Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Wat er mis is met de term ‘Rwandese genocide’

Roland Moerland promoveert volgend jaar op zijn proefschrift The killing of death: Denying the genocide against the Tutsi

MAASTRICHT. Twintig jaar geleden, op 6 april 1994, begon de Rwandese genocide. In zeer korte tijd vermoordden extremistische Hutu’s honderdduizenden Tutsi’s. De Maastrichtse criminoloog Roland Moerland volgt als zovelen deze officiële lezing, maar er zijn ook andere geluiden, zelfs van journalisten en wetenschappers die ontkennen dat er een genocide heeft plaatsgevonden, zo blijkt uit zijn promotieonderzoek. “Toen ik met deze studie begon, peilden buitenlandse collega’s aan welke kant ik stond. Het is uitermate delicaat.”

Lees de eerste zin van de lead nog een keer. Niets mis mee, de datum is correct, net als de benaming van het land. En toch is er iets geks aan de hand. “De ‘Rwandese genocide’ is een problematisch en ambigu begrip. Je zegt in principe alleen dat de Rwandese bevolking elkaar doodde: Hutu’s vermoordden Tutsi’s en omgekeerd. Het is niet duidelijk wie slachtoffer en wie dader is. En mede daardoor geeft zo’n term munitie aan mensen die de genocide op de Tutsi’s ontkennen, aan mensen die zeggen dat de Hutu’s eronder hebben geleden, dat het een burgeroorlog was, geen geplande moordpartij.” Voor onder meer de Verenigde Naties is het echter een vaststaand feit dat er in Rwanda een genocide heeft plaatsgevonden tegen de Tutsi’s. Ze hebben onlangs zelfs de oude term ‘Rwandese genocide’ vervangen. In een nieuwe resolutie spreekt de VN van ‘de in 1994 gepleegde genocide tegen de Tutsi’s in Rwanda, waarbij Hutu’s en anderen die tegen de genocide waren, eveneens zijn vermoord’.”

Gevlucht
In 2008 zette Moerland voor het eerst voet op Rwandese bodem. “Een prachtig groen land dat verbloemt hoe het hele leven nog steeds door de genocide wordt bepaald.” Moerland wilde de volkerenmoord bestuderen, maar wist nog niet hoe of wat. Hij bezocht het Centraal-Afrikaanse land tabula rasa. Mijn enige vraag aan de mensen daar: ‘Wat vinden jullie dat wij moeten weten over het conflict’. Ik sprak niet in termen van genocide; het onderwerp is veel te gevoelig.”
Tijdens zijn reis werd hij begeleid door een vertaler, tevens jeugdwerker. “Hij nam me overal mee naartoe, ik sprak met ambtenaren, senatoren, traumadeskundigen, kinderen en gevangenen. Ik merkte dat de mensen niet zozeer over het verleden wilden spreken, maar meer over wat hen direct na de geweldsuitbarsting en nu bezighoudt. Ik ontmoette een man die was gevlucht, terugkwam en een vreemdeling op zijn land aantrof. Een ander had aids opgelopen, was verminkt, kon niet meer werken. Veel Rwandezen hadden na het geweld niets meer: geen eigendommen en geen familie. Er was een man die na al die jaren nog steeds zijn vrouw zocht terwijl zij – na te zijn verkracht – was vermoord. Hij ontkent dat ze weg is, te pijnlijk.”
Eenmaal terug in Maastricht zat Moerland met tig interviews, maar zonder duidelijke focus voor zijn onderzoek. “Op een gegeven moment werd ik getriggerd door ‘ontkenning’, en specifiek als het om genocide gaat. Wat is ontkenning, wie ontkent, kunnen alleen individuen ontkennen, of hele samenlevingen? Ik had gesproken met daders in gevangenissen die simpelweg ontkenden wat ze hadden gedaan.” In zijn proefschrift, The killing of death: Denying the genocide against the Tutsi, wil hij het proces van ontkenning inzichtelijk maken, “mensen bewust maken”.

Zelfverdediging
De genocide in Rwanda begon op 6 april 1994 toen het vliegtuig van president Juvenal Habyarimana werd neergeschoten – wie verantwoordelijk is voor de aanslag is nooit opgehelderd. Voor de extremistische Hutu’s was het de aanleiding om op te roepen tot de moord op de Tutsi’s en gematigde Hutu’s. Maar al tijdens de genocide ontkennen de daders de ware aard van het geweld, aldus Moerland. “De Hutu’s claimden dat het geweld gerechtvaardigd was, presenteerden het als een spontane zelfverdedigingsreactie na de moord op hun president.” Dat de Hutu’s hun plannen ontkennen, is volgens Moerland nog niet zo vreemd. Maar het verbaast hem dat er tegenwoordig bij de kliek van ontkenners (notoire genocide-ontkenners, mensenrechtenactivisten, advocaten) ook Westerse academici en journalisten zitten. “Het is toch juist hun taak om de waarheid aan het licht te brengen? In plaats daarvan herinterpreteren ze de waarheid, zeggen ze dat de Hutu’s zichzelf moesten verdedigen tegen de Tutsi’s. Zo van: ‘Het is niet hun schuld, zij konden gezien de situatie niet anders’. Het zou volgens hen ook geen genocide zijn, maar spontaan interetnisch geweld.”

