Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Met knikkende knieën naar het tentamen

Met knikkende knieën naar het tentamen

Photographer:Fotograaf: simonegolob.nl

Geen ontkomen aan een 'moeilijk' blok
Statistiek, quantitative methods, micro/macro economics en mathematical modelling. Menig bachelorstudent krijgt alleen al de zenuwen bij het horen van deze bloknamen. Bijna iedere opleiding heeft wel zo'n gevreesd blok, zo blijkt uit een rondvraag langs de faculteiten. Waarom bepaalde blokken altijd als moeilijk worden ervaren.

Eerst even terug naar 1998. Observant publiceerde toen een top elf van grootste struikelblokken aan de Universiteit Maastricht. Het economievak kwantitatieve methoden 2 spande de kroon: 70 procent zakte tijdens de eerste toetskans. Anno 2009 blijkt het fenomeen struikelblok zo goed als uitgestorven; dergelijke hoge zakpercentages komen niet meer voor en sinds de bamastructuur kan en mag een student niet meer jaren over één en hetzelfde vak doen.

Dat betekent niet dat studenten vandaag de dag alleen nog maar fluitend door de opleiding rollen. Zo ziet opleidingsdirecteur Christine Neuhold van European Studies bijvoorbeeld dat bachelorstudenten zich vooral druk maken over vakken als EU law en de economieblokken an economists point of view en micro/macro economics. "Niet alle ES-studenten hebben economie of wiskunde in hun eindexamenpakket. Maar door een intensieve skills training ligt het zakpercentage hier niet hoger dan bij andere vakken." Gemiddeld is dat voor de eerste toetskans ergens tussen de 20 en 40 procent. En wie gedurende het blok toch nog wat extra begeleiding wil, kan terecht voor bijlessen en oefententamens bij studievereniging Concordantia.

Economie

Dat laatste gebeurt ook veelvuldig bij de faculteit economie: studenten volgen massaal bijlessen bij studievereniging 3FM in quantitative methods (QM) I en II. Samen met het vak finance and accounting vormen ze de symbolische berg voor veel studenten. De vereniging gebruikt lokalen op de faculteit waar ze groepsgewijs oude tentamens bespreekt, maar wat opleidingsdirecteur Rudolf Müller liever niet ziet is dat studenten deze bijscholing belangrijker gaan vinden dan de colleges. "De docent probeert dieper op de stof in te gaan, terwijl de bijscholing puur tentamenvoorbereiding is. Iets extra's dus. We moeten waken over de balans."

Waarom zien studenten zo op tegen QMI, QMII en finance and accounting? QMII -in 1998 het grootste struikelblok aan de UM -was afgelopen studiejaar weliswaar de enige serieuze uitschieter met 56 procent zakkers in de eerste ronde, bij de andere twee was dat percentage 'slechts' 37 procent. Er doen onder meer spookverhalen de ronde. Müller: "Sommige studenten denken dat we de toetsen extra moeilijk maken, zodat zij een negatief bindend studieadvies krijgen. Dat is niet zo, we hebben betere dingen te doen." "Müller waarschuwt voor commerciële bedrijven die inspringen op de spookverhalen en bijscholing aanbieden. "Dit soort initiatieven steunen we niet; we hebben geen enkele controle op de kwaliteit. Extra onderwijs tegen commerciële tarieven is niet fair voor studenten die het geld hiervoor niet hebben en het vertekend het beeld dat studenten in ons eigen onderwijs hebben geleerd."

Psychologie

Herco Fonteijn, voorzitter van de eerste twee curriculumjaargroepen van de psychologiefaculteit, weet dat studenten de blokken rekenen, statistiek, complexe cognitie en grondslagen en geschiedenis van de psychologie moeilijk vinden. "Vooral statistiek en rekenen vinden ze zwaar. Vaak denken studenten dan bij voorbaat al dat ze gaan zakken, het slechte imago overheerst. En angst leidt niet tot de optimale setting om te leren."

Daarnaast beseft de faculteit dat studenten zich van een blok als rekenen, een inleiding in de cognitiewetenschap, minder makkelijk een beeld kunnen vormen, iets dat de vrees voor het tentamen er niet minder om maakt. "Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld thema's als sociaal gedrag, persoonlijkheid of psychopathologie. Sommige thema's verkopen zichzelf, anderen minder. Dat verschil blijf je houden." Een probleem dat niet valt op te lossen met andere handboeken of eisen aan de inhoud? "Nee, dat is uitgesloten. We moeten gewoon bepaalde eisen stellen. Het is onverantwoord om de inhoud volledig te wijzigen of makkelijker te maken."

