Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Academische leider is “monomaan, narcistisch en dominant”

Academische leider is “monomaan, narcistisch en dominant”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Uniek: duo-oratie

MAASTRICHT. Een dubbele oratie waarbij de twee hoogleraren de degens kruisen vanuit het eigen vakgebied. Dat gebeurde afgelopen vrijdag voor het eerst aan de UM, en wel tijdens de inauguratie van Merln-onderzoekers Pamela Habibovic en Jan de Boer. Denk niet dat ze verwikkeld raakten in een levendig debat, laat staan dat ze elkaar in de haren vlogen. Beider tekst stond volledig uitgeschreven op papier. De titel van de oratie is ‘Leer me dansen: de tango tussen bio en materialen’.

Habibovic en De Boer houden zich bezig met weefselregeneratie, alleen doet hij dat als bioloog en zij als techneut. “Niets is zo mooi als iets kunnen maken. Iets wat er nog niet is”, zegt Habibovic, die verwijst naar “het fantastische voorbeeld van Sir John Charnley die in de jaren ‘60 een nieuwe totale heupprothese ontwikkelde die met kleine aanpassingen nog steeds gebruikt wordt.”

De Boer: “Het lichaam kan veel zelf herstellen. Neem als voorbeeld een gebroken arm of een wondje in je huid, (…) je hoeft er niet voor bij de doe-het-zelf-zaak langs. In je lichaam zitten stamcellen die zo’n wond kunnen repareren oftewel regenereren, opnieuw maken. Dat zie ik bij een iPhone nog niet gebeuren als het glas weer gebroken is.”

Habibovic: “Nee, dat is zeker waar, maar ook bij het menselijk lichaam is regeneratie beperkt. Anders zouden we geen kunstheupen hoeven plaatsen.”

En zo gaat het door, in een bomvolle aula. Familie en vrienden beginnen iets glaziger te kijken als de Jip-en-Janneke-taal enigszins wegebt en vaktermen als ‘endochondrale botvorming, microfluïdica, cytosketet’ hun intrede doen.

Dan golft er een lichte verontwaardiging door de zaal als De Boer het onderwerp van de sekseverhoudingen in de academische wereld aansnijdt en vraagt: Is het erg dat er zo weinig vrouwelijke hoogleraren zijn? Is het niet zo dat elke beroepsgroep zo zijn eigen type mensen selecteert met bijbehorende scheve verhouding in geslacht? Denk eens aan de typische schaker, de typische kleuterleider, denk eens aan de typische chef-kok. Mijn hypothese is dat academisch leiderschap selecteert op karaktertrekken die bij mannen meer voorkomen. Beetje monomaan, vleugje narcisme en een gezonde mate van dominantie.

Het probleem zit ‘m in de selectieprocedure, reageert Habibovic. De benoemingsadviescommissies, die merendeels uit mannen bestaan, zijn zoals altijd op zoek naar een excellente kandidaat, een schaap met vijf poten. Maar excellentie betekent bij een man iets anders dan bij een vrouw, zoals blijkt uit de omvangrijke studie van de Nijmeegse onderzoeker Marieke van den Brink, die duizend benoemingsdossiers analyseerde.

“Een mannelijke kandidaat die niet zo’n geweldige docent is, wordt gezien als iemand met potentie, kan op een cursus gestuurd worden, oftewel, die ‘missende poten’ zullen wel aangroeien. Een vrouw die onvoldoende geld heeft binnengehaald mist een poot.”

Er wordt dus met twee maten gemeten. Hoe dat komt? Door het similar to me-effect, zegt Habibovic. “Mannen in de commissie die een mannelijke kandidaat zien met een missende poot herkennen zichzelf in hem, dertig jaar geleden. (…) En als dat een vrouw is, tsja, dan weet je niet wat je aan haar hebt.”

Wat te doen? Habibovic wijst op de quota die Noorwegen heeft ingesteld. “Of dat ook iets is voor Nederland, dat weet ik niet, maar ik ben wel in voor een experimentje.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)