Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

"Wij importeren geen onderzoekers, we exporteren onderzoeksvragen"

"Wij importeren geen onderzoekers, we exporteren onderzoeksvragen"

‘Maastricht Method’ FHML werpt vruchten af in India

MAASTRICHT. Ooit waren er grootse plannen: de Universiteit Maastricht zou India gaan veroveren. Inmiddels zijn de plannen bijgesteld en blijkt alleen faculteit Health Medicine and Life Sciences de samenwerking met India tot een succes te maken. Kwestie van een lange adem, veel tijd investeren en focussen op onderzoeksprojecten die passen binnen bestaande UM-thema’s. De ‘Maastricht Method’ – inmiddels uitgemond in zo’n dertig promotieonderzoeken; de eerste promotie van 2015 is komende donderdag – is voor de ambassade in New Delhi een voorbeeld voor Nederlandse instituten die zaken willen doen met India.

Er klinkt een bulderende lach in Randwijck als de belangrijkste doelen van het Maastrichtse India-project uit 2009 worden voorgelezen: driehonderd Indiase studenten en promovendi in 2015, een winst van 1,8 miljoen, een kantoor in Bangalore en een instituut in Maastricht dat als kennisbron gaat fungeren voor West-Europeanen die zaken willen doen met India. “Dat was toen al niet reëel”, zeggen Jos Smits, portefeuillehouder onderzoek in het faculteitsbestuur van FHML, en Dorine Collijn, senior-beleidsmedewerker. Zij vormen samen het India-team van de faculteit. “De UM had een Indiase directeur aangesteld die heel graag wilde scoren. Hij noemde grote aantallen en hoge bedragen die nergens op waren gebaseerd. Dat hoort bij India, ze blazen daar graag zaken op. Je moet daar doorheen prikken. ” Het toenmalige college van bestuur prikte er niet doorheen, maar nam de plannen over.

Die studenteninstroom is nooit gehaald, de toenmalige directeur is allang verdwenen, maar het kantoor in Bangalore bestaat nog wel. Dat werkt niet meer voor de hele UM, maar alleen voor de FHML.  Het wordt bemenst door een Indiase directeur, dr. Shyam Vasudevarao, die een wetenschappelijke achtergrond heeft, en een Indiase assistent die in Maastricht een master heeft gevolgd.  Smits en Collijn: “De andere faculteiten, die zich richtten op de recrutering van masterstudenten, zijn gaande de rit afgehaakt. Wij hebben na het eerste bezoek in 2008 besloten om ons op het onderzoek te richten, op de werving van PhD-studenten. Masters opleiden kunnen ze in India ook, daar hebben ze Maastricht niet voor nodig.”

Smits en Collijn beseften al heel snel dat ze een lange adem nodig zouden hebben.  Collijn: “Je bent niet de enige die langskomt. Ooit hoorden we: ‘wat komen jullie doen? Vorige week was Utrecht hier. Volgende week komt Groningen.’ Dus moet je investeren, vaak op bezoek gaan, raakvlakken zoeken en daarop terugkomen. We hadden twee uitgangspunten: de samenwerking moest aansluiten op een van de onderzoekthema’s van onze faculteit. En het moest een win-win situatie zijn.”

Wat viel en valt er voor de FHML te winnen? In ieder geval niet de in 2009 beloofde 1,8 miljoen euro winst per jaar. Smits: “We doen het ook helemaal niet voor het geld, we werken samen vanwege de onderzoeksmogelijkheden. India is groot, heeft een immense patiëntenpopulatie die nuttig kan zijn voor ons onderzoek. We hadden bijvoorbeeld een Indiase promovendus die een tumor aan het netvlies wilde onderzoeken. Hij had daar zestig patiënten voor nodig.  Dat gaat nooit lukken, reageerde een onderzoeker van oogheelkunde in Maastricht. Hij had in al die jaren dat hij hier werkte maar twee patiënten met die aandoening gezien. Die PhD-student hield vol: aan het einde van het jaar heb ik er zestig. Hij had er zelfs meer.” Daarnaast komen ziektes waaraan veel patiënten  in Nederland lijden (diabetes, hart- en vaatziekten, COPD) ook vaak in India voor. En wat zeker ook meespeelt, is het talent dat in India rondloopt. “De promovendi  zijn heel gedreven, meer dan de gemiddelde West-Europeaan,  en zeer gemotiveerd.”

Inmiddels werkt de FHML samen met twintig partners – ziekenhuizen, universiteiten en onderzoeksinstituten - en lopen er zo’n dertig promotieonderzoeken. “We doen niet aan brain drain. ”, legt Collijn uit. De promovendi werken in India, hebben daar een begeleider en een in Maastricht. “Soms komen ze voor een paar maanden naar Nederland voor een cursus of onderzoek. De rest van het contact gaat via Skype.  We stimuleren de UM-promotor wel om een keer naar India te gaan. Het is goed om elkaar een keer te ontmoeten.” En om de cultuur beter te leren kennen. Smits, grinnikend: “Je moet leren dat als een Indiase promovendus ‘ja’ zegt hij ‘nee’ bedoelt.” Collijn vult aan: “Ze willen je niet voor het hoofd stoten, Indiërs zijn heel hoffelijk. Ze zeggen ja en schudden nee met hun hoofd. Pas als een Indiër ‘ja, dat zal ik doen’ zegt, doet hij het ook.”

 

 

 

 

 

 

Vijf promoties dit jaar

Vorig jaar verdedigde al de eerste promovendus zijn proefschrift. Dit jaar staan er vijf ‘Indiase’ promoties op de rol. De eerste is komende donderdag 18 juni. Dan zal Rohit Shetty, oogarts en vice-voorzitter van een oogziekenhuis in Bangalore, zijn omvangrijke proefschrift verdedigen. Centraal staat een oogaandoening waarbij het hoornvlies langzaam dunner wordt – keratoconus – die vaak in India voorkomt. De Maastrichtse hoogleraren Nuijts  en Weber zijn de promotoren. Plaats en tijd: 14.00 uur in de aula aan de Minderbroedersberg.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)