Ongeveer de helft slaagt voor rekenen, net als statistiek, tijdens de eerste toetskans. Geen monsterscore - de faculteit vindt het "netjes" als tweederde een voldoende scoort - maar zorgen maakt men zich nog niet. Een deel van de zakkers heeft te maken met wat Fonteijn het "stapeleffect" noemt: "Veel tweedejaars moeten bijvoorbeeld tijdens het blok rekenen hun eerstejaars blok statistiek opnieuw volgen. Een herziening van het curriculum moet op dit punt verbetering brengen."

 

GW en geneeskunde

Statistiek wordt ook bij gezondheidswetenschappen lastig gevonden. Bjel Budé, derdejaars gezondheidswetenschappen en hoofd onderwijs van studievereniging Santé, spreekt uit eigen ervaring: "Het enige vak dat ik nog moet halen voordat ik aan mijn master kan beginnen is Statistiek 2.1b. Ik heb het al vier of vijf keer geprobeerd. Je moet het gewoon begrijpen, er valt niet veel te rekenen of uit het hoofd te leren." Ook masterstudent Ron Handels, die bijlessen geeft in statistiek, denkt dat het vaak "een kwestie van begrijpen is. En als je het eenmaal door hebt, kun je het overal toepassen. Het statistiekonderwijs aan de UM is heel goed, maar voor sommigen gaat het te snel." Als Handels het vervolgens langzamer, bijvoorbeeld niet in twee maar in vijf stappen uitlegt, begint het ook bij de student te dagen.

Bij geneeskunde zijn de blokken opgebouwd rond thema's (bijvoorbeeld acute ziektes) of clusters (zoals hart en longen) en worden meerdere vakken in zo'n blok geïntegreerd. Een vak als statistiek kan als moeilijk worden ervaren, maar tegen het blok als geheel wordt niet per definitie opgekeken. Jeroen Kooman, coördinator van de bachelor geneeskunde, weet dat het blok mens, kind, mens het stempel 'zwaar' heeft: "Het duurt ook langer dan de andere blokken en de aangeboden hoeveelheid stof is veel, stevig." Maar zwaar betekent niet automatisch dat studenten het blok niet interessant vinden of massaal struikelen over de toets. "Het blok wordt goed gewaardeerd", vertelt Kooman en zakpercentages van 50 procent of hoger zijn er niet in het curriculum, vult Lambert Schuwirth van onderwijsontwikkeling en onderwijsresearch, aan.

 

Kennistechnologie en CW

De kennistechnologen kennen drie moeilijke vakken, zo laat studievereniging Incognito desgevraagd weten: de tweedejaarsvakken theoretical computer science en mathematical modelling en het derdejaarsvak capita selecta. Vorig jaar zakte tijdens de eerste toetskans 43 procent voor de eerste twee. Bij het derde lag het zakpercentage wat hoger: 50 procent. Toch moeten die cijfers enigszins gerelativeerd worden: de faculteit heeft een veel kleiner aantal studenten dan bijvoorbeeld economie en vaak nemen studenten al eens deel aan de toets -als oefening -, terwijl ze het pas bij de herkansing willen halen, zegt Nico Roos van het department of knowledge engineering.

De opleiding cultuurwetenschappen toetst vaak via essays. In het eerste jaar is dat voor veel studenten "heel erg wennen", klinkt het bij studievereniging Orakel. Het blok kennis en kritiek is voor velen het zwaarste uit het eerstejaarsprogramma. Maar ook hier weer weinig reden tot paniek als we naar de cijfers kijken: tijdens de eerste toetsgelegenheid slaagt tussen de 67 tot 75 procent, weet universitair docent Geert Somsen. Een deel van de zakkers heeft niet alle toetsonderdelen (papers en essays) ingeleverd.

 

Rechten

Rechten is een apart verhaal. Het curriculum van de bachelor is sinds het begin van dit academische jaar flink omgegooid - althans, het eerste- en derdejaarsprogramma. Het is daarom nu nog te vroeg om de 'obstakels' te onderscheiden. Daarnaast zijn oude struikelblokken van tien jaar geleden ofwel uit het curriculum verdwenen ofwel aangepast. Zoals staats- en bestuursrecht. "In 2005 is het blok al volledig herzien", vertelt Ellen Hardy, docent en mede-blokcoördinator. "De inhoud is grotendeels hetzelfde gebleven, maar we zijn met andere handboeken gaan werken. Ook hebben we kritisch gekeken naar de hoeveelheid stof die studenten gelezen moeten hebben voor een bijeenkomst. Casussen hebben we actueler, herkenbaarder gemaakt." Daarnaast is er een andere manier van toetsing. "Meerkeuzevragen zijn vervangen door open vragen; we horen van studenten dat ze dit een prettige manier vinden. Het slagingspercentage is zelfs vrij goed." Uit de gegevens van de examencommissie blijkt dat vorig jaar tweederde het vak haalde.

 

Wendy Degens, Irene Smeets

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)