Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Eindelijk gaat een dame die tent runnen”

“Eindelijk gaat een dame die tent runnen”

Photographer:Fotograaf: UvA

Maastrichtse wetenschappers over oud-collega José van Dijck

MAASTRICHT. Prof. José van Dijck (54) wordt per 18 mei het gezicht van wetenschappelijk Nederland. Oud-collega’s van de Maastrichtse faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen, waar Van Dijck in de jaren negentig werkte als hoofddocent, zijn lovend. Over haar en de keuze van de KNAW voor iemand uit de geesteswetenschappen. Een vrouw notabene. “José is niet behoudend, dat siert haar. Ik verwacht er veel van.”

We schrijven 1995 als José van Dijck (15 november 1960, Boxtel) de overstap maakt vanuit Groningen naar Maastricht. Cultuur- en wetenschapsstudies heette de opleiding. Het is Wiel Kusters, emeritus hoogleraar en de eerste decaan van de faculteit, die werkt aan een nieuwe capaciteitsgroep in de letteren en kunst en op zoek is naar een universitair hoofddocent. Prof. Lies Wesseling, toen nog universitair docent, kreeg het aanbod om promotie te maken. “Maar voor mij was het niet het goede moment, ik had net een kindje gekregen.” Ze attendeert Kusters op Van Dijck, haar oud-studiegenoot van algemene literatuurwetenschap in Utrecht. “Ik dacht dat zij wel goed zou passen bij ons interdisciplinaire karakter.”
Van Dijck werkt op dat moment als universitair docent journalistiek in Groningen. Een aantal jaren daarvoor promoveerde ze aan de University of California op een onderzoek naar het openbare debat over voortplantingstechnieken. “Ik weet niet of José onze vacature had gezien, maar ik denk dat ze zelf te bescheiden was om te reageren”, meent Wesseling. “Ze vond dat ze niet op het niveau zat van een hoofddocent.”
Kusters belt Van Dijck op, “of we eens konden praten”. Ze spreken af in de stationsrestauratie van Amsterdam Centraal. “Een schot in de roos. Ze was het type dat we nodig hadden tijdens de opbouwfase.” Bovendien is Kusters onder de indruk van haar wetenschappelijk werk.

Aanbiedingen
Van Dijck bleef in Maastricht tot 2001. “Toen werd haar een hoogleraarschap aangeboden bij mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam. Ik weet dat ze lang heeft getwijfeld, maar uiteindelijk is ze gegaan omdat ze daar allerlei leuke en nieuwe dingen kon gaan doen”, weet Kusters.
Prof. Karin Bijsterveld en Van Dijck hadden toevallig woningen in dezelfde flat in Maastricht. Ze raakten bevriend en na Van Dijcks vertrek bleef het contact. Ook zij weet dat ze het niet makkelijk vond om Maastricht te verlaten. “Maar het paste haar, ze was ‘beweeglijk’, ze hoorde niet jarenlang op één plek. Ze was gewild, dat wisten wij ook, ze werd voor allerlei functies gevraagd.” Van Dijck werd hoogleraar aan de UvA en vervolgens decaan (van 2008 tot 2011) van de faculteit geesteswetenschappen. Bijsterveld: “Ik heb altijd gezegd dat het me niet zou verbazen als ze ooit rector van de UvA of KNAW-president zou worden. Ik vond gewoon dat er meer voor haar in het vat zat. Ze is soepel in de omgang, heeft een groot netwerk, veel ervaring en heeft de wetenschap nooit uit het oog verloren.” 
Het was Kusters’ grote angst dat ze door haar decanaat in Amsterdam minder tijd zou hebben voor “haar lust en haar leven”: onderzoek en schrijven. “Ik was bang dat ze op een zijspoor zou raken in de wetenschap, maar niets van dat alles, ze slaagde erin om vrij snel weer een boek te publiceren, The culture of connectivity, over de ontwikkeling van sociale media.”
Bijsterveld noemt het “zeldzaam” dat iemand zoveel bestuurlijke én wetenschappelijke ervaring heeft weten op te bouwen. Wesseling: “José is niet van het een of het ander, José kan veel tegelijk.”
Prof. Wiebe Bijker, tijdens Van Dijcks carrière in Maastricht een aantal jaren decaan van de faculteit, benadrukt haar praktische en organisatorische talent. “Ze was een van de kartrekkers van visuele cultuur en daar kwam dat talent om de hoek kijken, want alleen met wetenschappelijke creativiteit red je het niet in zo’n ontwikkelfase.” Kusters: “Ze trok er hard aan. José is een echte ontwikkelaarster.”
Van Dijck was gepromoveerd in de Verenigde Staten. “Halverwege de jaren negentig kwam er een omslag in het publiceren in de geesteswetenschappen, van het Nederlands naar het Engels. Zij had die internationale ervaring ”, zegt Bijsterveld. “Dat was nieuw en belangrijk voor ons.”
Ze is een ambitieuze vrouw, meent universitair docent Bernike Pasveer. “In de zin van gedreven”, zegt Jo Wachelder, universitair hoofddocent. “Ze is een harde werker. Maar ze is niet ambitieus in de zin van egocentrisch. Ze heeft veel voor haar promovendi en postdocs over. Ze begeleidt hen zorgvuldig, neemt de tijd.”