Kwetsend
Een wetenschapper en journalist die vrij ver gaan in het ontkennen van de genocide zijn de Amerikanen Edward Herman en David Peterson. In 2010 publiceerden ze The Politics of Genocide (2010). Volgens Moerland vliegen ze in het tweede gedeelte van hun boek, als ze de casus Rwanda behandelen, uit de bocht. “Ze schrijven dat er geen sprake was van een geplande genocide. Volgens hen werd de Hutu bevolking het zwaarst getroffen. De Tutsi’s zouden de verantwoordelijken zijn, specifiek het Rwandese Patriottische Front waarvan zij zeggen dat het gesteund werd door de Verenigde Staten.”
Moerland heeft meer dan eens de vraag gehad waarom de visie van Herman en Peterson zo problematisch voor hem is. “Dat is omdat ik denk dat ook kleine individuele handelingen, zoals deze studie, een rol spelen in het proces van genocide, of beter gezegd: in het ontkennen ervan. Wat zij doen is kwetsend en problematisch. Ze doen de geschiedenis geweld aan. En ze hebben verder, nadat ze flink zijn bekritiseerd, niets gedaan om zich van hun uitspraken te distantiëren. Ik heb Noam Chomsky, een invloedrijk Amerikaans linguïst die het voorwoord schreef voor hun boek, een brief gestuurd. Ik wees hem erop dat wat Herman en Peterson schrijven niet correspondeert met wat wetenschappelijk boven water is gehaald. De reactie was teleurstellend; hij had er geen problemen mee.”

Ontkennen
Tot slot, terug naar de eerste zin van de lead. Nog een misvatting. “De genocide begon niet op 6 april. Genocide is een systematisch proces en wordt omschreven aan de hand van een aantal fases. In 1944 publiceerde de Poolse jurist Lemkin een studie waarin hij het uitroeien van de joden omschreef als het planmatig vernietigen van een volk. Genocide is daarom veel meer dan het doden, veel meer dan fysiek geweld.” In Rwanda begint het volgens Moerland tientallen jaren eerder, bijvoorbeeld toen Kayibanda, de eerste gekozen (Hutu)president van Rwanda na de onafhankelijkheid in 1962, bepaalde dat maar een klein deel van de Tutsi bevolking naar de middelbare school en universiteit mocht. Kayibanda racialiseerde de groepen en hun identiteit, zegt Moerland. De ‘echte’ massamoord op de Tutsi’s wordt gezien als het voorlaatste stadium van de genocide. En de laatste fase? “Zeggen dat het allemaal niet is gebeurd. Ontkennen dat er genocide heeft plaatsgevonden, dat een volk, inclusief hun cultuur, taal en geschiedenis, is uitgeroeid. Ontkenning is een intrinsiek onderdeel van het genocidale proces, dus zolang er wordt ontkend, gaat dit proces door.”

 

                                                                                                                                                                                    

Hutu’s en Tutsi’s
Toen Belgische kolonisten in 1918 Rwanda in hun bezit kregen, waren de Tutsi’s aan de macht. De Belgen gingen aan hun kant staan. In 1962 werd Rwanda onafhankelijk. Al enkele jaren daarvoor begon de ‘revolutie’, een periode van etnisch geweld waarbij de Hutu’s de macht overnamen. Veel Tutsi’s vluchtten toen naar buurlanden als Uganda en Burundi. Kayibanda werd de eerste gekozen president. De Tutsi-bevolking bleef de grootste ‘vijand’; dat was bijvoorbeeld merkbaar toen de Kayibanda-regering bepaalde dat maar een klein deel van Tutsi’s werd toegelaten tot middelbare scholen en universiteiten. Ook werden gemengde huwelijken ontmoedigd. Het door de Belgische kolonisten bedachte ID-plan (iedereen kreeg een eigen identiteitskaart) werd heringevoerd.
Uiteindelijk viel in 1990 het door Tutsi geleide Rwandees Patriottisch Front (RPF) Rwanda binnen vanuit buurland Uganda: het begin van een burgeroorlog.
President Habyarimana (geboren in een aristocratische Hutu-familie) wist aan de macht te blijven – onder druk van de internationale gemeenschap zocht hij naar manieren om te komen tot een politiek systeem met meerdere partijen – maar kwam om bij een vliegtuigongeluk op 6 april 1994. Het was de aanleiding voor extremistische Hutu-milities om Tutsi’s en gematigde Hutu’s massaal te vermoorden.
De internationale vredesmacht die al in de regio was gestationeerd, greep niet in, en dat is de VN en de leden van de Veiligheidsraad op veel kritiek komen te staan.
In juli 1994 nam het Rwandees Patriottisch Front (RPF), geleid door Paul Kagame (de huidige president van Rwanda), het bestuur over. Tot op de dag van vandaag wordt Kagame in zijn eigen land gevreesd en geliefd.

Roland Moerland promoveert volgend jaar op zijn proefschrift The killing of death: Denying the genocide against the Tutsi

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)