Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Zesjesstudenten weren is een slecht plan

Zesjesstudenten weren is een slecht plan

Opinie Wim Gijselaers

Afgelopen week kopte de Volkskrant dat masteropleidingen “zesjesstudenten” gaan weren. Daardoor willen ze de kwaliteit van hun opleidingen verhogen. Een beroerd plan, vindt Wim Gijselaers, hoogleraar onderwijskunde. “We hebben geen slimmere studenten nodig maar slimmere opleidingen.”

Laat ik voorop stellen dat ik de simpele reflex begrijp. Maar ik heb weinig begrip voor de aanpak van deze complexe problematiek. Het veronderstelt namelijk dat docenten met cijfers een perfect oordeel kunnen geven over de prestaties van studenten, ongeacht de kwaliteit (of zwaarte) van de opleiding. Bovendien wordt aangenomen dat gemiddelde eindcijfers van bachelors blijkbaar goede voorspellers zijn voor de toekomstige prestaties in een aansluitende masteropleiding. Om met Shakespeare te spreken: O brave new world, that has such people in it![1]

Aan het geven van cijfers kleven helaas meer bezwaren dan uit het alledaagse gebruik in het onderwijs mag blijken. Ja, het is waar dat prestaties kunnen verbeteren door het geven van cijfers. Maar dat geldt alleen onder de conditie dat studenten het cijfer als een rechtvaardige weergave beschouwen van hun prestaties op relevante studietaken. Indien de taken als irrelevant gezien worden, dan ondermijnt het de intrinsieke motivatie om te leren. Zoals publicist en onderzoeker Kohn het formuleerde: “The more students are led to focus on how well they’re doing, the less engaged they tend to be with what they’re doing.[2]

De voor de hand liggende vraag is of instellingen het als hun opdracht beschouwen om onderwijs interessant te maken, en of het inderdaad haalbaar is om studenten van de relevantie te overtuigen. In ieder geval lijkt het erop dat de groeiende hoeveelheid klachten die docenten na afloop van een toets krijgen mede wijzen op een obsessie voor hoge cijfers (los van de relevantie van een vak). Overigens, voordat ik het vergeet te zeggen; ja cijferinflatie is een groot probleem geworden in het hoger onderwijs (in ieder geval in de USA, zelfs op Harvard). The Washington Post schreef daarover in 2013 dat sinds 1967 het aantal studenten met een A- gestegen is van 7 naar 41 procent. En dat terwijl het aantal ingeschreven studenten in die periode meer dan verdubbeld is. Zijn dus de opleidingen zoveel beter geworden, of heeft men juist slimmere studenten toegelaten? Volgens mij geen van beide.

En dan is er nog een ander probleem: de eindcijfers van verschillende vooropleidingen zijn onderling niet vergelijkbaar. De ene zes is de andere niet. Een recente studie over het toelatingsbeleid tot MBA-opleidingen (Swift e.a.) liet zien dat zelfs toelatingscommissies weinig tot geen rekening leken te houden met de kwaliteit van de vooropleiding: “The results suggest that decision-makers take high nominal performance as evidence of high ability and do not discount it by the ease with which it was achieved.”[3]

Mijn grootste punt van kritiek betreft niet eens de overwaardering van cijfers, maar het feit dat prestaties als een dispositie of als talent beschouwd worden: er zijn goede en zwakke studenten en dat is ongeacht de kwaliteit van een opleiding. Net zoals er goede en slechte voetballers zijn ongeacht de coach, het elftal, of de club. Nu ben ik wat het laatste betreft helaas geen kenner, maar ik zou toch Louis van Gaal willen vragen om terug te komen naar Nederland. Los daarvan, steeds meer onderzoek laat zien dat talent niet “portable” is: prestaties verricht in de ene werkomgeving zijn niet per definitie een goede voorspeller voor prestaties in andere - qua taak vergelijkbare - werkomgevingen.[4]

Studentprestaties blijken eveneens vooral afhankelijk te zijn van de mate waarin de opgedragen taken als uitdagend en relevant ervaren worden, er voldoende autonomie is in het nemen van beslissingen, de beoordeling als rechtvaardig wordt gezien, en er sprake is van goede sociale inbedding. Helaas kost het ontwikkelen van dit type leeromgevingen veel docententijd en inspanning. Bovendien moeten studenten de mogelijkheid krijgen om te leren van gemaakte fouten. Jammer, dat op sommige plaatsen de mogelijkheden daartoe beperkt worden. Misschien hebben we daarom slimmere onderwijsinstellingen nodig.

Wim Gijselaers, hoogleraar onderwijskunde (SBE)

 

 

[1] Huxley, A. (1932). This Perfect World. Quote uit Shakespeare. The Tempest.

[2] Kohn, A. (2011). The Case against Grading. Educational Leadership. wpengine.netdna-cdn.com

[3] Swift, A., Moore, D.A., Sharek, Z.S., & Gino, F. (2013). Inflated Applicants: Attribution Errors in Performance Evaluation by Professionals. PLoS One, 8(7), e69258

[4] Groysberg, B (2010). Chasing Stars. Princeton, NJ: Princeton University Press. 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: