Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Welke hospita doet het licht uit?

Welke hospita doet het licht uit?

In de jaren tachtig en negentig verhuurden ze in groten getale kamers in Maastricht maar nu zijn er nog maar zestig over. Hospita’s dus. Kunnen ze überhaupt nog studenten vinden? En hoe gaat dat dan: kijken ze samen tv of gaat ieder zijns weegs? Drie portretten van kamerverhuurders in en nabij Maastricht. “Je blijft in zekere zin vreemden voor elkaar.”

In de straat van Tanja Groen

Mevrouw Van de Weerdt vraagt zich hardop af waarom ze in hemelsnaam deze afspraak heeft gemaakt. Ze was aan de wandel met een vriendin, het regende, de ontvangst was slecht… en ja, toen zegde ze toe. Terwijl ze al die aandacht helemaal niet wil. Laat staan dat ze in beeld wil.

Ze schuift een pak boterwafels op de keukentafel en zegt dat ze de voormalige hoeve aan de Rijksweg in Gronsveld vijftien jaar geleden heeft gekocht. Tot vijf jaar geleden woonde ze er met een van haar twee dochters, sindsdien verhuurt ze de bovenkamer: 25 m2, voor 300 euro. Niet om de eenzaamheid te verdrijven maar vanwege het centje extra. Sinds een paar weken heeft ze een nieuwe huurder, een tweedejaars psychologiestudent. Ze kan de kamer helaas niet laten zien want de jongen slaapt nog. Het is 10.30 uur. “Het is een zachte jongen.”

Nieuwe huurders vinden is geen enkel probleem, zegt mevrouw Van de Weerdt. Wie het eerst komt, die het eerst maalt. “Als de ouders meekomen vind ik dat een goed teken, maar het blijft een gok. Sommige mensen doen zich netjes voor en gedragen zich na een paar weken anders. Je kunt niet in hun hoofd kijken.”

Eén keer had ze een jongen uit Zeeland. “Toen het uitging met zijn vriendin, begon hij vreemd te doen, zonderde zich af, zat constant op de kamer. Ik voelde me niet op m’n gemak. Het begon ook te ruiken, misschien vuile was, ik weet het niet. Ook smokkelde hij een vriendin mee naar binnen. Logeren vind ik geen punt, maar ik wil wel weten wie er in huis is. Hij ontkende maar ik zag haren in bed liggen, hoorde de wc vaak twee keer doortrekken. Toen ik er iets van zei, ‘trok hij uit’. Ik kwam hem later een keer in de Aldi tegen, hij zei dat hij een neuroloog bezocht.”

Haar huurders bestookt ze niet met allerlei huisregels. Van de Weerdt is niet “kinderachtig”. Ze mogen - met mate - van haar keuken gebruikmaken en logés zijn ook welkom. Ze is ook niet het type dat zich opdringt en de studenten de les leest. Eerder cijfert ze zich weg. “Ik wil niet altijd zeveren, maar het irriteert me wel als ze met een vorken in mijn pannen roeren of de kraan laten lopen. Als ik over een paar jaar 65 word, stop ik er misschien mee en maak ik er een logeerkamer voor mijn kleinkinderen van.”

Samen tv kijken komt er niet van. Ze drukt de studenten op het hart dat ze geen verplicht praatje hoeven te maken als ze ’s avonds thuiskomen. “Hoewel ik het leuk vind als ze me vertellen wat ze zoal meemaken.”

In het begin had ze de neiging om zich te hechten aan de jongelui, maar dat doet ze niet meer. “De wereld is groot en iedereen gaat maar gewoon zijn eigen weg.” Ook omdat sommige huurders na een paar maanden weer vertrekken vanwege de afstand naar de stad. “Alle vriendinnen wonen in de stad. En de laatste bus naar Gronsveld vertrekt om 23.00 uur. Ik zou ook niet willen dat meisjes ’s nachts alleen terugfietsen. Onderweg worden regelmatig fietsers lastig gevallen, vooral op de weg langs de Maas. Tanja Groen heeft hier in de straat gewoond, in een van de vroegere kasteelwoningen. Afschuwelijk. Dan wil ik liever dat ze in Maastricht logeren.”

 

“Als het klikt, kan er veel”

Vroeger raakte ze meer dan eens bevriend met haar wat oudere Afrikaanse huursters, de laatste tijd beschouwt ze haar kamerbewoners – als het klikt - eerder als haar kinderen. Zoals Gaby uit Peru die vorig jaar bij haar woonde. “Ze is als een dochter voor me, we sloten naadloos op elkaar aan: dezelfde betrokkenheid, een goed gevoel voor humor, dezelfde waarden. Een heerlijk kind. Zo iemand van wie je het prettig vindt dat ze in je huis rondloopt.”

Mieke Vunderink  - 64 en afgestudeerd in de cross-culturele kinderpsychologie - is al meer dan vijfentwintig jaar hospita. In haar huis aan de Burghtstraat in Randwijck verhuurt ze twee kamers op de tweede verdieping, veelal aan buitenlandse studenten. De huurders hebben een gezamenlijk keukentje op zolder, de badkamer wordt gedeeld met de hospita. “Die houd ik zelf schoon. Zij doen de rest.” Een logé mag, maar dat moet wel van tevoren gemeld worden. “Ik wil weten wie ik ’s nachts op de gang tegen kan komen.” Feestjes op zolder zijn verboden. “Het zijn houten vloeren, ik slaap eronder.” En het is niet de bedoeling dat een huurder de privéruimtes binnenstapt.

Op dit moment vinden twee Duitsers er onderdak. “Philipp zit hier nu voor zijn derde jaar, het is een open, intelligente en gezellige jongen.” Van verplicht koffiedrinken of verplicht een praatje maken, is geen sprake. “Ieder gaat zijn eigen weg. We ontmoeten elkaar op de gang, zeggen goedemorgen. Maar als het klikt, dan kan er veel. Gaby heeft dit jaar in mijn huiskamer haar verjaardag gevierd. De ingrediënten voor het feestdiner kwamen per post uit Peru. En het echtpaar uit Nigeria dat hier een jaar verbleef, kreeg na de bevalling een tijdje mijn logeerkamer. Je wilt toch niet dat de moeder twee trappen op moet als haar baby gaat huilen.”

Met veel plezier denkt ze terug aan de Afrikaanse vrouwen die in de begintijd bij haar aanklopten, allen student aan de Maastricht School of Management. “Mijn interesse ligt bij andere culturen. Ik was toen veertig, zij begin dertig. Ik had geen man, maar daar waren zij aan gewend. Het contact liep heel soepel, we wisselden veel uit: waarom doe jij het zo met de kinderen? Bij ons … Mijn kinderen leerden schitterend Engels (dat was de voertaal in huis) en konden net als hun Afrikaanse leeftijdgenoten vanaf hun twaalfde gasten ontvangen en eten koken. Mijn Afrikaanse feesten waren legendarisch. Soms had ik veertig tot zelfs tachtig mensen in huis. Tafel aan de kant, eten koken, zes Ethiopiërs in traditioneel outfit dansend in mijn achtertuin .” Als Vunderink voor haar onderzoek naar Afrika vertrok, logeerde ze nooit in een hostel. “Altijd bij een van hen.”

“Ik ben begonnen met de verhuur omdat ik wilde dat mijn kinderen na de scheiding niet hoefden te verhuizen. En ik hoef ook niet alleen te wonen, ik vind het prima om te delen.” Natuurlijk heeft ze ook mindere momenten als hospita. Telefoonrekeningen van honderden euro’s door lange – niet gemelde – gesprekken met Afrika (“En dan aan hen uitleggen: nee, het heeft geen zin om met de telefoonmaatschappij te gaan praten over een lagere prijs”), een Nederlandse student die op gezette tijden de net geïnde huur uit haar laatje stal. Of de jongen uit India die een verstopte wasbak op zolder zo lang liet overlopen dat het plafond op de eerste verdieping omlaag kwam en het water in de huiskamer stond. Schade: 6000 euro. “Hij was niet verzekerd, zou me maandelijks terugbetalen, maar ik heb nooit meer iets van hem gehoord.”

Hoe meer culturen, hoe liever, lijkt het levensmotto van Mieke Vunderink. Vol liefde vertelt ze over het Chinese meisje Annie dat slechts twee zinnen Engels sprak toen ze aankwam: “My name is Annie. I come from China.” “Ik maakte tekeningen om zaken duidelijk te maken: geen brandende kaars op je kamer anders vliegt het huis in de fik. Zij was mijn enige schone Chinese huurder.” De rest had duidelijk andere opvattingen over hygiëne. “Ik heb een keer acht uur staan schrobben in het keukentje van een bij een. Het zou aan de olie liggen, zeiden ze. Maar Afrikanen bakken ook alles in olie. Je mag ervan denken wat je wilt, maar ik wil geen Chinezen meer.”

Hoe lang blijft ze nog kamers verhuren? “Zo lang ik hier woon. En als iemand me niet bevalt zeg ik de huur op. Gelukkig gebeurt dat niet vaak, maar ik moet me wel prettig voelen bij iemand die hier woont.”

 

Geen Hollanders!

Obstinaat, intimiderend, opdringerig, veeleisend, weinig respect voor privacy. Zie hier de karaktertrekken van de “Hollanders” zoals Léon Bessems ze heeft leren kennen. “Die wil ik niet meer. Ze namen bij wijze van spreken de woning over. Zuipen, feestjes, ik kreeg zelfs klachten van de buren. Dat moet ik niet hebben.”

