Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Hij liet je alle hoeken van de kamer zien”

“Hij liet je alle hoeken van de kamer zien”

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts/Simone Golob

Teun Dekker geïnspireerd door Jerry Cohen

De politiek filosoof Jerry Cohen was “schijt-nerveus” als hij een college moest geven. Maar eenmaal on stage maakte hij van iedere optreden aan de universiteit van Oxford een show, herinnert Teun Dekker zich nog levendig. De acting dean van het University College Maastricht promoveerde bij de man die hield van theater, geintjes, en een hoop vrolijkheid waarvan nog tal van voorbeelden op Youtube te vinden zijn. “Ik heb een hoop theater van hem geërfd”, grinnikt Dekker, “een goed college is een performance, met leuke grapjes, maar tegelijk helder gestructureerd. Het is altijd grappig zijn met een doel.”

Tegelijkertijd was Cohen (in 1985 tot Chichele Professor of Social and Political Theory in Oxford benoemd;  de vroegere leerstoel van Cohens leermeester Isaiah Berlin) een analytisch filosoof pur sang. Bij hem geen losse eindjes of half afgemaakte redeneringen. “Hij was zeer goed in het precies opschrijven van zijn ideeën. Alle argumenten moesten kloppen, heel rigoureus, zo strak mogelijk tot op het hoogste niveau”, vertelt Dekker.  “Het mooie is dat Cohen een overtuigd marxist was en criticus van het kapitalisme. Hij kwam uit een socialistisch gezin, zijn vader werkte in een jurkenfabriek in Montreal, Canada, en was lid van de communistische beweging. Jerry zat gevangen tussen twee werelden; hij wilde op een bijna wiskundige precieze wijze filosofie bedrijven, maar was daarnaast aanhanger van de theorie van Marx. Hij laveerde tussen die twee en zocht een weg om beide recht te doen.” Het mondde onder andere uit in zijn beroemde boek Karl Marx’s Theory of History. A defence (1978). En in een mede door hem opgerichte beweging van dertien marxisten, bekend als de September Group, die het marxisme wilde uitdrukken in de taal van de moderne wetenschap. Dit in tegenstelling tot Franse filosofen die in de jaren tachtig meer dan eens hun toevlucht namen tot taal die voor slechts weinigen toegankelijk was.

Dat precieze van zijn in 2009 overleden promotor, herinnert Dekker zich nog als de dag van gisteren. “Ik kreeg het eerste hoofdstuk van mijn proefschrift terug met 118 punten van kritiek. Ik raakte daar niet gedeprimeerd door. Het ging over mijn argumenten, niet over mij. Jerry kon je alle hoeken van de kamer laten zien als het ging om je werk, maar hij deed het nooit op een vervelende manier. Hij was fantastisch eerlijk, zei je de waarheid zonder je pijn te doen.”

Ook al was hij een grootheid binnen zijn vakgebied, hij bleef bescheiden. “Als je weet dat je echt top bent, hoef je dat niemand te vertellen. Hij maakte ook geen onderscheid tussen een eerstejaars student en een bezoeker uit Harvard. Iedereen kreeg evenveel aandacht en kritiek. Ik voel het als mijn plicht om zijn erfgoed door te geven. Ik ben niet de enige. Al mijn medestudenten voelen dat. Het was een eer om bij hem te studeren.”

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)