Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Eerlijk gezegd doe ik het voor de prijzen”

“Eerlijk gezegd doe ik het voor de prijzen”

Photographer:Fotograaf: Beeldbewerking Simone Golob

Nationale Studenten Enquête

MAASTRICHT. Nog een dikke week en dan is het voorbij. Dan hebben alle studenten in Nederland de kans gehad om zich uit te laten over hun opleiding en alles wat daarbij hoort. We hebben het over de jaarlijkse Nationale Studenten Enquête – doen Maastrichtse studenten daaraan mee? Zo ja, waarom? Willen ze hun gram halen of zijn ze vol lof? En wat doen de pr-machines van de UM om zoveel mogelijk studenten over te halen?

Vier cheques ter waarde van een halfjaar collegegeld, zes Apple Watches en 209 Bol.com cadeaubonnen van €25. Wie de Nationale Studenten Enquête (NSE) invult, het jaarlijkse, grootschalige onderzoek onder alle studenten van de hoger onderwijsinstellingen in Nederland, maakt kans op een van deze prijzen. Gulle gever: de organisatie zelf, stichting Studiekeuze 123, die werkt in opdracht van het ministerie van Onderwijs. En die prijzen werken, ze trekken studenten over de streep, ook in Maastricht. “Daar doe ik het eerlijk gezegd voor”, lacht Justine Richelle, tweedejaars European Law. Ook Ellen Voortmans, masterstudent forensica, criminologie en rechtspleging, hoopt een Bol.com-bon te bemachtigen. Tegelijkertijd vinden ze het belangrijk dat de universiteit weet hoe studenten over hun studies denken.

Maastrichtse faculteiten verloten zelf geen prijzen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Tilburg University waar iedere 250e deelnemer een VVV-bon ter waarde van €25 krijgt. Op Avans Hogeschool (Breda, Den Bosch en Tilburg) pakken ze flink uit met iPads, boeken- en bioscoopbonnen, een bedrag van €1000, boodschappenpakketten en cadeaubonnen van Douglas, Hema en H&M.
“Je wilt studenten aanmoedigen, maar niet op deze manier beïnvloeden”, zei Harm Hospers, voormalig dean van het University College Maastricht vorig jaar al in Observant. Voor sommige studenten werkt het zelfs averechts. Opleidingsdirecteur Hans Savelberg van biomedische wetenschappen: “We gaan geen iPads verloten. We hebben het aan studenten in een focusgroep gevraagd: zou je zoiets willen? Nee, was het antwoord, en doe het niet want dan vullen we het extra negatief in.” Dat zei hij een paar maanden geleden in een interview naar aanleiding van de slechte resultaten van de Faculty of Health, Medicine and Life sciences in de Keuzegids 2015.

Wat de respons op de NSE betreft, heeft de Universiteit Maastricht niets te klagen. Vorig jaar en ook in 2013 haalde de UM het hoogste percentage van alle Nederlandse universiteiten, respectievelijk 42 en 43 procent. Op dit moment – meetdatum 24 februari – staat Maastricht aan kop met een deelnamepercentage van bijna 33 procent. Ter vergelijking: de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam bungelen deze week onderaan met nog geen 20 procent.  
Als geheel doet de Universiteit Maastricht het goed, maar in de ene faculteit zijn studenten eerder geneigd de enquête in te vullen dan in een andere faculteit. Het animo is op dit moment het laagst onder cultuur- en maatschappij-, rechten- en economiestudenten (zie kader). “Rechten zit altijd aan de lage kant”, bevestigt Anouk Heuts, hoofd marketing en communicatie van de rechtenfaculteit. “Geneeskunde doet het veel beter, iets dat volgens mij heeft te maken met het soort student. Ze lijken bij geneeskunde, net als bij UCM extra gemotiveerd. Studenten zijn trots op hun opleiding.” Tweedejaars UCM student Roos van den Wijngaard herkent dat. “Je voelt je een vertegenwoordiger van je studie. Mensen mogen weten dat het een goede opleiding is. Als veel studenten de NSE positief invullen, krijgt de opleiding meer aandacht. Misschien dat ik daarom minpunten iets positiever afschilder.”
In de ruim veertig vragen van de NSE komen onder meer de inhoud van de opleiding, verworven wetenschappelijke vaardigheden, voorbereiding op de beroepsloopbaan, de kwaliteit van docenten, informatie, toetsing, studiefaciliteiten, studielast en de algemene sfeer aan bod. Het is een meerkeuzemodel waarin deelnemers kunnen schipperen tussen ‘zeer tevreden’ en ‘zeer ontevreden’.

Valentijnsroosjes
In de universitaire gebouwen kun je niet om het promotiemateriaal van de NSE heen: posters, flyers, banners, filmpjes. De meeste marketingafdelingen plaatsen een oproep in de digitale nieuwsbrief of op Facebook. In een enkel geval stuurt het bestuur of de opleidingsdirecteur nog eens een herinneringsmail naar de studenten. De rechtenfaculteit benaderde haar studenten op informele, grappige wijze door op donderdag 12 en vrijdag 13 februari Valentijnsroosjes uit te delen met daaraan een kaartje We think of you... Don't you forget us? #NSE’ (zie foto).
De School of Business and Economics werkt bescheiden. “We willen studenten niet spammen met mails of actief benaderen”, zegt communicatiemedewerker Tonita Perea y Monsuwe. “Onze ervaring is dat heel tevreden of juist heel ontevreden studenten de enquête invullen. Ze prijzen ons de hemel in of schrijven ons af.” Het zijn vooral de Nederlanders die deelnemen, merkt Perea y Monsuwe. “Buitenlanders zijn lakser, behalve Duitsers. Die vinden rankings belangrijk. Dit ligt in het verlengde van het belang dat ze aan cijferlijsten hechten.”
De organisatie achter de NSE, Studiekeuze 123, stimuleert de promotie vanuit de universiteiten en hogescholen, maar is ook duidelijk in de manier waarop dat zou moeten gebeuren. “Op neutrale wijze”, staat op de website. En dat betekent volgens de stichting dus niet dat studenten moet worden verteld dat ze invloed kunnen uitoefenen op de plek in de rankings van de Keuzegids of Elsevier. Wat natuurlijk wel de realiteit is: de NSE-resultaten hebben wel degelijk hun weerslag op deze bladen.
De invloed op de Keuzegids en Elsevier is nieuw voor Frank Lemmens, derdejaars European Studies. “Ik dacht dat het alleen ter verbetering van de universiteiten was.” Hij heeft de enquête zo objectief mogelijk geprobeerd in te vullen. “Maar soms is het lastig het vak los te zien van hoe het blok verloopt; de inhoud en de organisatie van elkaar te scheiden. Sommige vragen zijn nogal generaliserend. Dat één docent niet goed lesgeeft, betekent niet dat ze allemaal slecht zijn. Dus vul ik die vraag positief in. Ook lijken de vragen soms nogal op elkaar. Dan word je minder zorgvuldig bij het invullen.”

Wendy Degens en Cleo Freriks

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)