenstapt, op zoek naar een babyflesje, stuit al gauw op de mededeling ‘BPA-free’. Sinds 2011 is het in de Europese Unie verboden om BPA te verwerken in babyflesjes. De Franse regering is nog strenger: sinds 1 januari moeten alle materialen die in aanraking komen met voedsel BPA-vrij zijn.  “Wat Frankrijk doet, mag eigenlijk niet. Ze verstoren de markt. De Europese Commissie zal daarop moeten reageren: of ze gaan procederen tegen de Fransen, of ze gaan met hen mee en breiden het verbod uit”, zegt Fox. Mede door de Franse actie heeft de European Food Safety Authority (EFSA) zich gebogen over de kwestie. “Ze zullen voor de vierde keer een advies geven over BPA aan de Europese Commissie. De EFSA baseert zich op studies van internationale wetenschappers –is BPA risicovoller dan we dachten, wat is de rol van onzekerheid, moeten we de tolerable daily intake bijstellen, moeten we BPA in voedselverpakkingen verbieden?”
Tot nu toe zijn er studies die zeggen dat gebruik van BPA binnen de veilige normen valt, maar er zijn ook onderzoeken die het tegenovergestelde beweren. Lang gebruik zou effect hebben op het gedrag van kinderen, leerproblemen veroorzaken, hersendefecten, kanker of een te vroege puberteit. Fox: “Van die negatieve studies zegt het Europees voedselveiligheidagentschap dat een groot deel hiervan niet reproduceerbaar is – dat ze niet herhaald kunnen worden onder precies dezelfde omstandigheden – en dat ze dus vooralsnog te weinig gewicht in de schaal leggen. De EFSA heeft dan ook altijd geadviseerd om het beleid rondom BPA niet aan te passen, om niets te verbieden. Frappant genoeg heeft de Europese Commissie anders besloten en BPA geweerd uit babyflesjes. Uit voorzorg, vanwege politieke druk van enkele EU-landen en omdat de industrie ook al zelf actief op zoek ging naar alternatieven.”
BPA is volgens Fox een “besmet” product. Eind jaren dertig van de vorige eeuw ontdekten wetenschappers de hormonale eigenschappen van BPA. Men dacht er zelfs aan om het in te zetten als kunstmatig hormoon voor zwangere vrouwen om miskramen te voorkomen. De voorkeur ging echter uit naar DES, een andere chemische stof die – zo weten we nu – vreselijke gevolgen had voor moeder en kind. BPA is vervolgens altijd gebruikt in plastics.
Maar al jaren wantrouwt de consument BPA. “De industrie bekijkt de alternatieven, andersoortig plastic. Maar we weten weinig tot niets daarvan. De consument leest: ‘0 % BPA’, en denkt: ‘Gelukkig’. Maar wat zit er wél in dat babyflesje? Met andere woorden: de onzekerheid is niet weg. Terwijl de Europese Commissie doet alsof hun beslissing alle onzekerheid heeft weggenomen.”
Fox beviel in 2012 van een dochter. “Ik kreeg tijdens mijn zwangerschap een blije doos met daarin een bericht van Bibi (babyproductenfabrikant, onder meer van spenen) dat er bewijs is dat BPA gevaarlijk is voor je gezondheid. Ik was verbaasd. Hun informatie was niet onwaar, maar ook niet waar. Ze waren veel te stellig en dat stuitte me tegen de borst.”
Fox is meer overtuigd van de werkwijze van concurrent Difrax. Vóór het Europees verbod op BPA in babyflesjes leverde menig fabrikant al ‘BPA-free’ flesjes af. Difrax niet. Zij kozen voor een speciaal BPA-forum op hun website met daarop allerlei informatie over de stof, zoals studieresultaten en een interview met een toxicoloog. “Difrax oordeelde zelf niet over de veiligheid, maar gaf de onzekerheid toe. Dat vind ik veel eerlijker.”
Het is de taak van wetenschappers en fabrikanten, maar zeker ook van de overheid om duidelijk en eerlijk te communiceren, menen Hermans en Fox. “Soms is er geen ja of nee. Beweren dat er zekerheden zijn terwijl dat niet klopt, geeft aanleiding tot tegenargumenten en allerlei complottheorieën. Als je onzekerheden erkent, maak je plaats voor het beste alternatief: vertrouwen.”

Opwarmen
Het zendmastendossier. Om draadloos te communiceren zijn zendmasten nodig die gebruik maken van radiogolven, elektromagnetische velden. Die kunnen het menselijk lichaam opwarmen, dat is wetenschappelijk bewezen. Daarom zijn er ook blootstellingslimieten opgesteld. Maar het is onduidelijk of de straling ook andere effecten heeft. “Sommige mensen klagen over vermoeidheid, duizeligheid, slapeloosheid en hoofdpijn”, reageert Hermans. “Maar wetenschappelijk bewijs is er niet.”
De Nederlandse overheid liet TNO begin 2000 een studie uitvoeren naar de effecten van UMTS (3G antennes) op het welbevinden van mensen. Proefpersonen kregen een vragenlijst voorgelegd. Conclusie: een verminderd gevoel van welbevinden bij een aantal proefpersonen. Vanwege flinke kritiek op de studie werd deze herhaald. Nu waren de resultaten wel positief: “Alle mensen voelden zich prima. Staatssecretaris Van Geel riep vervolgens dat elektromagnetische velden geen enkel gezondheidsrisico met zich meebrengen, iets waarvoor hij werd teruggefloten, omdat hij dat niet mocht zeggen. De wetenschappers hadden een voorbehoud gemaakt, vonden dat je geen beleid kon maken op basis van hun studie omdat er nog steeds onzekerheid was. Het rapport bracht alleen de korte termijneffecten van UMTS-straling in kaart. Het gaf geen uitsluitsel over wat deze straling doet als je er dag in dag uit aan wordt blootgesteld.”
En dan komen we meteen bij de kern van het onderzoek van beide promovenda. “Spelen er onzekere risico’s dan eist de politiek meer dan eens van experts dat ze met een oplossing, met zekerheden, komen”, zegt Hermans. “Onderzoekers worden gezien als scheidsrechters. Maar het verzandt vaak in een welles-nietes discussie.”
Fox en Hermans menen daarom dat een politiek besluit over onzekere risico’s niet enkel kan worden genomen op basis van wetenschappelijke kennis. Hermans: “Het leidt tot paralysis by analysis.” Er komen steeds meer studies met tegenovergestelde uitkomsten. Politici wachten met het nemen van een besluit, staren zich blind op de wetenschap, hebben geen oog meer voor andere oplossingen. “We zijn nu 15 jaar verder en het is in het zendmastendossier nog altijd een welles-nietes spelletje.” Andere mogelijkheden die Hermans noemt: “Misschien had de overheid kunnen investeren in de ontwikkeling van andere technologieën, of meer medezeggenschap aan burgers kunnen geven zodat zij meer inspraak krijgen in de hele discussie.”

Een paar jaar geleden wonnen Fox en Hermans, samen met hun promotor Marjolein van Asselt, hoogleraar Risk Governance, lid van de Jonge Akademie en lid van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, €5000 met het indienen van de 50e wetenschapsvraag aan de KNAW. Hoe moeten we omgaan met mogelijke risico’s van technologische en wetenschappelijke innovaties, luidde hun vraag. Ze vulden hiermee de Nederlandse wetenschapsagenda – die al uit 49 vragen bestaat – aan.

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)