Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

NIP wil gesprek met Maastrichtse psychologen

NIP wil gesprek met Maastrichtse psychologen

Photographer:Fotograaf: archief Corine de Ruiter

UM steunt de in opspraak geraakte prof. De Ruiter

MAASTRICHT/NEDERLAND. Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), dat prof. Corine de Ruiter onlangs heeft berispt, wil daarover in gesprek met de UM-psychologen. Het college van bestuur verklaart dat ze “het volle vertrouwen” heeft in De Ruiter. De faculteit psychologie en neurowetenschappen stelt een commissie van “wijze mensen” samen om een en ander te onderzoeken.

De Ruiter trad op als getuigedeskundige in opdracht van advocate Monique S. die werd verdacht van oplichting van haar klanten. De advocate verklaarde echter dat haar echtgenoot, wijlen PVV-statenlid Jos van Hal, haar onder druk had gezet om te frauderen. De deskundigenrapportage van De Ruiter ondersteunde die verklaring.

Het NIP heeft De Ruiter op de vingers getikt omdat ze in haar rapport kwalificaties toeschrijft aan Van Hal (psychopathische trekken) en diens moeder (schizofreen) zonder hen ooit gezien of gesproken te hebben. Dat is volgens het NIP een schending van de beroepscode.

Het NIP baseert zich op onvolledige en feitelijk onjuiste informatie afkomstig uit een krantenartikel in NRC en het proces-verbaal van de griffier, schrijft De Ruiter in een blog. Naar eigen zeggen heeft ze de moeder nooit “schizofreen” genoemd, maar verklaart dat zij volgens Van Hal schizofreen was. De forensische rapportage (1500 pagina’s) heeft het NIP nooit gezien, aldus De Ruiter.

“En dan snap je niet waar het over gaat”, zegt prof. Harald Merckelbach, die zelf ook vaak als getuigedeskundige heeft opgetreden. “Dan mis je de context. De discussies in de rechtszaal zijn uitlopers van het rapport. Bovendien schrijft een griffier niet alles letterlijk op.”

Het ware probleem ligt dieper volgens De Ruiter. Tuchtcolleges – ook van het NIP – zijn onbekend met het vak van forensisch psycholoog, een nog steeds een niet-erkend specialisme. Ze leggen forensisch psychologen langs een therapeutische meetlat en beoordelen hen ten onrechte op klinische criteria. Terwijl het hier niet gaat om de behandeling van een patiënt, om diagnoses, maar om waarheidsvinding.

Merckelbach: “Het is een goed uitgangspunt om mensen eerst te spreken of te zien, maar als getuigedeskundige kan dat niet altijd. En soms heeft het weinig zin. Een vader zal bijvoorbeeld al snel ontkennen dat de verwondingen van zijn kind, het gevolg zijn van mishandeling. ‘Jantje is van de trap gevallen, niets aan de hand.’

Het gevaar van het huidige tuchtrecht is dat forensisch psychologen man en paard niet meer noemen, enerzijds-anderzijds-verklaringen afleggen, om hun vingers niet te branden. Ik pleit er overigens voor om tuchtzaken, net als rechtszaken, openbaar te maken. Je wilt weten wat daar wordt gezegd.”

In de VS, schrijft De Ruiter, heeft de American Psychological Association - de zusterorganisatie van het NIP – in 1991 al specifieke beroepseisen voor forensisch psychologen opgesteld. Dat zou ook in Nederland wenselijk zijn, mailt ze. “Met de huidige beroepscode [voor alle psychologen] kunnen forensisch psychologen hun werk niet adequaat doen.”

Op instigatie van het college van bestuur, dat alle “vertrouwen heeft in het onderwijs- en onderzoekswerk van De Ruiter”, zal een facultaire commissie de “handelings- en toetsingskaders” tegen het licht houden. Merckelbach: “Wat dan ook aan bod zal komen is de optie om het NIP te verlaten en over te stappen naar bijvoorbeeld het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen.” 

Het NIP wil niet inhoudelijk op de zaak ingaan omdat de gedane uitspraken vertrouwelijk zijn. “Het feit dat een van de partijen die openbaar heeft gemaakt, verandert daar niets aan”, zegt woordvoerder Arjen Konijnenberg. Na ruggenspraak met de voorzitter van de commissie Beroepsethische Zaken laat hij weten: “Het NIP gaat graag het gesprek aan met de Maastrichtse psychologen over wat zij ervaren als een omissie in de beroepscode.”

Twee keer eerder werd De Ruiter op de vingers getikt, wat overigens geen consequenties heeft voor de beroepsuitoefening. De hoogleraar beraadt zich nog of ze in hoger beroep zal gaan.

Het tuchtcollege van het NIP is een “running gag” aan het worden, schrijft Merckelbach in een blog (samen met Melanie Sauerland, Henry Otgaar en Ewout Meijer). “Het geintje dat de ronde doet, is dat je als deskundige pas deugt als je flink op de vingers bent getikt door het College.” Dat is jaren geleden, aldus Merckelbach, ook de gerenommeerde rechtspsychologen Willem Wagenaar en Hans Crombag overkomen.

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)