Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Van valsheid in geschrifte tot het snijden in gezonde mensen

Van valsheid in geschrifte tot het snijden in gezonde mensen

Photographer:Fotograaf: Verpleegsters NIZ, Joods Historisch Museum

Een studie over joodse artsen in Nederland in 1940-1945

MAASTRICHT. Primum nil nocere, oftewel ‘allereerst, niet schaden’: iedere arts is bekend met dit adagium. Maar is het vanzelfsprekend? Niet onder alle omstandigheden, betoogt Hannah van den Ende die vanmiddag haar proefschrift verdedigt over joodse artsen in bezettingstijd. De ene arts bleek nog creatiever in medische sabotage dan de ander. Het doel: zoveel mogelijk mensen redden van deportatie.

Een neef van de joodse chirurg Herman Herschel had een oproep gekregen. Hij moest zich melden voor een keuring in Westerbork waarna hij per trein naar een Duits werkkamp zou vertrekken. Nadat de neef de hulp had ingeroepen van oom Herschel, die bij het Nederlands Israëlietisch Ziekenhuis (NIZ) in Amsterdam in dienst was, kreeg hij thuis een slaapmiddel. Herschel sneed hem in het hoofd, ving wat bloed op en spoot dat vervolgens in de oogkassen. Met schuurpapier werd hier en daar nog een schaafwond aangebracht. Voilà, het leek verdacht veel op een schedelbasisfractuur. De neef kon met spoed naar het ziekenhuis worden afgevoerd.

Dit soort medische sabotagepraktijken was geen dagelijkse kost ten tijde van de Duitse bezetting, maar er zijn volgens Hannah van den Ende (31) zeker voorbeelden waarin vooral de jonge garde afstand nam van de oude medische ethiek. Ze schoven heel bewust de regels terzijde om mensen te redden. Van den Ende: “Je ziet, en dat is ook mijn betoog, dat omstandigheden de medische ethiek vervormen. Maar ik durf te stellen dat zij vrijwel altijd in het belang van het individu hebben gehandeld.”
Het NIZ in de Amsterdamse jodenbuurt diende in de oorlog als toevluchtsoord, “een bolwerk van verzet met pseudo-patiënten en pseudo-personeel” waar in de hoogtijdagen zeker 600 mensen werden opgenomen, het dubbele van het aantal bedden. Artsen, ook in het NIZ, deinsden er niet voor terug om de boel te saboteren. Van den Ende noemt Max Hamburger (hij overleefde Auschwitz en een aantal andere kampen) die in het NIZ als coassistent werkte. Hij had zijn studie geneeskunde moeten beëindigen omdat joden niet meer plaats mochten nemen in collegezalen vanaf september 1942. Hij kwam op het idee om patiënten te injecteren met Pyrifer, een koortsopwekkend middel. Collega’s maakten een ondiepe snee in de rechteronderbuik, zodat het leek alsof de patiënt geopereerd was aan een ontstoken blindedarm. Op 13 augustus 1943 werd het NIZ compleet ontruimd waarna Nederland niet veel later officieel Judenrein werd verklaard.

Geschiedenisleraar
Op haar negende las Van den Ende het dagboek van Anne Frank; de bron van haar interesse in de Tweede Wereldoorlog. “Mijn geschiedenisleraar begreep niets van mijn keuze om geneeskunde te gaan studeren in Groningen, maar dat was toch echt wat ik wilde. Tegelijkertijd heb ik ook mijn propedeuse geschiedenis gehaald.” Na haar artsenbul volgde ze een master medische geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze raakte geïnteresseerd in het leven van joodse artsen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze las dagboeken, brieven en allerlei andere geschriften. Onder meer de boeken van Elie Cohen (1909-1993, red.) die als arts vernietigingskamp Auschwitz overleefde. “Ik ontdekte dat hij in de Folkingestraat nummer 19 had gewoond, in het hart van de joodse buurt in Groningen. Als student had ik een kamer op nummer 21. Bovendien groeide ik van mijn vierde tot mijn achtste op in een dorpje bij Groningen waar Cohen een tijdje had gewerkt.”