Léon Bessems (51) woont in een flat van twee etages boven een strook winkels in de wijk Pottenberg. Twee gemeubileerde kamers van 9 m2 en 12 m2 verhuurt hij omwille van het financiële extraatje. Bessems, die een WAO-uitkering heeft, wil liever niet in detail treden maar de kamers zijn wel stukken goedkoper dan in het centrum. Hij adverteert via Maastricht Housing en ontving laatst zo’n 25 reacties, zegt hij, staand tegen het aanrecht. Keuze genoeg, al kiest hij alleen jongens. “Met meisjes in één huis zou ik me ongemakkelijk voelen. Je zit toch op elkaars lip en deelt een badkamer. Nu zit er een Litouwse student Arts and Culture een Tsjechische jongen die European Studies doet.”

Een uitgebreid reglement hanteert hij niet. Wel staat in het contract dat de woonkamer privé is. Meer uit voorzorg. Verder kan iedereen van de keuken gebruikmaken en komen ze thuis wanneer ze willen. Bessems houdt de boel schoon. “Tijdens mijn studie aan de sociale academie in Eindhoven heb ik zelf een jaar bij een hospes gewoond. Ik pak het nu op dezelfde manier aan als hij toen.”

Meestal neemt hij buitenlanders, onder wie exchange-studenten. Hij heeft goede ervaringen met Oost-Europeanen, ze gedragen zich netjes en houden hun kamer schoon. Hij correspondeert dan via e-mail. “Nee, ik ontmoet ze niet altijd van te voren, maar toch gaat dat meestal goed. Ik vraag per mail wel altijd naar de toelatingsbrief van de UM en een kopie van het paspoort. Ik wil zeker stellen dat ze niet illegaal hier verblijven. Ik heb weleens een Chinees gehad met een tijdelijke verblijfsvergunning die na de studie bij mij wilde blijven wonen, maar dat heb ik niet gedaan. Want zelfs illegalen kun je niet zomaar uit je huis zetten.”

Hij heeft nog nooit iemand de huur opgezegd, maar één keer scheelde het niet veel. “Het betrof een jongen uit Haarlem met psychische problemen. Hij was game-verslaafd, had moeite met zijn studie en ging het huis niet meer uit. Zijn kamer plakte en stonk. Je maakt je toch zorgen. Stel dat hij zelfmoord pleegt. Gelukkig had hij ouders die hem steunden.”

De kamerverhuur is wat hem betreft geen remedie tegen eenzaamheid. “Je blijft in zekere zin vreemden voor elkaar. Ik heb weleens iemand gehad met wie ik ’s avonds een kaartje legde en vriendschappelijk omging, maar ik heb liever dat iedereen zijn eigen leven leidt. Aan de andere kant raak je soms toch betrokken bij het leven van de studenten. Als er problemen thuis zijn of in hun relatie, voelen ze de behoefte om erover te praten. Daarnaast help ik ze met studiefinanciering, zorgtoeslag en verzekeringen. Soms staat een dag later een vriendje op de stoep die ook niet weet hoe het moet.”

Pottenberg is een wijk waar studenten niet echt het straatbeeld bepalen, maar ze zijn nooit lastig gevallen door ‘studentenpesters’. “Hier op de galerij vallen de buitenlandse studenten helemaal niet uit de toon. Van de dertien gezinnen komen er tien uit het buitenland of zijn allochtoon. Het zijn juist de Hollanders die hier zouden opvallen.” 

Riki Janssen, Maurice Timmermans

 

Merkwaardige huisregels

Maastricht en omgeving telt nog slechts zestig hospita’s volgens de cijfers van Maastricht Housing. Het is het voorlopige eindpunt van een dalende trend die in de jaren negentig begon. Studenten hechtten meer en meer waarde aan hun privacy en kiezen voor een studentenhuis of complexen zoals die aan het Herdenkingsplein of aan de Nassaulaan. In Maastricht woont 1,5 procent van de studenten bij een hospita, zegt Marion Hendriks van Maastricht Housing. “Vroeger had je veel ouders die een beschermde omgeving, met iemand die waakte over hun kind, belangrijk vonden. Nu hoor ik dat zelden nog.”

Soms loopt het uit de hand. Hendriks: “In de afgelopen 25 jaar dat ik hier werk, hebben we zeven à acht hospita’s de toegang tot onze website ontzegd.  In zo’n geval zijn er herhaaldelijk klachten van studenten binnengekomen en hebben ook de ouders bij ons aan de bel getrokken. Het kan gaan om merkwaardige huisregels, zoals de centrale verwarming die om 21.00 uur uitgaat, om privacy-schending, of omstreden bedragen die in rekening worden gebracht. Seksuele intimidatie jegens vrouwelijke huurders is ook twee keer voorgekomen. Aan de andere kant zijn studenten ook niet altijd de liefsten en testen ze hoe ver ze kunnen gaan.”

Hendriks maakt tot slot een voorbehoud bij het aantal hospita’s. “Ze zijn gemiddeld 65-plus en als ze niet op zoek zijn naar een huurder horen we soms jarenlang niks van ze. Ik sluit niet uit dat sommigen al dood zijn.”

Iets wat Observant in zijn zoektocht naar hospita’s kan bevestigen. Ze hadden weleens geadverteerd bij Maastricht Housing maar ze bleken niet allemaal meer in leven. 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)