Revolutionair
Van Dijck liet onlangs in NRC Handelsblad doorschemeren dat ze “meer spirit” wil in het genootschap van topwetenschappers. “Het zijn vooral ouderen die er de dienst uitmaken (…) We hebben die jonge mensen die nog met beide benen in de wetenschap staan hard nodig. Ze brengen een frisse wind.”
“Ik ben heel trots dat eindelijk, na twee eeuwen, een dame die tent gaat runnen”, zegt Pasveer. “Ik ken de KNAW niet, maar de club is van oudsher eerder behoudend dan progressief. José is niet behoudend, dat siert haar. Ik verwacht er veel van. Dat een vrouwelijke geesteswetenschapper op die post terechtkomt, is revolutionair.” Elf mannen gingen Van Dijck voor als KNAW-president. De laatste drie zijn Hans Clevers, Robbert Dijkgraaf en Frits van Oostrom. Wesseling juicht de wisseling van de wacht toe. “Een belangrijk wapenfeit. Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd als het gaat om hoge wetenschappelijke posities in Nederland.”
Slechts 17 procent van de hoogleraren is vrouw en bij de KNAW (het genootschap) ligt dat percentage op 19 procent, zei Van Dijck recent in Het Parool. Ze noemt het zelf een “historische achterstand”. Tegelijkertijd is er hoop: in de Jonge Akademie (jonge topwetenschappers) is 47 procent van de leden vrouw.
Een en al lof over Van Dijck, geen slecht woord. Valkuilen? Haar oud-collega’s weten het gewoonweg niet. Ze zijn ervan overtuigd dat ze het goed zal gaan doen, dat ze de juiste persoon voor de KNAW is op het juiste moment. Wesseling: “José is goed voor de status, het imago, de uitstraling van de geesteswetenschappen.”
Van Dijck wil meer geld en aandacht voor nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek. In een interview met de NRC: “Er gaat steeds minder geld naar vrij, ongebonden onderzoek. Zeker in de alfa- en gammahoek. Het wordt voor wetenschappers lastiger de eigen nieuwsgierigheid te volgen terwijl juist die nieuwsgierigheid leidt tot de belangrijkste nieuwe inzichten.”
Volgens Bijsterveld en Bijker is het geen uniek speerpunt, “het is altijd heel belangrijk voor de KNAW”. Bijker: “Het is goed dat de KNAW het Nederlands onderzoeksbeleid bewaakt en ervoor zorgt dat het niet helemaal wordt bepaald door de topsectoren (onder meer chemie, water, energie, voeding en hightech, red.). De nieuwe Nederlandse wetenschapsagenda zal ruimer worden en kansen bieden voor andersoortig onderzoek.”
En mochten er spanningen of problemen zijn binnen de organisatie, dan is de KNAW gezegend met Van Dijck. Bijsterveld: “Zij weet met charme de sfeer goed te houden. Ze is hartelijk. Ze benadert problemen vanuit een positieve hoek zodat niemand zich gepasseerd voelt.” Kusters: “Ik durf te stellen dat ze een heilzame werking had binnen onze organisatie.” Wesseling noemt haar een persoon “die partijen goed achter zich weet te scharen. Ze heeft de ‘sprankelende overtuigingskracht’ die het benoemingsrapport haar toeschrijft”.
 

 

 

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)