De master aan de VU mondde uit in een promotieonderzoek waar ze ruim zes jaar mee bezig is geweest. “Ik ben in het diepe gesprongen. Er was niets bekend over joodse artsen. Uiteindelijk heb ik een database – ja, dat is wel echt uniek – opgebouwd met informatie over 534 artsen die door nazi-Duitsland als ‘jood’ werden bestempeld.” Van hen zijn er uiteindelijk 253 gedeporteerd. “Nog vrij weinig als je bedenkt dat 75 procent van alle Nederlandse joden op transport is gezet.” Een derde van deze artsen heeft de kampen overleefd. Ter vergelijking: dat lukte slechts 1 op de 22 van alle gedeporteerde Nederlandse joden. “Artsen waren bevoorrecht. In kamp Westerbork kregen de meesten een baan. Zelfs in Auschwitz werden ze uit de rij gehaald, leefden ze onder ‘betere’ omstandigheden.”
Van den Ende interviewde zeven artsen die de oorlog hebben overleefd. Verder wendde ze zich tot familieleden en andere betrokkenen, zoals verpleegsters van het NIZ. In totaal staan er zo’n 200 geïnterviewden op haar lijst. Voor enkelen toog ze zelfs meerdere keren naar hun woonplaats in Israël. “Het hielp dat ik zelf arts ben, dat ik weet wat het beroep inhoudt.” Van den Ende werd altijd gastvrij ontvangen; emotie bleef binnen de perken. “Na al die jaren vertellen mensen waar ze mee kunnen leven.”

Ziekenverzorgers
In de jaren dertig vormden alle artsen in Nederland, ongeacht hun afkomst, politieke voorkeur of geloof, een “eenheid”, zegt Van den Ende. “De onderlinge verhoudingen waren heel goed.” En dat bleef, hoewel het voor de joden in Nederland na de Duitse inval steeds moeilijker werd. Ze mochten niet meer werken voor de overheid of een beëdigd beroep uitoefenen, ze kregen geen toegang tot markten en bioscopen en beurzen, de letter J verscheen in het persoonsbewijs, et cetera. Joodse artsen werden gedegradeerd tot “ziekenverzorgers”, zoals Berthold Stokvis, psychiater, het omschreef in zijn dagboek.
Van den Ende: “Ze mochten alleen nog joodse patiënten behandelen. Ware ze getuige van een ongeluk op straat waarbij een niet-jood moest worden geholpen, dan mochten ze alleen wat basale dingen, eerste hulp, toepassen.”
De Duitsers riepen de Joodsche Raad in het leven; dit orgaan moest de oproep en de medische keuring van joodse (in eerste instantie werkloze) mannen in goede banen leiden. Werkkampen in Oost- en Noord-Nederland: dat was aanvankelijk het doel. Het waren joodse artsen die de mannen zouden moeten keuren. “Dat wekte vertrouwen, dachten de Duitsers. Dan waren joden wellicht eerder geneigd mee te werken.” Het valt te raden: er werden zoveel mogelijk mensen afgekeurd. “Het werd een sport om zoveel mogelijk valse verklaringen af te leggen”, zegt Van den Ende. Die medische sabotage ging steeds een stapje verder: van valsheid in geschrifte (iemand was ‘te ziek’ voor transport) tot het ensceneren van ziektes en een echt ziekbed, opnames en zelfs het snijden in gezonde mensen. De artsen werden steeds creatiever, zeker toen in de zomer van 1942 het transport van joden – voor Arbeitseinsatz im Osten – grootschalig op gang kwam. Van den Ende schrijft over een Amsterdamse huisarts die tijdens een nachtelijke Duitse inval een warmtekap over het hoofd van zijn zoon legt, “ter behandeling van een kaakholteontsteking bij de roodvonk waar hij aan leed”.
Mensen deden steeds vaker een beroep op het geweten van de artsen. Moesten ze een flesje vergif meegeven aan een patiënt die beloofde “er alleen gebruik van te maken in het alleruiterste geval”? Moesten ze een abortus uitvoeren, wetende dat niet-zwangere vrouwen de deportatie wellicht wel zouden overleven? Psychiater Berthold Stokvis schreef in zijn dagboek: “De arts is opgehouden geneesheer te zijn; de patiënten vragen hem slechts: ‘Hoe kan ik ziek zijn?’”

Bovenmenselijk

Westerbork, Amersfoort en Vught raakten overvol waardoor er in die doorgangskampen ook meer behoefte was aan artsen in. Een merkwaardige situatie natuurlijk, gezien de mensen een medische behandeling kregen en vervolgens stierven in een van de gaskamers in Polen.
De Joodsche Raad deed een beroep op de zorgplicht van joodse artsen. Ze zouden er zelfs ‘goede’ huisvesting krijgen. Sommigen weigerden, anderen gingen wel. Zoals Paul Stibbe, een 32-jarige arts. Bij het eerste transport uit Utrecht naar Westerbork in augustus 1942 bood hij zich aan als vrijwilliger. “We hadden daar een kamertje in barak 42, kregen post en af en toe een pakket via de groenteboer ter Brugge uit Meppel of de wasserij Tap, zodat het leven niet al te zwaar bleek”, citeert Van den Ende hem. Volgens haar hadden ze een groot verantwoordelijkheidsgevoel. “Het is pure zelfopoffering, zeker van degenen die meegingen op transport naar Duitsland. Ze moeten namelijk bange vermoedens over het reisdoel hebben gehad. Ik vind het bovenmenselijk.”
Bijna 30 procent van alle joodse artsen dook onder tijdens de oorlog. Een minderheid vluchtte naar het buitenland, weer anderen hadden het geluk dat ze op een gegeven moment op de Barneveldlijst terecht kwamen. Barneveld was een “elitekamp voor vooraanstaande joden”. Toch waren er ook artsen die geen uitweg meer zagen en zelfmoord pleegden.
Vergeet niet dat je arts bent is een proefschrift – dat door Uitgeverij Boom wordt uitgegeven als een boek – van meer dan 400 pagina’s waarin Van den Ende een inkijk geeft in de verborgen geschiedenis en het wel en wee van een beroepsgroep, een heel specifieke zelfs. Met haar onderzoek heeft ze nieuwe dingen aan het licht gebracht waar zelfs sommige geïnterviewden geen weet van hadden. In het geval van Henriëtte van der Hal ging het om een brief van haar vader, Ies van der Hal, een Groningse huisarts. Van den Ende zocht Henriëtte van der Hal enkele keren op in Jeruzalem. Ze werd geboren in 1942 nadat haar moeder Cis en haar vader Ies jarenlang hadden geprobeerd om zwanger te raken. Zes weken na haar geboorte werd ze afgestaan aan een onbekende vrouw. Cis en Ies overleefden Birkenau en werden in 1945 herenigd met hun dochter. Ze herkenden haar aan een litteken; een bevriende chirurg had vlak voordat ze werd afgestaan een ondiepe V in haar buik gesneden.
Henriëtte van der Hal wist dat haar vader behoorde tot een groepje Groningse artsen die pertinent weigerde medische keuringen te verrichten, met als gevolg dat NSB-artsen daarvoor werden ingezet. Maar van een brief van haar vader uit 1947 was ze nog niet op de hoogte. Van den Ende vond deze bij het NIOD, het instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies. Ies van der Hal betuigt spijt en schrijft aan David Cohen, de voorzitter van de Joodsche Raad, dat hij achteraf liever had meegewerkt aan de keuringen. Toen NSB-artsen zich ermee gingen bemoeien, waren de gevolgen namelijk verschrikkelijk, schrijft hij. “Voor zijn dochter kwam deze boodschap als een complete verrassing.”

Vergeet niet dat je arts bent, paperback Uitgeverij Boom, 432 pagina’s

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

2015-04-15: Andréa Herschel
Naarden, 15 april 2015

Geachte mevrouw van den Ende,

Allereerst van harte gefeliciteerd met uw promotie.

In het Parool van vorige week herkende een goede vriendin van ons op de foto mijn vader, Herman Herschel.

Maar ik heb een kanttekening. De man die door mijn vader werd behandeld voor een "schedelbasisfractuur" was niet zijn neefje. Het was een leeftijdgenoot en neef van mijn moeder. Deze neef woonde samen met zijn moeder bij mijn grootouders na hun vlucht uit Duitsland. Zij overleefden de oorlog niet.

Omdat mijn vader in 1999 is overleden en ik nooit van hem heb gehoord dat hij is geïnterviewd door een arts, ben ik erg benieuwd naar uw informatiebron.

Vriendelijke groet en uw reactie met belangstelling tegemoet ziend,
Andréa Herschel
2015-04-21: Hannah van den Ende
Geachte mevrouw Herschel,
Hartelijk dank voor uw bericht en felicitaties. Mijn bron voor de door u aangehaalde passage was het Spielberg-interview met uw vader, opgenomen in de jaren '90 en bewaard onder de titel '2000 getuigen vertellen' in het Joods Historisch Museum te Amsterdam. Mocht u nog meer informatie willen of met mij in contact komen: erg graag! U kunt mijn contactgegevens en meer informatie over mijn werk vinden op mijn website www.hannahvdende.nl
Met vriendelijke groet,
Hannah van den Ende
2015-11-10: Ilona Arkenbout Herschel
Dag Hannah,

Na onze laatste ontmoeting in de kerk in Amsterdam hebben we niks meer van elkaar gehoord. Logisch want je bent uiteraard heel druk.
Af en toe zie ik dat je weer een lezing geeft over je promotie onderzoek.
Toch zou ik het erg leuk vinden om elkaar binnenkort nog eens te spreken zoals we oorspronkelijk van plan waren.
Wie weet lukt dat.

Hartelijke groet,
Ilona

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)